Tekort aan kandidaten voor gemeenteraden

Partijen haken soms af door gebrek aan kandidaten.

Politieke partijen hebben grote moeite kandidaten te vinden voor de gemeenteraadsverkiezingen van aankomende maart. Dat blijkt uit een enquête onder ruim tweehonderd gemeentegriffiers, in opdracht van tv-programma Nieuwsuur.

In zeker twintig gemeenten doen partijen in maart niet mee aan de verkiezingen omdat ze geen kandidaat-raadsleden kunnen vinden. Het probleem speelt vooral in kleine gemeenten, van minder dan 50.000 inwoners.

Jan Mans, die in acht gemeenten burgemeester is geweest, is bezorgd om de kwaliteit van de raadsleden. „Als je moeilijk kandidaten kan krijgen, heb je als gemeenteraad een probleem. Je zou een groot reservoir aan mensen moeten hebben die er tijd en energie in willen steken, maar dat zie je dus niet meer”, zei hij zondagavond in het tv-programma.

Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) zei in Nieuwsuur dat het probleem te wijten is aan het aanzien van de politiek. Volgens de minister is er de laatste jaren de „neiging” ontstaan – in de media en „zelfs binnen de politiek” – om politici neer te sabelen.

Directeur van de Rotterdamse Rekenkamer Paul Hofstra ziet de controle van de raadsleden op de nieuwe taken die gemeenten erbij krijgen als problematisch. Hij doelt onder meer op de decentralisatie van de jeugd- en ouderenzorg, complexe dossiers die gepaard gaan met miljardenbezuinigingen. „Als je ziet dat in een grote raad als Rotterdam er misschien drie raadsleden zijn met financiële kennis, dan houd ik mijn hart vast voor de controle door kleinere gemeenteraden.”

De positie van raadsleden staat ook onder druk door de opmars van de zogenoemde gemeenschappelijke regelingen, meldde deze krant onlangs. De taken die het Rijk overhevelt naar gemeenten zijn zo omvangrijk en complex dat gemeenten ze weer laten uitvoeren door regionale samenwerkingsverbanden, zoals die er nu al zijn voor de brandweer en de GGD. Op deze zogeheten ‘gemeenschappelijke regelingen’ kunnen gemeenteraadsleden nauwelijks invloed uitoefenen. Voorzitter van rekenkamervereniging NVRR Leo Markensteyn noemde de gemeenschappelijke regeling „een bermudadriehoek waar alle controlecapaciteit in verdwijnt”.

Uit onderzoek in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit 2008 bleek dat raadsleden de werkdruk als te hoog ervaren. Ze zijn te veel tijd kwijt met vergaderen, zodat weinig tijd overblijft voor contact met burgers. Raadswerk is deeltijdwerk. Het levert – afhankelijk van inwonertal – vaak minder dan 1.000 euro per maand op: raadsleden worden geacht er een baan naast te hebben zodat zij actief deelnemen aan de samenleving die zij vertegenwoordigen.