Van ballenstein!

Tv-spel Lingo bestaat deze maand 25 jaar // De laagdrempeligheid is volgens de makers de belangrijkste succesfactor // „Het is geschikt voor iedere Nederlander: van stratenmaker tot professor

Moeder Françoise is een ‘creatief dier’ en dochter José speelt softbal op hoog niveau. Hun tegen- spelers zijn Joost en Lies uit België; zij zitten bij de lokale fanfare in Duvel. Lingo-presentatrice Lucille Werner heeft de kandidaten voorgesteld aan het publiek en leidt een kort gesprek („Ben jij ook ‘crea’, José?”). Dan begint het spel. Het is Werners derde aflevering van vandaag: per draaidag (drie per maand) worden er vijf tot zeven opgenomen. Lingo is een combinatie van bingo en een woordspel – kandidaten graaien ballen en raden al spellend woorden. Als je in de finale komt, kun je zomaar 8.000 euro winnen. Deze maand viert het programma het 25-jarig bestaan.

„Tering. T-e-r-i-n-g”, spelt Lies.

„Tepels. T-e-p-e-l-s”, spelt Joost.

Het publiek op de tribune lacht.

Langbenige blondines

Lingo is uitgegroeid tot het toonbeeld van oer-Nederlandse kneuterigheid. Werner: „Het is niet meer weg te denken uit ons televisielandschap, net zoals Studio Sport.” In de beginjaren keken er meer dan twee miljoen mensen naar Lingo, het was toen nog een wekelijks spelletje en er waren nog geen commerciële netten. Sinds medio jaren negentig wordt Lingo bijna dagelijks uitgezonden en schommelt het aantal kijkers tussen 700.000 en 800.000. Dat het programma succesvol is geworden, was niet vanzelfsprekend. Eind jaren tachtig waren ‘kleine spelletjes’ uit de mode, zegt François Boulangé, Lingo-eindredacteur vanaf het prille begin in 1989 tot 2000 en presentator van 1992 tot 2000. „Het was de tijd van grote shows met langbenige blondines.” Toch kocht programmamaker Harry de Winter de rechten op het ‘kleine spel’.

Waarom werd Lingo in het tijdperk van glitter en glamour op tv een hit? Volgens de makers van toen en nu is de laagdrempeligheid de belangrijkste succesfactor. „Het is geschikt voor iedere Nederlander: van stratenmaker tot professor. En soms wint de stratenmaker van de professor”, zegt Boulangé.

In de eerste jaren was de presentatie in handen van de in keurige colberts gestoken Robert ten Brink. Het spelletje was toen nog eens per week op tv, pas na een paar jaar werd het op alle werkdagen uitgezonden. Ten Brink stopte in 1992 na ruim tweehonderd afleveringen om All you need is love te presenteren. Een vervanger bleek moeilijk te vinden en eindredacteur Boulangé werd gevraagd om ook eens een screentest te doen. Dat pakte succesvol uit. De ideale schoonzoon maakte plaats voor een cynische ‘mister Lingo’, Boulangé met zijn kenmerkende schreeuwerige bretels. Hij maakte van Lingo een culthit. Het werd – naast de vijftigplussers – ook populair onder studenten. „Groen! Groen!” riepen ze naar hem als hij in een café zat. Nog steeds, trouwens.

2000 was een roerig jaar voor Lingo. Het programma verhuisde van de VARA naar de TROS omdat luchtigheid niet zou passen in het profiel van Nederland 3. Boulangé ging niet mee. „Ik was in dienst bij de VARA als presentator en de TROS had een werkloze Nance rondlopen.” Hij was er niet rouwig om. „Bij elk woord had ik het gevoel: dat hebben we gisteren al gespeeld.” De presentator probeerde variatie aan te brengen. „Jullie mogen een bal pakken”, werd bijvoorbeeld „nu mag er gebald worden” of „van ballenstein”.

De behoefte aan show en grootsheid op tv groeide. De praatjes met kandidaten werden steeds belangrijker, het spel werd uitgebreid naar zes-, zeven-, acht-, en tienletterwoorden. Sinds vorig jaar is er een flitsende publiekstribune, die nu ook in beeld komt. De Sponsor Bingo Loterij (nu de Vriendenloterij) werd partner. Met de verhuizing naar de TROS, is de commercie binnengeslopen, zegt Boulangé.

De kordate Lucille Werner nam in 2005 het stokje over van Nance Coolen. Ze kwam samen met eindredacteur Ton Verleg en jurylid Jan Peter ‘JP’ Pellemans, de mysterieuze onzichtbare die tijdens de uitzending taalweetjes vertelt en controleert of de woorden kloppen.

In 2006 dreigde Lingo van de buis te verdwijnen, volgens de netcoördinator bereikte het een te oude doelgroep. Er ontstond commotie en de show werd het politieke speelveld ingezogen. „Hoe graag zien wij niet presentatrice Lucille Werner?” vroeg premier Balkenende de verzamelde pers tijdens zijn wekelijkse persconferentie.

Lucilles loopje

Werner: „In 2006 heerste er een sfeer van: als je aan Lingo komt, kom je aan de samenleving.” Lingo laat niemand onverschillig. Als er iets verandert in het decor, de uitzendtijd of het spel, komen er steevast tientallen mailtjes binnen. In de loop der jaren is Lingo een cultklassieker geworden, weet JP. „Ik ken studentenhuizen waar elke avond met een bord eten op schoot wordt gekeken. Het is daar een dingetje als Lucille van haar desk wegloopt.” Robert en Michiel uit Brabant weten wat JP bedoelt. Ze doen straks mee aan de Lingo-selectietest. Terwijl in de studio de vierde aflevering van vandaag wordt opgenomen, zweten potentiële kandidaten in een kamertje achteraf boven een vragenlijst. Niet iedereen mag zomaar meedoen. Tijdens de drie dagen dat er wordt opgenomen komen negentig mensen voor zo’n test. Daarvan gaat 20 tot 30 procent door naar een uitzending. Je moet ruim de helft goed hebben om verder te mogen. Maar dan nog kun je niet doorgaan. Productieassistent Inge Josquin: „We willen niet alleen maar Brabantse broertjes. Het moet een mooie mix zijn.”