Foto’s met een hart voor architectuur

Opblaasbare concertzaal van Anish Kapoor en Arata Isozaki in Matsushima, Japan, 2013. Foto Iwan Baan

Een fris smetteloos overhemd tekent Iwan Baans nomadische levensstijl: hij leeft in hotels, en heeft dus altijd een was- en strijkservice tot zijn beschikking.

In luttele jaren tijd is Iwan Baan beroemd geworden als fotograaf van gebouwen en van steden. Hij heeft een TEDtalk gegeven, designbladen publiceren pagina’s lange profielen van hem, en op de Architectuurbiënnale van vorig jaar in Venetië werd hij – samen met twee architecten en een journalist – met een Gouden Leeuw bekroond.

En zijn adembenemende foto van Manhattan dat door orkaan Sandy half in duisternis is gedompeld, ging vorig najaar als een bliksemschicht over de wereld.

Op de tentoonstelling 52 weken, 52 steden in het museum MARTa, in het plaatsje Herford in het Ruhrgebied, is nu te zien wat er zo bijzonder aan is. Hoewel de inrichting van de expositie droog is, op het fantasieloze af – 60 genummerde foto’s, allemaal even groot op die Sandy-foto na, met korte teksten van de fotograaf zelf – biedt de verscheidenheid aan beelden heel goed inzicht in wat hem bezighoudt.

Dat blijkt veel meer te zijn dan zijn bekende foto’s van blitse nieuwe gebouwen van internationale coryfeeën uit de architectuur als Zaha Hadid, Herzog De Merron, Sanaa en Toyo Ito. Hij verstaat de kunst om het gevoel en de ervaring in beelden te vangen die een gebouw teweegbrengt – daarom staan de architecten bij hem in de rij. Architectuur is bij Baan een vehikel voor een verhaal, en die verhalen gaan vaker over mensen dan over stenen.

Soms zijn dat mensen die in grotten wonen, zoals in de Chinese province Hedong – ‘architecture by subtraction’ noemt hij dat, bouwkunst die ontstaat door aarde weg te halen in plaats van het op te spelen. Of het zijn de schoolkinderen in een drijvend driehoekig gebouw van Kunlé Adeyemi in Makoko, een slum van Lagos met 150.000 inwoners die allen op het water leven. Het kan ook een dame zijn die in het Hermès-paviljoen van Toyo Ito in Basel rondloopt met een Hermès-tas van duizenden dollars.

In zijn TEDtalk vertelt Baan over zijn fascinatie voor ingenieuze woningen op onverwachte plekken – plekken die vaak slums worden genoemd maar waarvan de bewoners een indrukwekkende zelfredzaamheid aan de dag leggen. Het project waarvoor hij mede de Gouden Leeuw kreeg, was de inzending over Torre David, een onvoltooid bankgebouw in het centrum van Caracas, dat zo’n 750 dakloze gezinnen zich hebben toegeëigend. Ze hebben er appartementen in gemaakt, een ingenieus systeem ontworpen om water omhoog te brengen, op de kale betonnen verdiepingen hebben ze kappers en kruidenierswinkels gevestigd. Het resultaat is in feite een volledige stad, maar dan vertikaal.

Iwan Baan is wel de lieveling van de haute couture van de architectuur, en in Herford is óók goed te zien waarom. Maar eigenlijk gaat zijn hart uit naar architectuur waar geen architect aan te pas is gekomen.