Een aantal klassiekers van de overleden kungfu-filmmaker Run Run Shaw

Hij werd maar liefst 106 jaar oud en was de vader van de kung fu-films. Run Run Shaw, de grote inspirator van Quentin Tarantino, is vandaag overleden. Kijk hier trailers van een aantal van zijn klassiekers terug.

Run Run Shaw krijgt een verjaardagscadeautje (toen de foto genomen is, werd hij 93) van Lydia Shum, een actrice uit Hongkong. Reuters / Kin Cheung

Hij werd maar liefst 106 jaar oud en was de vader van de kungfu-films. Run Run Shaw, de grote inspirator van Quentin Tarantino, is vandaag overleden. Kijk hier trailers van een aantal van zijn klassiekers terug.

Shaw hielp zijn broers Runje, Runde en Runme bij het opzetten van een filmstudio in Shanghai in 1925. Ruim vijfentwintig jaar later bouwde hij een grote filmstudio met zijn broer in Hongkong. Dat werd de beroemde Shawstudio, waar in de hoogtijdagen zo’n vijftig films per jaar werden geproduceerd. Vooral vechtfilms, waarin de nadruk lag op prachtige gechoreografeerde zwaardvechtscènes. Maar ook een aantal drama’s en historische films. Zijn bijnaam Run Run Shaw dankt hij aan een bijbaantje dat hij vroeger had - zo gaat de legende althans. Hij bracht filmrollen rond op de fiets, naar verre bioscopen in Singapore en Maleisië.

Vele mediascholen in China zijn naar Shaw vernoemd: hij had ook een groot televisie-imperium. Maar zijn invloed reikte verder dan Azië. Mede door Shaw werden kungfu-films in het Westen populair. En het was Shaw die Quentin Tarantino inspireerde tot het maken van zijn Kill Bill-films, een hommage aan het genre.

Come drink with me (1966)

Deze film van de legendarische regisseur King Hun zorgde voor de doorbraak van de studio in 1966. De koelbloedige Chen Pei Pei - een vrouw, maar eerst verkleed als man - moet haar gevangengenomen broer bevrijden en vertoont daarvoor meerdere malen haar vechtkunsten. Ze krijgt hulp van Drunken Cat, een kungfumeester die doet alsof hij dronken is om zijn vechtkwaliteiten te verbergen, schreef onze filmcriticus André Waardenburg eerder in NRC Handelsblad:

“Met sierlijke camerabewegingen, vreemde camerahoeken en een dynamische montage zette King Hu een standaard - hoe actiescènes op te bouwen en uit te werken - die nog steeds indruk maakt. Bovendien wist hij dat de rustmomenten, de stiltes voor de storm, even belangrijk zijn voor de spanningsopbouw als de vechtsequenties zelf.”

The One Armed Swordsman (1967)

Een klassieker die het genre hielp herdefiniëren en die, zo schrijft persdienst Reuters, “niet alleen nieuwe mensen in Hongkong en Azië, maar ook in het Westen naar de bioscoop bracht”. De film is van regisseur Chang Cheh, die een belangrijke factor werd voor het succes van de studio. Cheh haalde zijn inspiratie uit Japanse samoeraifilms als Kurosawa’s Yojimbo, schreef Waardenburg:

“Hij moderniseerde het wuxia-genre, verving de vrouwen die vrijwel altijd de hoofdrol speelden door mannen en maakte de vechtscènes nog realistischer en vooral bloediger dan King Hu ooit had gedaan. Het sloeg enorm aan. Hij hield de verhaaltjes simpel en besteedde veel aandacht aan de indrukwekkende vechtsequenties waarin veel ledematen sneuvelen en nog meer mensen het loodje leggen.”

The Mighty Peking Man (1977)

Een jaar na het verschijnen van King Kong verscheen bij de studio van Shaw een soort namaakvariant (voor wie wil: hier volledig te bekijken), over een aap die blonde vrouwen achternazit. Geen kungfu dus, maar het werd wel een klassieker. De film stamt uit de tijd dat het slecht ging met de studio:

“De concurrentie met Bruce Lee, die in dienst stond bij de concurrerende studio Golden Harvest, was verloren en daarna werd Jackie Chan de populairste ster. Die had ook geen contract bij de Shaw-studio, er zat dus voor de broers in de jaren tachtig niets anders op dan om televisieseries te produceren.”

Blade Runner (1982)

Shawn steunde ook een aantal Hollywoodfilms, waaronder de klassieker Blade Runner van Ridley Scott, met Rutger Hauer. Samen met twee andere studio’s investeerde hij 21,5 miljoen dollar.