Slowstarter nog altijd op zoek naar het juiste gevoel

Freek van der Wart heeft de olympische vorm nog niet. Een schouderblessure verstoort zijn voorbereiding verder.

Hij heeft al gewonnen. Maar tijdens het uitglijden na zijn winst op de 500 meter op de NK shorttrack op de Jaap Edenbaan in Amsterdam gaat regerend Europees kampioen Freek van der Wart onderuit. Het gevolg: schouder uit de kom.

Het is een flinke tegenslag voor de shorttracker die één maand voor de Spelen nog op zoek is naar dat ultieme gevoel, waarbij elke klap op het ijs raak is. Door kleine pijntjes, materiaalproblemen en dan nu weer deze blessure is de vorm er nog niet. Toch maakt hij zich nog geen zorgen. Zo ging het namelijk vorig jaar ook.

Officieel moesten de Nederlandse shorttrackers met een olympische nominatie zich op NK plaatsen voor Sotsji. Maar eigenlijk is het voor de selectie van bondscoach Jeroen Otter slechts onderdeel van de voorbereiding. Rondom het toernooi, waarbij Sjinkie Knegt en Jorien ter Mors zich gisteren tot allroundkampioenen kroonden, is volop doorgetraind. Dat zal ook rondom de EK in Dresden het geval zijn. Pas als de ploeg op 2 februari naar Rusland vertrekt is er tijd om te herstellen.

Die planning betekent dat Van der Wart dit seizoen nog niet in topvorm is geweest. „Ik heb meer tijd nodig om te herstellen van trainen dan anderen”, zegt hij. „Ik moet echt naar een piek toewerken.” Die piek ligt voor Van der Wart op 13 februari. Dan begint zijn olympische toernooi met de 1.000 meter. Ook rijdt hij de 500 meter en de aflossing, de landenestafette.

Noem hem een slowstarter, een diesel. Als Van der Wart eenmaal op gang komt kan hij zich meten met de wereldtop. Vorig seizoen beleefde de 25-jarige shorttracker het beste jaar uit zijn carrière. Naast Europees kampioen in Malmö werd hij derde op de 500 meter bij de WK in Debrecen.

Liever was Van der Wart het olympisch toernooi al op 10 februari begonnen. Maar hij wist zich niet te plaatsen voor de 1.500 meter. Van der Warts gebruikelijke tactiek om van achteruit toe te slaan kwam te laat, tot woede van bondscoach Otter. Die vond dat hij te angstig had gereden. Van der Wart: „Dat was een slechte race, maar zo rijd ik gewoon. Nu kan ik me focussen op de 500, 1.000 en de aflossing.”

De aflossing, daar kan en wil Nederland goud winnen. Als hij moet kiezen tussen een individuele gouden plak of winnen bij de aflossing twijfelt Van der Wart geen moment. „De aflossing is het koningsnummer. Dat is zo'n spektakel, daar willen we goud winnen.”

Bij de WK afgelopen jaar werd de ploeg derde, nadat een slechte wissel een einde maakte aan de Nederlandse titelaspiraties. Hoezeer de vier shorttrackers toen baalden, verraadt hun ambities. „Ik droom niet van zilver of brons”, zegt Van der Wart. En ook Otter geeft de mannen een kans. „Er zijn vier of vijf landen die goud kunnen winnen en wij horen daarbij.”

Maar de schouderblessure van Van der Wart brengt de ambities van het team in gevaar. Hij is belangrijk als het begin van de ‘drietrapsraket’ van de ploeg, met daarin ook Sjinkie Knegt, Niels Kerstholt en Daan Breeuwsma. Daarbij moet hij met een duw de lichtere Kerstholt lanceren, die later de nog lichtere Sjinkie Knegt een boost kan geven. Daarna begint het rondje via Knegt en Breeuwsma opnieuw.

Met een kapotte schouder wordt het moeilijk duwen. Hoelang het herstel zal duren is nog niet bekend. Het past in de allesbehalve vlekkeloze voorbereiding van de mannen, die ook Knegt (knieblessure) en Breeuwsma (virusinfectie) al een tijdje kwijt waren. Van der Wart houdt ondanks alles vertrouwen. „Vorig jaar kwam ik ook pas in de tweede seizoenshelft opdagen. En dit jaar is mijn voorseizoen beter geweest dan ooit.”