Column

Steve Jobs maakte het kapitalisme weer mooi

Waarom zijn we toch zo geobsedeerd door Apple? Die vraag kwam bij me op toen ik vrijdag in deze krant een lang stuk las over de concurrentie tussen Apple en Samsung. Elke volgende iPhone staat garant voor vele artikelen over de nieuwste innovaties. De patentenstrijd tussen Apple en Samsung wordt op de voet gevolgd. En over Steve Jobs verscheen een biografie waarvan in de eerste week al 379.000 exemplaren werden verkocht.

Natuurlijk, we zijn geïnteresseerd omdat we dagelijks smartphones gebruiken en ze ons leven hebben veranderd. Maar er is denk ik nog een reden. Jobs’ creativiteit en de strijd tussen Apple en Samsung laten de mooie kanten van het kapitalisme zien.

‘Kapitalisme’ is de afgelopen jaren geen populair woord. Onmiddellijk na het begin van de kredietcrisis verscheen het hoofd van Karl Marx op verschillende tijdschriften. ‘Is het kapitalisme failliet?’ vroegen opiniemakers. Bij het woord ‘marktwerking’ hoort sindsdien het adjectief ‘doorgeslagen’. Hebzucht associëren we niet meer met het welbegrepen eigenbelang dat ons rijker maakt, maar met graaiende bankiers die ons geld kosten. Onze nieuwe held is de paus, die ageert tegen egocentrisme, consumentisme en de tirannie van de markt.

Hoe valt die houding te rijmen met onze verering van Steve Jobs, het prototype kapitalist?

Jobs was een voorbeeld van een creatief genie annex zakenman die iets heeft gemaakt. Zijn ideeën hebben een tastbare invloed op ons leven. Jobs is rijk geworden door talent en hard werken, een combinatie waarvan wij vinden dat die beloond mag worden. Vergelijk dit eens met de bankiers die slechte hypotheken opknipten en herverpakten. Jobs verzon handigheidjes voor ons, de bankiers bedachten ze alleen voor zichzelf. Na al het nieuws over mensen die geld opstreken zonder iets te creëren, is Jobs een welkom voorbeeld van iemand die verdiend rijk werd.

Na Jobs’ dood gaat de Apple-obsessie door, en ook dat is begrijpelijk. De strijd tussen Apple en Samsung is een voorbeeld van een markt die zijn werk doet. Twee aan elkaar gewaagde bedrijven moeten om concurrerend te blijven voortdurend innoveren en nieuwe markten zoeken. Dit is goed voor de consument: de prijzen dalen, de producten verbeteren.

Volgens mij geloven mensen niet dat marktwerking per definitie pervers is, hebzucht slecht en het kapitalisme failliet. Zonder deze zaken hadden we geen smartphones gehad. We vinden hebzucht pas erg als de beloning niet in verhouding staat tot de prestatie, zoals in het geval van de giftige hypotheekproducten. Tegen marktwerking hebben we pas iets als die wordt toegepast in sectoren waar streven naar kwantiteit de kwaliteit kan beschadigen, zoals in de zorg. En tegen ‘het kapitalisme’ kun je überhaupt niet zijn als je geen alternatief noemt.

De Apple-obsessie laat zien dat wij het kapitalisme nog steeds prachtig vinden – alle uitwassen ten spijt.