‘Stop het doemdenken, want zonder Europa kunnen we niet’

Anders dan voor de PVV of het Front National is Europa geen taboe voor de Oostenrijkse protestpartij Neos. „Sommigen doen alsof we een keus hebben.”

Matthias Strolz, leider van de pro-Europese Oostenrijkse protestpartij Neos, wil ‘Europese waarden’ verdedigen. Foto Nicole Heiling

In augustus 2012 trok Matthias Strolz in zijn eentje de bergen in. De toen 39-jarige managementconsultantwilde „zichzelf vinden”. Vijf dagen lang at hij niets, dronk hij nauwelijks. Toen wist hij: het moment was gekomen om de politiek in te gaan.

Nu, anderhalf jaar later, zit Strolz in de kantine van het Oostenrijkse parlement achter een bord knakworst met rauwkost. Bij de verkiezingen in september won zijn partij uit het niets 4,9 procent van de stemmen. Dat was na de oorlog niemand gelukt in Oostenrijk, waarin socialisten en conservatieven bijna alle regeringen vormden en de maatschappij in een cliëntelistisch systeem aan zich bonden.

Veel Oostenrijkers willen hiervan af, waarbij je zonder partijkaart van ‘rood’ of ‘zwart’ niets bereikt. Sinds de verkiezingen is Neos in de peilingen naar 10 procent geschoten.

Een stem op het liberaal-getinte Neos (das Neue Österreich ) is een proteststem. Tegelijkertijd staat het voor iets nieuws, in Oostenrijk én in Europa. Net als in andere landen zijn de meeste protestpartijen extreem-rechts, de FPÖ van zoals wijlen Jörg Haider, of rechts-populistisch, zoals ‘Team Frank’ van een Canadees-Oostenrijkse miljardair.

Ze willen – net als de PVV, het Front National of de Ware Finnen – minder Europa, minder immigranten en meer natiestaat. Neos roeit recht tegen deze stroom in. Het wil de tegenstrijdigheden van de globalisering „omarmen”, zegt Strolz. „Wij willen er het beste van maken. Binnenlandse politiek is Europese politiek. Zonder Europa kunnen we niet. Dus moeten we het hervormen en versterken.”

Neos wil „geen muren optrekken om migranten te weren, maar een positief beleid ontwikkelen waarin vluchtelingen welkom zijn en economische migranten worden toegelaten in de mate dat we ze nodig hebben.”

Als je de heersende orde uitdaagt, word je dan geïntimideerd?

„Ja, dat gebeurde. Maar nu is het moment gekomen. De zwart-rode coalitie regeert waarschijnlijk voor de laatste keer: ze won nipt 50 procent van de stemmen. Die partijen hebben geen boodschap meer behalve krampachtig vasthouden aan de macht, zodat ze de baantjes onderling kunnen verdelen. Daarom scoren protestpartijen goed. Maar die zijn zo negatief! Ze vinden alles eng en gevaarlijk. Zelfs de Groenen zijn zuur en moralistisch geworden en hebben hun frisheid verloren.”

Hoe blijf je fris?

„Ik heb jaren managers en politici geadviseerd hoe je met veranderingen omgaat. Wat velen doen in een overgangsperiode, is alles wat vreemd en nieuw is buiten de deur houden. Maar je moet het juist accepteren en een plek geven. Alleen dan kun je leren dingen jouw kant op te buigen.”

Waarom bent u zo pro-Europa?

„Ik ben niet pro-Europa. Europa is er en wij ademen dat allemaal. Het heeft geen zin dat te ontkennen. Sommigen doen alsof we een keus hebben: Europa of geen Europa. Ik ben een trotse boerenzoon uit Vorarlberg. Maar ik heb geen probleem met één Europese buitenlandse politiek, die helpt onze waarden meer te laten gelden naast die van China of Amerika.

„Europa zit, net als Oostenrijk en Nederland, in een overgangsfase. Tot nu toe hebben de lidstaten Europa met regeldingen opgezadeld en het echte politieke werk nationaal gehouden. Gevolg is dat Brussel zich bemoeit met gloeilampen, maar geen antwoord heeft als duizenden Syrische vluchtelingen hierheen komen of Poetin poker speelt met Oekraïne. Dan is het ieder voor zich en staan wij voor paal.”

In de peilingen...

„Ik verafschuw peilingen. Ik heb ermee te maken, maar politiek moet je vanuit je hart doen. Kiezers gaan eerst voor emoties, dan voor persoonlijkheden en dan voor rationele argumenten.

„Europa wordt altijd verkocht met rationele argumenten. Daarom is het zo impopulair: tegenstanders gebruiken negatieve emotionele argumenten, de voorstanders positieve intellectuele argumenten. Regeringen trekken de conclusie dat zij, om populair te blijven, óók eurosceptisch moeten doen. Dit wordt een wedstrijd Brussel-bashen. Ik wil de kiezers liever raken met een positieve boodschap.”

Hoe?

„Wij zeggen: we love Europe! Veel dingen deugen niet, die proberen we te verbeteren. Die boodschap spreekt mensen aan. Ze zijn minder eurosceptisch dan ze dachten.”

Wat heeft u Europa inhoudelijk te bieden?

„We moeten trots zijn op onze waarden. Als wij ze niet propageren, doet niemand het. Maar daarvoor moeten we op internationaal toneel met één stem spreken. Dus méér integratie, ja. Op buitenlands politiek gebied, veiligheid, onze munt. We moeten hiervoor een budget hebben, Europese belastingen heffen. Dan hoeven we niet te bedelen bij de lidstaten zoals nu.”

Superstaat Europa?

„Nee. Ik wil de Commissie op sommige terreinen meer macht geven om op te treden namens de lidstaten. Maar ze moet zich terugtrekken uit andere terreinen. Ze houdt zich nu met de verkeerde dingen bezig, lidstaten willen niet dat ze zich met belangrijke issues bemoeit. De standaardisering van producten is te ver doorgeschoten. Ik wil dat we politiek meer homogeen worden, maar technisch kunnen we best heterogeen blijven.”

Predikt u het eind der natiestaat?

„Nee, dat doen natiestaten zelf. De toekomst is meer aan Europa en de regio’s dan aan natiestaten. Je kunt geen sterk Europa hebben zonder een Europees DNA. Dus moeten burgers zich Europees voelen. Nu kan dat niet, de politiek is nationaal is gebleven. Oostenrijkers leren de Oostenrijkse geschiedenis en lezen in Oostenrijkse kranten wat de Oostenrijkse minister in Brussel ‘wint’. We moeten de politiek Europeser maken. Oostenrijkers moeten op een Nederlander kunnen stemmen of andersom. Dát is Europa, niet dat gedoe met gloeilampen.”

Wat is de waarde van Europa?

„Onze spirituele boodschap: wij lossen problemen hier beschaafd op. Door te praten en compromissen te sluiten die misschien fraaier kunnen, maar dit is onze manier. Beter dan oorlog voeren.”

Kan hier nog oorlog komen?

„Natuurlijk. Kijk naar Bosnië.”