Hoge stem

Op 3 maart 1984 schreef Boudewijn Büch op deze Achterpagina over The Everly Brothers in zijn serie Tragiekmuziek: „Het moet een wonder genoemd worden dat de broers het zolang met elkaar hebben uitgehouden. Vanaf hun zesde jaar totdat zij gegoede dertigers waren, reisden ze met ma en pa, en later met zijn tweeën door Amerika en ver daarbuiten.”

Die door de familie opgelegde druk om hun succes als tieneridolen uit te baten, was volgens Büch de oorzaak van de latere onderlinge ruzies en breuken. Het is een aannemelijke theorie, al zullen karakterverschillen er ook debet aan zijn geweest. Don, twee jaar ouder dan de vrijdag overleden Phil, was labieler dan zijn broer; hij raakte aan de drugs en belandde met suïcidale neigingen in psychiatrische inrichtingen.

Op het podium en in de studio was hun samenwerking fenomenaal. Paul Simon schreef in The New York Times dat dit het mooiste zangduo was dat hij ooit had gehoord: pure, bezielde stemmen.

Ik heb toevallig vorig jaar al bewonderend over de Everly’s geschreven, maar nu hoort u het ook eens van een ander. Zonder de Everly’s waren er vermoedelijk nooit The Beatles geweest. De close harmony singing van Phil en Don bleef ongeëvenaard. Don leidde, Phil volgde met zijn snijdende, hogere stem een tel later.

„Ik kan in een hotel nog steeds geen room-service bestellen, want dan zeggen ze nog altijd: dank u, mevrouw”, aldus Phil. „Mijn hele leven is dat al zo geweest. Toen ik echt jong was vond ik dat vreselijk, maar nu zeg ik: loop naar de hel. Ik maak er ook nooit meer ruzie over, maar vroeger zei ik dan altijd: (zware stem) ik ben een man!”

Dat vertelde hij in 1982 in een interview aan Elly de Waard van Vrij Nederland. Daarin komt ook de neergang in hun populariteit ter sprake, die halverwege de jaren zestig begon. Was het de opkomst van Phil Spector, The Beach Boys, The Beatles, vraagt De Waard. Phil Everly houdt het op meerdere factoren, maar voegt eraan toe: „We verkochten altijd wel ergens.” Alleen: „Het was natuurlijk nooit meer zoals in het begin, die machtige gebeurtenis toen Bye Bye Love voor het eerst across the board ging.”

Dan noemt hij een oorzaak die wel eens van doorslaggevend belang kan zijn geweest: door een breuk met hun manager Wesley Rose werden ze afgesneden van de liedjes van songwriter Boudleaux Bryant, die voor Rose werkte. Bryant had met zijn vrouw Felice een groot aantal bijzondere liedjes voor de Everly’s geschreven, zoals Bye Bye Love, Wake Up Little Susie, All I Have To Do Is Dream en Love Hurts. De songwriter is nu eenmaal voor de singer wat de scenarist is voor de filmregisseur: onmisbaar, hoe onzichtbaar ook voor de buitenwereld.

Gister liep ik over de „Sunday Market” voor „Art, Fashion en Design”, niet in Londen, maar bij de Westergasfabriek in Amsterdam. Wat knalde uit de luidsprekers? Be Bop A Lula van de Everly’s. Ze zongen het beter dan de schrijver, Gene Vincent, zoals ze ook Let It Be Me van Gilbert Bécaud het eeuwige leven gaven.

Eeuwig? Phil zou dat gerelativeerd hebben, hij leek me een nuchter man. Tegen Elly de Waard legde hij uit dat het leven van een popster minder glamourous was dan het eruitzag. Eigenlijk had je géén leven, vond hij. „Met al het geld dat je met toeren verdient, kun je toch nooit de tijd terugkopen die je niet met je kinderen doorbrengt. Het is de kwaliteit van leven die telt.”