Gezocht: gemeenteraadsleden

Van de kiesgerechtigde Nederlanders was in 2012 2,5 procent lid van een politieke partij. Ziedaar een belangrijke oorzaak van de moeite die politieke partijen hebben met de rekrutering van kandidaat-gemeenteraadsleden. Die trend werd gisteravond bevestigd door de resultaten van een enquête die de Vereniging van Griffiers op verzoek van het televisieprogramma Nieuwsuur heeft gehouden.

97 van de 220 griffiers die reageerden (op een totaal van 408), gaf aan dat het lastig is kandidaten voor de gemeenteraad te vinden en 65 meenden dat het nu, met de verkiezingen van 19 maart in het vooruitzicht, moeilijker is dan vier jaar geleden.

In 1950 waren 635.000 burgers lid van een partij, terwijl het aantal kiesgerechtigden in vergelijking met nu minder dan de helft bedroeg. In 1960 waren ruim 730.000 burgers lid, in 1990 nog maar bijna 360.000 en per 1 januari 2013 ruim 315.000, zo blijkt uit cijfers van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Dan was 2012 nog een jaar, zoals vaker in verkiezingsjaren, waarin het aantal leden licht steeg, met name dankzij de nieuwe partij 50Plus.

Overigens was het gezamenlijke ledental rond de eeuwwisseling tot onder de 300.000 gezakt, waaruit blijkt dat de relatief geringe animo van nu om lokaal volksvertegenwoordiger te zijn, niet alleen met het lidmaatschap te maken heeft. Zorgwekkend is die weerzin wel. Democratie bestaat bij de gratie van burgers die zich voor het collectieve belang willen inzetten. Gemeenten zijn de overheidslichamen die het dichtst bij de burgers staan; ze hebben er in direct zin het meest mee te maken. Wat niet heeft verhinderd dat de opkomst bij plaatselijke verkiezingen veel lager is dan bij de landelijke.

Raadsleden controleren het dagelijks bestuur dat bestaat uit burgemeester en wethouders. De gemeenteraad is het hoogste orgaan van de gemeente. Al zal menig raadslid van tijd tot tijd door een gevoel van machteloosheid worden bevangen als hij vaststelt dat gemeenten ook vaak veredelde uitvoeringsorganen van rijksbeleid zijn. Juist de komende jaren krijgen gemeenten extra taken naar zich toegeschoven; het betekent financieel nog meer passen en meten. Dat vergt moeilijke politieke beslissingen van volksvertegenwoordigers die de totale lokale samenleving representeren.

Wie zijn werk als raadslid goed wil doen, heeft het niet gemakkelijk. Het is voor de meesten een nevenfunctie naast hun ‘gewone’ baan. Daar staan fulltime wethouders en burgemeesters tegenover, die op de hulp van een ambtenarenapparaat kunnen rekenen. Raadsleden verdienen meer respect van de burgers namens wie en voor wie zij hun taak verrichten. Werk dat voor het functioneren van de lokale democratie onontbeerlijk is.