Economie kan niet zonder maatschappij

Een groep Oostenrijkse economen stond in de jaren twintig aan de wieg van de vrije-markteconomie. Maar ze dachten ook over de cultuur waarin die economie tot bloei moest komen, en de rol van de econoom. Die stemmen zou Erwin Dekker (1984) graag weer horen in het actuele debat. Hij studeerde economie, politicologie, en filosofie van de sociale wetenschappen.

Hoe ben je in de politicologie en filosofie beland?

„Toen ik economie studeerde, vond ik het een steriel vak. Er is weinig ruimte voor verschillende meningen, het wordt haast gepresenteerd als een natuurwetenschap. Maar economie is een menselijke wetenschap met een morele kant. In de geschiedenis van de economie komt naar voren hoe de theorieën gevormd zijn. Dat fascineerde me.”

Wat vond je in de geschiedenis van de Oostenrijkse school van de Economie?

„De beroemdste telg van die school is Friedrich Hayek. In de jaren 1980 flirtten de Britse premier Margaret Thatcher en de Amerikaanse president Ronald Reagan met zijn ideeën. Hij wordt gezien als de vrije-markteconoom bij uitstek. Maar dat is een heel nauwe interpretatie. Hayek en de andere Oostenrijkers zien in dat de economie alleen kan bestaan als die is ingebed in een samenleving die haar accepteert en in stand houdt. De markt kun je niet van bovenaf veranderen en hervormen, zoals de sociaal-democraten wilden die in 1920 in Wenen aan de macht waren. Dat inzicht is hun echte bijdrage. En die is geheel verloren gegaan.”

Hebben moderne economen dat niet van die Oostenrijkers geleerd?

„Nee. We bestuderen economie nu weer alsof die niet samenhangt met maatschappelijke processen en cultuur. De EU organiseert alleen de economie van Europa. Die oude Oostenrijkers zouden zeggen: dat is hartstikke gevaarlijk. Zonder inbedding ontstaat vroeg of laat verzet. En we zijn wederom gaan denken dat we markten kunnen perfectioneren. Bij de Oostenrijkers zie je de acceptatie van de imperfectie. Zij zeggen: sommige problemen of nare uitkomsten moeten we nu eenmaal accepteren. Dat is de prijs die we betalen voor de beschaving.”

Hoe zouden zij nu naar Nederland kijken?

„In Nederland overleggen we veel. Werkgevers en werknemers gaan om de tafel om over de lonen te praten. Dat is stroperig en ondoorzichtig. Met een markteconomen-blik zou je zeggen: direct afschaffen dat polderen, inefficiënt. Maar met de blik van die Oostenrijkers zeg je: zo maken we de Nederlandse economie mogelijk, we geven haar een kader waarbinnen ze kan functioneren. We bepalen daar welke mate van ongelijkheid acceptabel is.”

Gaan we hier nog wat van terugzien?

„Economen hebben een dubieuze rol gespeeld in de economische crisis. We proberen te formuleren wat ethiek voor economen zou kunnen inhouden. Een soort bankierseed, maar vooral meer bewustzijn bij economen over hun rol in de maatschappij.”

Niki Korteweg

Erwin Dekker verdedigt zijn proefschrift op 9 januari 2014 om 13.30 uur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.