Met elkaar praten

Waar zullen we het eens over hebben? In het afgelopen jaar dook de Bechdeltest op in de wereldwijde aandacht. Alison Bechdel, inmiddels een alom geloofd en gelauwerd Amerikaans schrijver van graphic novels, formuleerde de test dertig jaar geleden in haar toenmalige cultstrip Dykes To Watch Out For.

Sindsdien is de Bechdeltest een begrip in lesbische, nee, feministische, nou ja, vrouwvriendelijke kringen, en kennelijk moeten er dertig jaar passeren voordat zoiets vanuit de duistere diepten van het vrouwenrijk bovengronds komt. De test kwam aan de oppervlakte in Zweden – waar anders? – en werd daar een paar weken geleden officieel gelanceerd.

Alison Bechdel schrijft er zelf met kenmerkende laconiciteit over in haar weblog. „Ik werd een tijdje geleden benaderd door een groep van vier Zweedse arthouse-bioscopen, die aandacht wilden vragen voor de sekseongelijkheid in films door hun repertoire te Bechdeltesten. Ze wilden een stempel van goedkeuring voor films die aan de drie simpele criteria van de test voldoen: er moeten op zijn minst twee vrouwelijke personages in voorkomen, die met elkaar praten, over iets anders dan een man. I said sure, that sounds awesome, go for it. En dat deden ze.”

Vergeet even alle heisa die hierop losbarstte. Wat mij altijd heeft geïnteresseerd aan de Bechdeltest is de vraag waarover die twee vrouwen dan met elkaar zouden moeten praten in films. Waarover praten mannen? Over geld, kunst, kennis, oorlog, wereldmacht? Waarover zouden we willen dat ze praten? Waarover willen we zelf eigenlijk het liefste praten? Waarover zullen we het vandaag eens hebben, u en ik?

Niet alle onderwerpen trekken evenveel bezoekers naar de bioscoop. Dit besef, altijd direct aanwezig zodra de Bechdeltest ter sprake komt, werd op hetzelfde moment nog in me aangewakkerd door het vreemde lot dat Myriam Vander Stichele trof.

Mocht u niet weten wie Myriam Vander Stichele is, dan komt dat doordat ze een onderzoeker is, op het gebied van handel en industrie nog wel, en dat is het soort mensen waarmee we nu eenmaal liever niet praten. Onlangs schreef Vander Stichele een stuk in de krant dat daarom volkomen onopgemerkt bleef. Het ging over een onderwerp waarover we ook al niet willen praten – de EU – en over het feit dat zelfs het parlement er tot overmaat van ramp absoluut niet over wil beginnen.

Er zit een democratisch tekort in het EU-Verdrag van Lissabon, schreef Vander Stichele. Op het moment worden onderhandelingen gevoerd over handelsverdragen en daarbij worden de wetgevers in het Nederlandse en Europese parlement rücksichtslos aan de kant gezet. Bedrijven bepalen. Parlementair en publiek debat blijft uit.

Iedereen speelt stommetje, schreef Vander Stichele, en het kwam haar op oorverdovend stilzwijgen te staan. Jawel, er was debat, er werd althans over het onderwerp geschreven door auteurs die B&R bleken te heten en door auteurs die de Acht werden genoemd. Maar terwijl B&R en de Acht joelend over straat rolden, en iedereen erbovenop dook, en ‘onderbuikgevoelens’, ‘censuur’, ‘vrijheid van meningsuiting’ en ‘populisme’ riep, raakten Myriam Vander Stichele en de EU glad vergeten.

Nee, ik wil niet suggereren dat dit is omdat ze een vrouw is. Ik zou niet durven. Het is volgens mij omdat ze een onderzoeker is. De stem van de redelijkheid die in het publieke debat niet graag wordt gehoord. En zo kom ik weer terug bij de Bechdeltest, want als we dan toch een verlanglijstje indienen, zou ik zeggen: zet Myriam Vander Stichele in een film met Angela Merkel, en laat ze eens duchtig praten over de falende democratie in Europa.

Zelf intussen, wanhopig op zoek naar een onderwerp dat u en mij zou kunnen interesseren, en niet op de hoogte van handelsverdragen tussen de EU en de VS, bleef ik nog even bij Alison Bechdel hangen. Haar test is geen stok om afzonderlijke films mee te slaan. Louter mannen aan het woord? Prima. De test vraagt alleen dat de film in het algemeen vrouwen ook een stem geeft. Een redelijk en democratisch verlangen.

Maar zoals gezegd trek je geen volle zalen met redelijkheid, en dus kwamen commentatoren en interviewers maar weer met het verwijt dat de test leidt tot censuur. „Vrijheid van meningsuiting!” riep de een. „Gedachtenpolitie!” riep de ander. „Populisme!” Onvermijdelijk begon ik zelf ook steeds simplistischer dingen te zeggen, schrijft Bechdel. Ze besloot geen interviews meer te geven.

Bechdel. Vander Stichele. Soms begint een schrijver over democratie en het recht op een stem. Maar omdat niemand zin heeft in zo’n saai en serieus onderwerp, roept elke kritische geest snel „vrijheid van meningsuiting!”. En gelukkig blijkt dat dan altijd weer een probaat middel om het gesprek helemaal dood te slaan.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.