Buitenlandse bemoeienis in Irak

Al maanden is het weer oorlog in Irak, een burgeroorlog die afgelopen jaar bijna 9.000 mensen het leven heeft gekost. Tekenend voor de dramatisch slechte toestand waarin het land is weggezakt, is dat nu twee steden in de provincie Anbar, Ramadi en Fallujah, in handen zijn gevallen van aan Al-Qaeda verwante extremisten. Daardoor is nu ook in het Westen doorgedrongen hoe ernstig de situatie is.

Want Fallujah was ook het toneel van de bloedigste slag die de Amerikanen in Irak hebben gevoerd. Er kwamen in november 2004 zo’n honderd Amerikaanse militairen om. In de hele provincie Anbar sneuvelden tijdens de Amerikaanse bezetting 4.486 Amerikanen, vooral in de strijd tegen Al-Qaeda en andere sunnitische terreurgroepen.

In de Verenigde Staten vragen veteranen nu in de media vertwijfeld of hun inspanningen, en al het vergoten bloed, voor niets zijn geweest. De pijnlijke waarheid is dat de hele Amerikaans-Britse invasie, in 2003, een dramatische fout was. De onverantwoordelijke manier waarop de Amerikanen vervolgens al improviserend probeerden het land weer een bestuur en stabiliteit te geven, had averechts effect. De sektarische tegenstellingen tussen sunnieten en shi’ieten namen toe, extremistische groepen profiteerden van de chaos en verdeeldheid. Pas in 2007 slaagden de VS erin het geweld enigszins te bezweren, maar tot een verzoening kwam het niet.

Dat de situatie sinds het vertrek van de Amerikaanse troepen eind 2011 gestaag is verslechterd, is voor een belangrijk deel te wijten aan president al-Maliki. Niet alleen heeft hij nagelaten de verschillende groepen in het land alsnog met elkaar te verzoenen. Hij en zijn door sji’ieten gedomineerde regering hebben de sunnitische minderheid en haar politici systematisch achtergesteld en bestreden. Daarmee effende hij het pad voor terugkeer van de extremisten. De chaos in buurland Syrië zorgde voor extra olie op het vuur.

De Amerikaanse regering heeft al-Maliki hulp toegezegd bij de bestrijding van de extremisten, overigens net als buurland Iran. Terecht hebben de VS duidelijk gezegd dat ze niet opnieuw troepen naar Irak te zullen sturen. „Het is hún strijd”, aldus minister Kerry van Buitenlandse Zaken.

Twee vooraanstaande Republikeinse senatoren, John McCain en Lindsey Graham, wijten het opgelaaide geweld nu aan de terugtrekking van de Amerikaanse troepen onder president Obama. Dat is een onzinnig verwijt. Niet alleen had president Bush al tot de terugtrekking besloten, maar dit gebeurde omdat met Irak geen overeenstemming bereikt kon worden over verlenging van de Amerikaanse aanwezigheid. Irak, en de hele regio, hebben niet méér buitenlandse inmenging nodig, maar minder.