Hier komen de geslagen vrouwen weer tot rust

Crisisopvang biedt slachtoffers veiligheid en houvast

Een groepje vrouwen met dikke buiken zit in een kring op de grond. In een zaaltje in het oude schoolgebouw waar de vrouwenopvang van het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM) is gehuisvest, leren ze zich te ontspannen en proberen ze zich voor te bereiden op hun bevalling. Ze moeten het alleen doen, de vaders zijn uitbuiters van de vrouwen geweest, of onbekend.

De meeste van de 41 vrouwen in het opvanghuis zijn slachtoffers van seksueel geweld, gedwongen prostitutie. Het zijn vrouwen die soms 16 uur per dag, zes tot zeven dagen in de week, klanten moesten afwerken. Protest betekende klappen, maar ook vrouwen die alles deden wat hun uitbuiter hun opdroeg werden geslagen. Andere vrouwen werden als slaaf gehouden. Zij poetsten hun handen stuk, of werkten zich kapot in een Chinees restaurant. Het precieze aantal slachtoffers van mensenhandel is onbekend.

Getraumatiseerd en soms ook depressief: zo komen de vrouwen binnen bij de crisisopvang van HVO-Querido, de grootste welzijnsorganisatie in Amsterdam. De overgang van hun onveilige situatie naar de opvang in het oude schoolgebouw is groot. Het regime van het opvanghuis is strikt: vroeg opstaan, samen koffie en thee drinken en daarna naar afspraken met hulpverleners of deelnemen aan activiteiten. Beautyles, kookles, Nederlandse les, traumaverwerking of vrijwilligerswerk. Het ritme moet hun houvast en rust bieden.

Veel van de vrouwen – soms nog minderjarig, verstandelijk beperkt, analfabeet – komen uit Bulgarije, Hongarije, Nigeria, Guinee, China of Brazilië. Vaak geronseld door mensenhandelaren, soms verkocht door hun eigen vader en moeder. „Een meisje bij ons in de opvang werkte al sinds haar twaalfde in de prostitutie om haar ouders te onderhouden”, zegt zorgcoördinator Mill Bijnen.

Een 22-jarige vrouw uit West-Afrika vertelt haar verhaal. Ze huilt. Onder het mom van „een goede opleiding” en „een beter leven” werd ze door een handelaar naar Nederland gelokt. Eenmaal hier belandde ze met nog meer Afrikaanse meisjes in een bordeel. „They beat me”, zegt ze. Ze wist te ontsnappen, maar het lukt haar niet te vertellen hoe. Het wordt haar te machtig.

Ze is niet alleen getraumatiseerd, maar ook fysiek beschadigd. Ze is in haar thuisland besneden, en liep in Nederland een soa op waarvoor ze meerdere keren is geopereerd. En ze raakte besmet met hiv. Meer vrouwen in de opvang hebben het virus, maar ze vertellen het niet aan elkaar. In veel culturen heerst een taboe op de ziekte door angst voor besmetting.

Tijdens een bezoek aan het opvanghuis was de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan zo onder de indruk van de verhalen van de vrouwen dat hij het initiatief nam hen van woonruimte te voorzien. Vrouwen die voor zichzelf kunnen zorgen, kunnen daar dan na de crisisopvang terecht. In de stadsregio Amsterdam worden hiervoor het komende half jaar tien woningen vrijgemaakt.

Slachtoffers van mensenhandel komen in de drie maanden durende crisisopvang terecht als ze hulp hebben gezocht of als de politie hen aanmeldt. Regelmatig doet de politie invallen op plekken waar vermoedelijk sprake is van mensenhandel. „Zorg voor de vrouwen is prioriteit, maar aangifte doen is ook belangrijk”, zegt zorgcoördinator Bijnen. Zo kunnen de daders worden vervolgd, en komen de vrouwen in aanmerking voor een voorlopige verblijfsvergunning. Ze mogen drie maanden nadenken of ze aangifte doen. Uiteindelijk doet 90 tot 95 procent van de vrouwen aangifte.

Sommige vrouwen vinden niet dat ze slachtoffer zijn van vrouwenhandel, zegt Bijnen. Vergeleken met de omstandigheden in hun thuisland, waar ze in ernstige armoede leefden of op straat in de prostitutie werkten, vinden ze de situatie in Nederland een grote vooruitgang. Hier verdienen ze tenminste wat geld en werken ze in een bordeel of achter een raam, redeneren ze.

De hulpverleners en de politie vertellen de vrouwen dat wat hun is overkomen „niet normaal” is, en strafbaar. Bijnen: „Ik heb geen oordeel over het beroep prostituee. Het is wel belangrijk dat zij hun werk in alle vrijheid kunnen doen, zonder een handelaar die hun opdraagt waar ze moeten werken en hoe lang. En dat ze vervolgens het geld aan hem moeten afstaan.”

Een jonge Nederlandse vrouw die met haar zoontje in het opvanghuis verblijft, vertelt hoe zij in de prostitutie raakte. Zij kreeg een vriend die haar na korte tijd dwong achter een ‘raam’ te gaan staan. „Hij sloeg me en zette een pistool tegen mijn hoofd.” Ze werkte zes dagen in de week, zag haar kind nauwelijks en al het geld ging naar hem. „Ik moest al mijn kleren uittrekken zodat hij kon controleren of ik geen geld verstopt had.” Ruim twee maanden geleden vluchtte ze naar de politie en deed aangifte.

Ze is blij met de crisisopvang. Ze kan weer veel tijd met haar zoontje doorbrengen en ze is optimistisch over haar toekomst: een opleiding volgen, daarna een baan. Bijnen is blij voor haar, maar ook voorzichtig. „De vrouwen hebben vanaf hier nog een lange weg te gaan.”