Gelderland en Overijssel helpen gemeenten bij grondaankoop

Provinciale Staten willen gemeenten van te dure grond afhelpen

De provincies Gelderland en Overijssel willen gemeenten die met onverkoopbare grond zitten, de helpende hand toesteken. Provinciale Staten van Overijssel beslissen 19 februari over de oprichting van een grondfonds. In Gelderland wordt aan een voorstel voor een grondfonds gewerkt, zo bevestigen woordvoerders berichtgeving in Het Financieele Dagblad.

Overijssel overweegt om grond tegen de boekwaarde over te nemen van gemeenten en ze het verschil tussen de boek- en werkelijke waarde over een periode van tien jaar te laten storten in een provinciaal investeringsfonds. Per gemeente worden daarover specifieke afspraken gemaakt. „Het grondfonds is geen cadeautje”, benadrukt een woordvoerder van de provincie Overijssel. „Wij geven gemeenten alleen wat meer lucht om hun problemen op te lossen.”

Het gaat om grond die vaak voor hoge bedragen door gemeenten is aangekocht met de bedoeling er woningen te bouwen en bedrijfsterreinen te ontwikkelen. Als gevolg van de crisis en demografische ontwikkelingen zijn plannen niet gerealiseerd en is de grond minder waard geworden. Landelijk gezien drukken duizenden hectares zo op gemeentebegrotingen. „Gemeenten voelen fors de pijn. Die signalen pikken wij op”, aldus de Gelderse VVD-gedeputeerde Jan Markink (Algemeen Bestuur, Financiën). „Wij kijken net als Overijssel of we gemeenten kunnen ondersteunen.”

Volgens Markink zitten er wel haken en ogen aan zo’n fonds. „Je wilt de gemeenten die verliezen al hebben afgeboekt niet benadelen en je wilt de gemeenten die risico’s hebben genomen niet bevoordelen. Er zal wel een vergoeding moeten staan tegenover de steun, vergelijkbaar met rendementen die wij anders ook zouden kunnen halen.” Markink stelt verder dat een grondfonds „op gespannen voet’’ kan staan met de toezichthoudende functie van de provincie op de gemeenten.

In Gelderland ondervinden met name de gemeenten Apeldoorn en Beuningen grote financiële problemen. Beuningen kwam in moeilijkheden vanwege het verlies van 20 miljoen euro op een zandwinningsproject. Apeldoorn kampt met een tekort van zeker 70 miljoen euro op het grondbedrijf dat jarenlang als „geldmachine” werd gezien. Als gevolg van de problemen stapten begin 2012 alle wethouders op.

Beide gemeenten staan onder preventief toezicht. Wijzigingen op de begroting mogen alleen worden aangebracht na toestemming van de provincie. Zij zijn of worden nu onder voorwaarden al financieel gesteund met bijdragen van respectievelijk 15 en 5 miljoen euro, gekoppeld aan infrastructurele projecten.

Volgens Markink is er in Gelderland 200 miljoen euro nodig om gemeenten te helpen. In Overijssel is er voor 200 miljoen euro „overgeprogrammeerd” door gemeenten. Daar merken ze dat ook andere provincies kijken of een grondfonds iets voor hen is, zegt de woordvoerder.