Investeren met een kleine i – dat kan beter

Dat had PvdA-leider Diederik Samsom een half jaar geleden geleden goed gezien. In de Volkskrant zei hij „dat we het geld in beweging brengen dat niet op de begroting van de overheid staat, maar elders in de samenleving vastzit.”

De weg naar succes loopt langs de ontzagwekkende kapitalen die Nederland rijk is. Bijna 350 miljard euro spaargeld bij banken. Zo’n 400 miljard beleggingen bij verzekeraars. Bij pensioenfondsen: 1.000 miljard.

Hoe stroomt het kapitaal naar investeringen voor groei, toekomstperspectief en banen? Gaat het geld wel goed van A naar Beter? Werkt onze financiële infrastructuur adequaat?

Het is een onderbelicht onderwerp in de publieke discussie. Daarom een drieluik. Vandaag: snijdt het kabinetsbeleid hout? Morgen: wie financiert het gat van Nederland? Woensdag: wat is de beste bankhervorming?

Nederland is een financiële paradox. De schuldenlast van de overheid groeit. Maar tegenover de verarming van de publieke sector staat private rijkdom. Dat schuurt en wringt.

Dertig jaar geleden gebeurde dat ook. De economie was vastgelopen. Het kabinet-Van Agt (1977-1981) lanceerde op de valreep de MIP, de Maatschappij voor Industriële Projecten. Een nieuwe industriefinancier. De MIP was een idee van denktank WRR en econoom Arie van der Zwan. Banken en andere financiers waren passief vanwege stroppen, economisch laagtij en kennisgebrek. De overheid stortte het startkapitaal en zette banken, verzekeraars en pensioenfondsen onder druk mee te doen.

Toen de MIP haar zaken op orde had, was de economie al aan het herstellen. De katalysator was overbodig. In 1993 zag je dezelfde politiek-economische reflex in reactie op het bankroet van vrachtwagenbouwer Daf. Toen heette het de Industriefaciliteit. De financiële wereld werd ook nu onder druk gezet om mee te doen. De realiteit won van het plan. De Industriefaciliteit bleef werkloos.

Het kabinet-Rutte wil twee bruggen slaan tussen financiers en economie die sterk op Industriefaciliteit en MIP lijken.

De eerste brug is een Nationale Hypotheekinstelling die een schakelfunctie krijgt tussen pensioenfondsen en andere (buitenlandse) beleggers enerzijds en de banken anderzijds. De eerste groep moet woninghypotheken kopen van de banken. Staatsgaranties moeten als smeermiddel werken. De beleggers krijgen een rendabele belegging, de banken krijgen extra financiële ruimte. Voor kredieten aan het midden- en kleinbedrijf bijvoorbeeld.

Dit plan verwatert inmiddels steeds meer. Concurrentiewaakhond Autoriteit Consument en Markt ziet nadelen. Het is ook de vraag of de Europese Commissie groen licht geeft. Kortom: dit ziet eruit als een nieuwe MIP: te weinig, te laat.

Het tweede initiatief komt er zeker en heet de Nederlandse investeringsinstelling (Nii). Inderdaad, dat is investeren met een kleine i. Deze Nii moet als makelaar „het kapitaal van institutionele beleggers voor de Nederlandse economie mobiliseren”, schreef minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) vorig jaar aan de Tweede Kamer. De pensioenfondsen en de verzekeringssector doen mee, de banken zijn uitgenodigd. Het kabinet heeft een capabele kwartiermaker, voormalig financieel directeur Jan van Rutte van ABN Amro, om het plan van tekentafel naar uitvoering te tillen. Maar het idee mist één ding: eigen kapitaal. Oftewel: dit is een MIP met lege zakken. Wie professionele financiers moet overtuigen van een gezonde investering maar zelf niet mee kan doen, is geen geloofwaardige partner. Dus, kabinet, room ergens een miljard of meer af (het reguliere dividend van ABN Amro, aardgasbaten, verkoopopbrengst Urenco) en laat het Nii investeren met een kapitale I.

Vandaag en morgen bieden een Nationale Hypotheekinstelling en een Nii het bedrijfsleven geen soelaas, terwijl her en der krediettekorten heersen.

Wie lost dat op? Lees morgen deel 2.