Erdogan gaat ten onder door eigen coup

De Turkse premier Erdogan intervenieerde in de rechtsprekende macht. Daarmee groef hij zijn eigen graf, menen Tan Tunali en Enno Maessen.

Het kenniscentrum van de Gülen-beweging in de Amerikaanse staat Pennsylvania, dat ook dienst doet als woonhuis van oprichter Fethullah Gülen. Een machtsstrijd tussen Gülenisten en aanhangers van premier Erdogan dreigt de Turkse AK-partij te verscheuren. foto reuters

‘Voor wie werk jij eigenlijk?” vroeg de Turkse premier Tayyip Erdogan aan Muammar Akkas, de aanklager die recentelijk het corruptieonderzoek begon dat de Turkse politiek op zijn grondvesten deed schudden. Akkas verklaarde tegenover de media dat de zaak hem van hogerhand uit handen was genomen. Erdogan reageerde woest: „Als jij zelf niet verklaart voor wie je werkt, dan doe wij het wel.” Nog geen zes maanden na de massale demonstraties in heel Turkije zien de regerende AK-partij en premier Erdogan zich voor een veel grotere uitdaging geplaatst. Het alsmaar uitdijende corruptieschandaal brengt de regering ernstig in de problemen.

Als onderdeel van het onderzoek vond in de vroege ochtend van 17 december in Istanbul een reeks arrestaties van prominente figuren plaats. Onder hen waren drie zonen van inmiddels afgetreden ministers, een bouwtycoon en de CEO van een staatsbank. Zij worden onder andere beschuldigd van omkoping bij aanbestedingen en het tegen smeergeld openstellen van beschermde gebieden voor bouwprojecten. Toen enkele dagen later ook een arrestatiebevel voor de zoon van Erdogan zelf werd opgesteld, greep de premier in. Openbaar aanklager Akkas kon zijn werk niet afmaken en werd vervangen. Eerder was de politiechefs die het onderzoek leidden eenzelfde lot ten deel gevallen.

Beide voorbeelden zijn tekenend voor Erdogans autoritaire regeerstijl. Het betekent het failliet van de scheiding der machten. Met deze interventie in de rechtsprekende macht pleegt Erdogan de coup die hij zelf altijd vreesde.

Turks nationalisme

Alom wordt aangenomen dat de Gülen- beweging achter de operatie zit. De islamitische prediker Fethullah Gülen heeft miljoenen volgelingen binnen en buiten Turkije. Met een groot netwerk van scholen promoot hij wereldwijd een nieuwe versie van de islam, waarin neoliberaal marktdenken, religie en Turks nationalisme samengaan. In Turkije infiltreerden de in zijn scholen opgeleide ‘Gülenisten’ de afgelopen jaren belangrijke politieke en justitiële instituten, waaronder het politieapparaat.

Gülen en Erdogan trokken aan het begin van deze eeuw nog samen op tegen de (al)macht van het leger en de seculiere politieke elites, maar beide kampen zijn, na een serieuze verzwakking van de gemeenschappelijke vijand, nu in een onderlinge strijd om de macht verwikkeld geraakt.

Aangezien de Gülen-beweging ook veel volgelingen heeft binnen de AK-partij is de interne cohesie hiervan zwaar beschadigd. Waar onvrede binnen de partij voorheen slechts mondjesmaat in de openbaarheid kwam, spreken partijprominenten zich nu openlijk uit. Oud-minister Ertugrul Günay stapte onlangs samen met twee andere partijleden op naar aanleiding van eenzijdig handelen van premier Erdogan. De minister van Milieu en Stedelijke Ontwikkeling, Erdogan Bayraktar, wees naar aanleiding van zijn ontslag zelfs direct met de beschuldigende vinger naar de hoogste baas: „De omstreden bouwprojecten zijn bijna allemaal door de premier zelf goedgekeurd. (...) Ik denk dat het daarom goed is voor het welzijn van dit land en haar volk als de premier zijn ontslag indient.”

Hand overspeeld

Hoewel de termijn en wijze waarop nog onzeker zijn, is het uit elkaar vallen van de AK-partij onvermijdelijk. Erdogan heeft zijn hand overspeeld door zichzelf te vereenzelvigen met de partij, de staat en de wil van het volk. ‘Met mij, of tegen mij’, is zijn adagium. Door deze provocerende houding lijken zijn dagen geteld en speculeren analisten voor het eerst openlijk over een Turkije zonder Erdogan, de man die de Turkse politiek in de afgelopen tien jaar domineerde. Met de gemeenteraadsverkiezingen in maart kan het onbehouwen optreden van Erdogan het politieke landschap van Turkije voor het eerst in tien jaar serieus veranderen. De Turkse economie is beschadigd en de Turkse lira daalde tot het laagste punt in jaren. De combinatie van het onvoorspelbare handelen van de premier en het beschimpen van de Gülen-beweging, heeft geleid tot animositeit onder een deel van het electoraat. Een eerste consequentie kan zijn dat de AK-partij Istanbul, het economische en culturele hart van Turkije, verliest aan de oppositie.

Hoewel de rol van Erdogan nog niet is uitgespeeld, is dit het begin van zijn politieke einde. Hij is in toenemende mate geïsoleerd geraakt, internationaal, nationaal en ook binnen zijn eigen partij. Het hardhandig neerslaan van de demonstraties deze zomer leverde Erdogan met name internationaal zware reputatieschade op. Daarnaast leidde zijn bruuske houding tijdens de crises in Libië en Syrië in diplomatieke kringen tot opgetrokken wenkbrauwen. Op nationaal niveau was het conflict met Gülen en de daarop volgende interventie in het juridische apparaat voor verschillende partijleden de druppel die de emmer deed overlopen. De voorman van de partij die ooit de democratische belofte van Turkije was, staat nu voor een toekomst zonder democratie en onafhankelijk recht. Hoewel hij nog altijd kan rekenen op de steun van een aanzienlijk deel van de bevolking, verliest hij hiermee het potentieel voor een doorslaggevende meerderheid. Een verlies van Erdogan betekent dan ook dat de uiteindelijke macht in Turkije nog altijd bij het volk ligt; iets wat de premier zelf continu met veel volharding benadrukt.