‘Houten palen waren teken van macht’

In het oude Uppsala zijn lange rijen paalresten uit de vijfde eeuw gevonden.

Archeoloog Anton Seiler (links) bij de fundamenten van een pilaar. Eenlange rij pilaren ligt langs een weg die is verlegd voor de aanleg van een spoortunnel. Foto’s SAU en www.flygfoto.com

Het moet een imposant gezicht zijn geweest voor bezoekers aan het prehistorische Zweedse Gamla Uppsala. Honderden houten pilaren in een paar kaarsrechte lijnen, die tot wel tien meter hoog boven het verder boomloze landschap uittorenden. Maar voor de hedendaagse archeologen zijn de resten een groot mysterie. Waarom de pilaren ooit zijn neergezet – en door wie – is onduidelijk.

Vlakbij het Archeologische museum in Gamla Uppsala, even ten noorden van het hedendaagse Uppsala, bouwen werklui een nieuwe spoortunnel. De eerste sneeuw van het seizoen heeft het werk vertraagd. Alles oogt vies. De plaats waar de pilaren werden gevonden is modderig. Tussen de sporen van bulldozers zijn de punten te zien waar 1500 jaar geleden de pilaren stonden. Afgelopen zomer zijn er 144 gevonden. Ooit waren er waarschijnlijk veel meer. Met een tussenruimte van zes meter stonden ze op een rechte rij, over een lengte van een kilometer. Een stuk verderop werden er nog eens dertig gevonden.

In het oude centrum van Uppsala, tussen het riviertje Fyrisån en de grote domkerk, ligt het Upplandsmuseum. Archeoloog Robin Lucas scrolt door een collectie foto’s van de opgravingen, van voor de eerste sneeuwval. Hij vertelt wat een helse klus het oprichten van de pilaren moet zijn geweest voor de bewoners rond het jaar 450. Het land rond Uppsala was toen erg drassig. Er groeiden praktisch geen bomen, dus die moesten van kilometers verderop komen. Hetzelfde geldt voor de stenen die gebruikt zijn om de pilaren te verankeren, zo’n vijfhonderd kilo per pilaar. De precisie imponeert Lucas. „De pilaren staan in kaarsrechte lijnen, niet één pilaar wijkt af.”

Gamla Uppsala (Oud Uppsala) was een belangrijke plek in de stammensamenleving in Zweden, een plek waar de macht zich concentreerde. Eerder zijn er resten gevonden van grote woningen. Er hebben hallen gestaan, voor grootschalige bijeenkomsten. En op een heuvel werd waarschijnlijk recht gesproken. Ook was het een belangrijk spiritueel centrum.

De Duitse monnik Adam van Bremen bezocht het gebied aan het einde van de elfde eeuw. Waarschijnlijk rond de tijd dat koning Inge de Oudere afscheid nam van de oude religie door zich te laten dopen. Van Bremen beschreef mystieke, bloedige rituelen die elk negende jaar plaatsvonden in een tempel in Gamla Uppsala. Drie grote heuvels speelden volgens Van Bremen een grote rol in de rituelen. Drie grafheuvels zijn nu nog steeds zichtbaar. Verschillende overleveringen schrijven de grafheuvels toe aan goden Odin, Freja en Thor, volgens anderen zouden ze van de mythische Vikingkoningen Adils, Aun en Egil zijn.

De geschriften van Adam van Bremen zijn de oudste geschreven bron over het gebied. Zijn overleveringen zijn bepalend voor de beeldvorming over Gamla Uppsala, maar zijn sterk gekleurd door zijn vrome monnikenblik. De opgravingen moeten duidelijk maken wat er eerder gebeurde.

Uit de tijd van de pilaren zijn alleen resten van woningen gevonden. Niets anders wijst erop dat Uppsala toen al belangrijk was.

De grafheuvels bijvoorbeeld werden in de zevende eeuw aangelegd, zo’n tweehonderd jaar na de pilaren. Archeologen en historici hopen dat de vondst uiteindelijk ook antwoord kan geven op de vraag hoe Gamla Uppsala zich heeft ontwikkeld tot de belangrijke plek die het geweest is voor de Vikingen en hun voorvaderen.

Archeoloog Lucas is overtuigd van het belang van de pilaren, maar kan ook niet meer doen dan speculeren over hun functie. Een verdedigingsmuur lijkt uitgesloten, daarvoor stonden de pilaren duidelijk te ver uit elkaar.

In een van de kuilen waarin de pilaren stonden zijn resten van beenderen gevonden. Dat zou er op kunnen wijzen dat er offers gebracht zijn. Maar mogelijk zijn die beenderen pas in de kuilen gelegd nadat de palen, die waarschijnlijk nog geen eeuw hebben gestaan en niet meer zijn vervangen, al waren verdwenen.

„Een geschreven bron zou uitsluitsel kunnen geven, maar de kans dat die ooit nog gevonden wordt is erg klein”, verzucht Lucas. „In die tijd van koningen en stamleiders bestond er geen harde grens tussen aardse en religieuze macht. De pilaren kunnen een religieuze rol hebben gespeeld, maar dat was zeker niet het voornaamste doel. Ze waren waarschijnlijk vooral een uiting van aardse macht.”, stelt Lucas. „Hun boodschap was: hier huist de macht.”