Laat prestatie meer maatgevend zijn in onderwijs...

Passie moet voorop bij de studiekeuze, vinden we. En we pamperen studenten. Middelmatigheid en slappe studiekeuzes zijn het gevolg, vindt Herman Blom.

Illustratie pavel constantin

Gemiste kans van 2013 is het voorstel van staatssecretaris Dekker om het cum laude als beloningsinstrument in het middelbaar onderwijs in te voeren. Helaas is dit idee een zachte dood gestorven.

Het Nederlands hoger onderwijs is gebaat bij meer prestatiegerichtheid van haar inkomende studenten. De aandacht voor de middelmaat domineert. Te veel staat ons onderwijs in het teken van het hedonisme: de studie moet leuk zijn en vooral niet lastig en moeilijk. Excellentiebevordering voor een kleine groep vindt al plaats in de vorm van de University Colleges in Utrecht en Amsterdam. Waar blijft de stimulerende aandacht voor de brede groep van studenten? En kan dit niet simpelweg door meer elementen van een prestatiecultuur voor iedereen in te bouwen? Helaas gaat de aandacht nog steeds uit naar onderwijsinnovatie.

Onderwijs en vernieuwing vormen voor Nederland een inmiddels berucht begrippenpaar. Het recente WRR-rapport Naar een lerende economie tapt weer uit dit vaatje. Het is hier een en al vernieuwing van onderwijs dat de klok slaat. De WRR legt de nadruk op ‘leren leren’. Immers, de gehele maatschappij is in beweging. Volgens de WRR is een miljardenzware investering nodig. De zoveelste speeltjes mogen van stal worden gehaald.

Opvallend is dat met name het onderwijs in de Duitstalige landen in Europa veel minder onderhevig is aan wisselingen van didactische vorm en vakkenpakket. Toch is juist in die landen de jeugdwerkloosheid lager dan elders en bloeit de economie. Moeten we echt doorgaan met onderwijsinnovatie? Die Hollandse kwaal veranderitis heeft de onderwijssector sinds decennia in een vaste greep. En het probleem ligt niet zozeer in de inhoudelijke en didactische vernieuwing als wel in andere aspecten.

Neem nu de motivatie en prestatiegerichtheid van onze scholieren en studenten. Die is vaak opvallend gering. Dat is ook precies een belangrijk verschil tussen buitenlandse en Nederlandse studenten. Verschillende Nederlandse universiteiten en hogescholen hebben inmiddels meer dan tien procent buitenlandse studenten in huis. Hun aanwezigheid houdt ons een spiegel voor. Ze zijn vaak in meerderheid afkomstig uit Duitsland en China. Met name die studenten zijn gesocialiseerd in systemen waarin een hoog cijfergemiddelde doorslaggevend is voor toekomstkansen. Deze studenten vormen voor menig opleiding het zout in de pap. Ze steken met hun motivatie medestudenten aan.

Zo worden buitenlandse studenten aan universiteiten uitdrukkelijk gevraagd op aio-plaatsen te solliciteren. Zij bezetten ook de meeste plaatsen in de excellentieprogramma’s. Arbeidsmarktstudies maken bovendien duidelijk dat de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt ook mank gaat aan de studiekeuze van Nederlandse studenten. Sinds het kabinet-Den Uyl in de jaren zeventig het ideaal van ‘de ontspannen samenleving’ proclameerde is het onderwijs wel erg in de greep gekomen van het hedonisme. De aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt is onderhevig aan typisch Nederlandse misverstanden. Ik noem er drie. In de ‘ontspannen samenleving’ wordt ten eerste de vrijheid van opleidingskeuze van de student als sturingsprincipe geaccepteerd. Ten tweede staat in het onderwijs de passie van de scholier of student voorop. Keuze van opleiding wordt daardoor in Nederland gezien als de allerindividueelste expressie van de emoties van de student. Het aanbod van opleidingen volgt de interesse van studenten. Marktoriëntatie heet dit dan. Doorslaggevender zou de arbeidsmarkt moeten zijn. We zouden meer studenten moeten leiden naar de technische en natuurwetenschappelijke vakken. De Duitse buren doen ons dit voor. Ten derde wordt in Nederland onderwijs als een zorgarrangement gezien. Met ‘loopbaanbegeleiding’, coaching, en mentorgesprekken wordt de Nederlandse scholier naar zijn diploma begeleid. Ook de zwakkeren moeten de eindstreep halen. Het ideaal van Hoger Onderwijs Voor Velen heeft met al zijn goede bedoelingen tot onbedoelde effecten geleid. Dat dit pamperen ten koste gaat van eigen initiatief en het nemen van je eigen verantwoordelijkheid lijkt niet op te vallen. In al deze uitingen is vrijblijvendheid de rode draad. Middelmatigheid en slappe studiekeuzes zijn het gevolg. De verbetering van de prestatiegerichtheid van Nederlandse studenten door initiatieven als die van staatssecretaris Dekker kunnen onze kennisinstellingen weer met ambities gaan vullen. Studenten kunnen meer uit hun studiekeuze halen dan ze nu doen. Dit is te verkiezen boven de zoveelste veranderingen van onderwijsconcepties. De keizer hoeft niet steeds weer nieuwe kleren te krijgen.