CAR: de Séléka zoeken goud en diamanten

In de straatarme Centraal-Afrikaanse Republiek (4,5 miljoen inwoners) werden de verhoudingen tussen christenen (80 procent van de bevolking) en moslims (15 procent) vorig jaar drastisch verstoord door de opmars van de islamitische Séléka: een allegaartje van huurlingen uit de islamitische buurlanden Tsjaad en Soedan en uit het ruwe noordoosten van het land, aangevuld met diamanthandelaren, kindsoldaten en criminele bendes.

De CAR is een chronisch instabiel land waar de machthebbers vooral oog hebben voor de natuurlijke rijkdommen aan goud en diamanten. Door het ontbreken van enige staatsstructuur kon Séléka het land binnen enkele weken overlopen. In maart verdreef de groep de corrupte president François Bozizé uit de hoofdstad Bangui.

Op 5 december intervenieerde Frankrijk militair, op dezelfde dag dat christelijke milities in Bangui op jacht gingen naar strijders van Séléka en moslims in het algemeen. Dat lokte wraakacties uit. Er vielen meer dan duizend doden in de hoofdstad. Naar schatting zijn zo’n 930.000 burgers gevlucht, van wie 510.000 afkomstig uit de hoofdstad Bangui. Buurlanden vrezen dat de CAR implodeert en een vrijhaven wordt voor bendes en extremisten.