Column

Simone Stel je voor dat je een lijk bent

Zaterdag las ik een nieuwsbericht over een zeven maanden zwangere Française die een geplet prutje werd, vermorzeld door een halve ton steen die plots van een rotswand loskwam. Het asfalt (route D934) werd niet geraakt, want zij, Karine Vocant, zat in de weg. Haar man Patrick, een halve meter naar links, reed en hij bleef ongedeerd. Wel werd hij ‘in shock’ afgevoerd naar het ziekenhuis. ‘In shock’ moet een soort veilig algemene term voor onkenbare gevoelens zijn, zoals een X in wiskunde, oneindig invulbaar en ongrijpbaar abstract.

Een gedachte-experiment om de week mee wakker te schudden: stel je voor dat je een lijk bent. Het is een voorstelling die we liever vermijden, schrijft Zadie Smith in haar essay ‘Man vs. Corpse’. Wekt een oppervlakkige confrontatie met de dood nog een prettig Thank God it wasn’t me-gevoel op, met te veel inlevingsvermogen kan dat doorslaan in het besef: Oh Christ, it will be me.

Stel je voor dat je een lijk bent, uitgespreid over de vloermat waar je zojuist je bergschoenen nog hebt neergezet (sinds de zesde maand laat je al het ongemakkelijke schoeisel staan), uiteengespat op de zitting waar je neerplofte terwijl Patrick de deur voor je openhield, een gewoonte die niet verloren is gegaan, ook niet na zes jaar verkering. Je buik is inmiddels zo zwaar, dat langzaam door je knieën zakken tot je de zitting raakt geen optie meer is. Je ploft, zoals je de laatste paar weken altijd ploft of dreunt of stampt, de gracieuze bewegingen zijn weg, maar gelukkig zegt Patrick dat je een elegante walvis bent – wist jij veel dat het nog veel oncharmanter zou eindigen: in stukjes op de lichtgrijze bekleding van de auto, verspreid en talrijk als kruimels croissant.

Je hebt de dood niet zien aankomen. De steen kwam van boven en daar zat het dak: leve de dingen die je voor het naderend noodlot verblinden! Je hebt ’m ook niet gehoord. De auto, een oude Citroën of een Peugeot (je bent vergeten welk merk want wat kan jou het schelen), pruttelt luid wanneer-ie tegen de helling opkruipt. Het laatste wat je zag was de weg omhoog.

De dood van Karine kwam binnen via een tweet van de NOS, ‘Rotsblok plet zwangere vrouw’, een freak accident (BBC) die als headline lekker bekt en daarna in de nieuwsladder zakt, in de vergetelheid van gister zinkt, concurrerend met nieuwe doden, vuurwerkongevallen, sportblessures. Headlines die bovenal onderstrepen: Thank God, ik was het niet.

Het is doorklikken langs het volgende lijk, naar het nieuwste probleem of ongeval, om niet aan Patrick te denken die nog dagen of weken of maanden of jaren wakker wordt van een rinkelend alarm: Oh Christ, it wasn’t me.