Had Peerke het wel of had Peerke het niet?

In de voormalige melaatsenkolonie Batavia doet een groep wetenschappers lepraonderzoek via botten. Zelfs de kerk helpt mee – maar wel met andere motieven.

verslaggever

Wetenschap doet niet aan wonderen. En wonderen hebben niets aan wetenschap. Maar soms komen de twee samen. Zoals bij de expeditie die dit najaar plaatsvond naar Batavia, een voormalige plantage op ongeveer honderd kilometer van de hoofdstad Paramaribo. Op deze afgelegen plek langs het oerwoud, aan de monding van de Coppename, bevond zich ooit een melaatsenkolonie. Het was een soort dumpplaats voor lepralijders uit de stad. Wie hier aankwam, ging er nooit meer weg.

Dat was in de negentiende eeuw. Intussen heeft het oerwoud weer bezit genomen van de plek.

September dit jaar arriveerde er een groepje onderzoekers. Het is een gelegenheidsteam van wetenschappers die goeddeels in hun vrije tijd werken. Er zijn grote namen bij, zoals professor Jaap van Dissel, directeur Infectieziektebestrijding bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Of forensisch antropoloog professor George Maat, onder meer bekend van zijn identificatiewerk van Srebrenica-slachtoffers. Het team wil graven naar de botresten die hier moeten liggen.

De initiatiefnemers, de medisch historicus en farmacoloog professor Toine Pieters en de gepensioneerde Surinaamse dermatoloog Henk Menke, doen beiden al jaren onderzoek naar de geschiedenis van lepra in Suriname. Bij toeval liepen zij jaren geleden in Paramaribo Jaap van Dissel tegen het lijf, die onderzoek deed naar Groningse kolonisten die in de negentiende eeuw op raadselachtige wijze binnen enkele dagen na aankomst allen overleden waren. Ze bundelden hun krachten.

Eerst toestemming van de kerk

Suriname is zo interessant omdat hier een mix zou kunnen bestaan van op z’n minst vijf verschillende leprastammen: die van de slaven uit Afrika; die van Aziatische immigranten; van Portugees-Joodse kolonisten; van de eerste Hollandse immigranten en mogelijk zelfs die van inheemse volkeren. En wie hier de geschiedenis van lepra onderzoekt, komt al snel uit bij het kerkhof van de oude leprozenkolonie.

Maar zomaar onderzoek doen gaat niet, al was het maar vanwege het zware taboe dat in Suriname rust op het openen van graven. Voor het verkrijgen van toestemming was de hulp van de katholieke kerk cruciaal. De kerk had namelijk een belangrijk, niet wetenschappelijk belang om aan het onderzoek mee te werken.

Toen Batavia nog een melaatsenkolonie was, werkte er een missionaris uit Tilburg, Petrus Donders geheten, in de volksmond Peerke Donders. Hij arriveerde in 1856 in de kolonie, en bleef er, met korte onderbrekingen, tot zijn dood, op 77-jarige leeftijd.

In Suriname was hij aanvankelijk zo’n typische Brabantse missionaris, die ’s avonds graag zijn pijpje rookte, vertelt de Tilburgse Norbertijn Wim Manders (82), naar eigen zeggen een „beetje verliefd geraakt” op Peerke Donders.

Manders: „In het begin dacht hij: ik moet die arme heidenen bekeren. Maar al snel is hij daar helemaal van afgestapt. Hij kwam hindoes en moslims tegen, kreeg waardering voor andere religies. Hij heeft ook fel geageerd tegen de slavernij die hij daar aantrof, dat vond hij verschrikkelijk”. Hij deed zijn bonnet, zijn priesterlijk hoofddeksel, af voor zwarte mensen. Dat kwam hem op kritiek te staan.

Peerke kreeg het verzoek om te werken onder de melaatsen in Batavia. Daar verzorgde hij 26 jaar lang de lepralijders. Hij was pastoor, geneesheer en verpleegkundige in een. Volgens de verhalen gaf hij zelfs zijn eigen eten weg aan melaatsen.

Peerke Donders werd begraven bij de Sint Petrus en Paulus Kathedraal in Paramaribo, de grootste houten gotische kathedraal ter wereld. Al snel na zijn dood werd er bij het Vaticaan gelobbyd om hem zalig te verklaren. Dat gebeurde uiteindelijk in 1982.

Inmiddels is Peerke misschien wel de beroemdste Tilburger, symbool van hulpvaardigheid en tolerantie. Zijn kapel in Tilburg ontvangt veel pelgrims, en sinds ongeveer tien jaar zijn er ook jaarlijkse bedevaarten vanuit Tilburg naar Suriname.

Zalig maar nog niet heilig

Peerke is lokaal beroemd, en hij is zalig – maar Peerke is nog niet heilig, een trede hoger in de hiërarchie. Voor die heiligverklaring ijveren veel Tilburgse katholieken, met name redemptoristen, de orde waartoe Peerke was toegetreden. Het vergt een lang bureaucratisch traject, met harde eisen.

Naast de wonderlijke genezing uit 1929, op grond waarvan Peerke destijds werd zalig verklaard, is er bijvoorbeeld een nieuw, tweede wonder nodig, dat geschied moet zijn ná 1982 – het jaar van zijn zaligverklaring. En zo’n wonder moet wetenschappelijk ‘bewezen’ zijn.

Hier komen de wetenschappers in beeld. Volgens sommigen is het namelijk een wonder dat Peerke Donders, die 26 jaar lang onder leprozen werkte, hen omhelsde, hen verzorgde, zelf nooit lepra op lijkt te hebben gelopen (zijn doodsoorzaak is naar men vermoedt een nierziekte). DNA-onderzoek naar zijn botten zou kunnen uitwijzen of dat inderdaad zo is. ‘Peerke Donders kan na zijn dood een tweede wonder verrichten’, meldde Omroep Brabant.

De wetenschappers zouden de kerk helpen door de beenderen van Peerke te onderzoeken. En de kerk zou helpen met het verkrijgen van toestemming om te graven op Batavia. „Bisschop De Bekker van Paramaribo zag een win-win-situatie”, vertelt initiatiefnemer Toine Pieters.

En zo geschiedde. In september 2013 arriveert het groepje wetenschappers in Batavia. Voor er gegraven wordt, vindt er een wintiritueel plaats. Winti, de Afro-Surinaamse religie, is hier al eeuwen vervlochten met het katholieke geloof. Een special team uit Kalebaskreek vraagt de geesten om niet boos te worden om de verstoring van hun grafrust (en dat ze hun eventuele toorn richten op de wetenschappers uit Nederland).

De onderzoekers vinden uiteindelijk de skeletten van een moeder en kind. Ze nemen botsplinters mee. Daarna vertrekken ze naar de hoofdstad. Daar, in de kathedraal, openen ze onder toeziend oog van bisschop De Bekker de graftombe van Peerke Donders, nadat de bisschop een gebed uitsprak om de zielenrust te eerbiedigen. George Maat reconstrueert het skelet, dat bijna compleet is – op enkele botjes na die ooit meegenomen zijn als relikwie. Hij neemt drie botmonsters: van een teenkootje, een vingerkootje en van het wervellichaam.

Die botsplinters van Peerke Donders bevinden zich nu in het Forensisch Laboratorium van het Leids Universitair Medisch Centrum. Ze wachten op hun beurt voor DNA, want het reguliere forensisch onderzoek gaat voor. Naar verwachting deze zomer zal de uitslag bekend zijn: wel of geen lepra. En dan?

Volgens Toine Pieters zou het „heel bijzónder” zijn als er geen sporen van lepra gevonden worden. Maar een wonder? Nee, daarvoor blijft hij een wetenschapper: de ene mens is nu eenmaal minder vatbaar voor de ziekte dan de ander.

Wel hoopt hij dat Peerke ooit heilig wordt verklaard. Dat zou namelijk zorgen voor extra bedevaarten naar Suriname, en dat zou goed zijn voor het voortbestaan van die prachtige, houten kathedraal daar.

Voor die heiligverklaring kan het trouwens ook gunstig zijn als Peerke juist wél lepra had, zegt Pieters. Dat valt hij in dezelfde league als bijvoorbeeld de heilige Pater Damiaan, die aan lepra stierf en zo zijn leven gaf voor de melaatsen.

Pastor Manders denkt dat het een „wonderlijk teken” zou kunnen zijn als Peerke geen lepra blijkt te hebben gehad. Maar of dat voldoende is? Misschien laat de nieuwe paus die eis van een tweede wonder wel varen, hoopt hij, dat is vaker gebeurd. Paus Franciscus komt zelf uit Latijns-Amerika. En heeft net als Peerke een grote betrokkenheid bij de kwetsbaren. „Maar verder, ik hou niet zo van hiërarchie. Ik denk: als iemand zalig is, dan is hij ook heilig.”

In Tilburg is Peerke allang heilig – daar is helemaal geen DNA-test voor nodig.