Regeringspartij Bangladesh wint geboycotte verkiezingen

Een politieagent trapt een man tegen de grond die samen met andere oppositieleden een stemlokaal in Bogra aanviel. Foto Reuters

De regeringspartij van Bangladesh gaat weinig verrassend aan de leiding na een van de meest gewelddadige verkiezingen gisteren in de geschiedenis van het land. De oppositie boycotte de verkiezingen en probeerde de stembusgang gisteren onmogelijk te maken door stembureaus te bezetten of in brand te steken. Zeker achttien mensen kwamen hierbij om het leven.

De boycot van de verkiezingen komt voort uit het feit dat premier Hasina weigert aan de eisen van de oppositie te voldoen, namelijk om af te treden en een neutraal persoon aan te wijzen om toezicht te houden op de verkiezingen.

Fotoserie over het geweld op de verkiezingsdag gisteren:

Premier en oppositieleider bepalen politiek al 20 jaar

Premier Hasina en oppositieleider Khaleda Zia domineren het politieke landschap in Bangladesh al zo’n twintig jaar. De laatste onenigheid tussen de twee vrouwen heeft te maken met de rol van Jamaat-e-Islami, de grootste islamitische partij in het land. De partij is een bondgenoot van Zia en was een coalitiepartner van haar regering van 2001 tot 2006.

Tegenstanders noemen de partij een fundamentalistische groepering, waarvoor in een seculier land geen plek is. Bangladesh is overwegend islamitisch, maar er gelden grotendeels seculiere wetten gebaseerd op de Britse wetgeving. De politieke crisis lijkt sterk te verergeren. Het politieke geweld kostte het afgelopen jaar aan 275 mensen het leven in Bangladesh.

Bangladesh kent een geschiedenis van politiek geweld. Zo werden er twee presidenten vermoord en heeft er sinds de onafhankelijkheid van Pakistan negentien keer een mislukte coup plaatsgevonden.