Zijn de houten palen bij Uppsala het Stonehenge van Zweden?

medewerker Scandinavië

Het moet een imposant gezicht zijn geweest voor bezoekers aan het prehistorische Gamla Uppsala. Honderden houten pilaren in kaarsrechte lijnen, die tot wel tien meter hoog boven het verder boomloze landschap uittorenden. De hedendaagse archeologen die de resten vonden staan nu voor Zwedens grootste prehistorische mysterie. Waarom de pilaren zijn neergezet – en door wie – is volstrekt onduidelijk.

Afgelopen zomer zijn vlakbij het Archeologisch museum in Gamla Uppsala, even ten noorden van het hedendaagse Uppsala, 144 pilaarresten van 1.500 jaar oud gevonden bij het bouwen van een spoortunnel. Ooit stonden er waarschijnlijk veel meer pilaren. Met een tussenruimte van zes meter zijn de plekken zichtbaar; ze strekken zich uit over de lengte van een kilometer. Een stuk verderop werden er nog eens dertig gevonden.

Het land rond Uppsala was in de vijfde eeuw na Christus erg drassig, vertelt archeoloog Robin Lucas van het Upplandsmuseum. Er groeiden praktisch geen bomen, dus die moesten van kilometers verderop worden gehaald. Hetzelfde geldt voor de tonnen steen die zijn gebruikt om de pilaren in de grond te verankeren, zo’n vijfhonderd kilo per pilaar. De precisie waarmee het bouwwerk is neergezet, imponeert Lucas. „De afstand tussen de pilaren is overal precies 20 voet (6 meter). Ze staan werkelijk waar in kaarsrechte lijnen, niet één pilaar wijkt af.”

Eerdere vondsten maken duidelijk dat Gamla Uppsala een belangrijke plek was in de stammensamenleving in Zweden, een plek waar de macht zich concentreerde. Er werden resten gevonden van grote woningen van machtige mannen. Verder weet men dat er omvangrijke hallen hebben gestaan waar grootschalige bijeenkomsten werden georganiseerd en er was een heuvel waar hoogstwaarschijnlijk recht werd gesproken. Ook was het een belangrijk spiritueel centrum.

Wat de pilaren zo opvallend maakt is dat ze ouder zijn dan de andere monumentale vondsten in Gamla Uppsala. Er zijn alleen resten van woningen gevonden uit dezelfde tijd. De grafheuvels bijvoorbeeld werden in de zevende eeuw aangelegd. Archeologen en historici hopen dat de vondst antwoord kan geven op de vraag hoe Gamla Uppsala zich heeft ontwikkeld tot de belangrijke plek die het was voor de Vikingen en hun voorvaderen.

Archeoloog Lucas kan alleen speculeren over de betekenis van de pilaren. Een verdedigingsmuur lijkt uitgesloten, daarvoor stonden ze te ver uit elkaar. In een van de kuilen waarin de pilaren stonden zijn resten van beenderen gevonden, misschien zijn er offers gebracht. Maar mogelijk zijn die beenderen pas in de kuilen gelegd nadat de palen waren verdwenen

Lucas en zijn collega’s denken dat de pilaren een machtssymbool waren. „De pilaren kunnen een religieuze rol gespeeld hebben”, zegt Lucas, „maar ze waren waarschijnlijk vooral een uiting van aardse macht.” Koningen en stamleiders hadden in die tijd waarschijnlijk ook een belangrijke religieuze rol. „Er was absoluut geen harde grens tussen aardse en religieuze macht. Hierdoor heeft dit monument waarschijnlijk ook een religieus tintje, maar dat was zeker niet het voornaamste doel”, stelt Lucas, „het voornaamste doel was de buitenwereld te laten zien: hier huist de macht”. Veel langer dan honderd jaar stonden de pilaren waarschijnlijk niet overeind.