De regio heeft ze nodig, de Poolse werkers

De arbeidsmigratie uit Oost-Europa naar de regio Eindhoven is structureel. Daarom is er nu een wooncomplex voor de werknemers „die in Nederland niet te vinden zijn”.

Polen verhuizen hun spullen en schrijven zich in voor hun nieuwe kamers in het Rotterdamse Polenhotel, een voormalig asielzoekerscentrum. Dezer dagen nemen zo’n 280 bewoners er hun intrek. Foto’s Robin Utrecht

Aan de rand van Eersel, vlak langs de A67, staan drie gelijkvormige gebouwen met Poolse namen. Rondom liggen een voetbalveld, een basketbalveld, een overdekte rookplek, een parkeerplaats en een fietsenstalling. Op een bankje onder de overkapping rookt de Poolse Waldemon (53) een sigaret. Hij werkt al vijftien jaar in Nederland en is nu de beheerder van dit Flex Logies Gebouw waar zestig landgenoten verblijven. Hij ontvangt nieuwkomers en zwaait vertrekkers uit. Hij houdt de centrale keukens schoon waar op een prikbord roosters en mededelingen in het Pools hangen.

Trots laat hij de kamer zien die hij deelt met Jarek (29). Twee bedden, een bank, een flatscreen-tv, een kast, een tafel met stoelen, een kitchenette en een badkamer. Zo zijn alle kamers, vertelt hij. Splinternieuw. In juli afgelopen jaar opgeleverd.

Er moeten in Nederland veel meer van dit soort verblijfplaatsen gebouwd worden, zegt Wim Reedijk van het Expertisecentrum Flexwonen voor Arbeidsmigranten. Hij kreeg van de overheid opdracht die bouw te stimuleren, onder meer omdat Roemenen en Bulgaren sinds 1 januari zonder werkvergunning in Nederland mogen werken. Maar het vuur ontbreekt bij werkgevers, woningcorporaties en gemeenten, zegt hij: „Bovendien zijn de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht. Met het besluit een wooncomplex voor arbeidsmigranten te realiseren, worden partijen niet direct populair, zijn ze bang.”

In Eersel is het wel gelukt. Negen jaar geleden begon directeur Roel van Heugten van detacheringsbureau Metaal Flex kopjes koffie te drinken met wethouders uit de omgeving. „Wij voorzien deze Eindhovense technologieregio van gespecialiseerde flexwerkers die in Nederland niet te vinden zijn. Wij betalen de mensen die wij uit Polen halen keurig volgens de cao en willen ze graag fatsoenlijk huisvesten.”

Hij wees zijn gesprekspartners op de vele campings en bungalowparken in de buurt die waren verworden tot armoedige verblijfplaatsen voor arbeidsmigranten. Lang sprak hij voor dovemansoren. Na vijf jaar besloot Woningstichting de Zaligheden mee te werken, maar het bleek lastig om de flexibele werkers kamers te verhuren in reguliere woningen. Een leeg verzorgingshuis leek een ideale plek voor tijdelijke werknemers, maar wijzigen van de bestemmingsplannen bleek lastig en in de buurt was veel weerstand. Dus werd besloten tot nieuwbouw, op een stuk land van de woonstichting aan de rand van Eersel.

De gemeente had in 2009 onderzoek laten doen waaruit bleek dat het verblijf van tijdelijke arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa hier structureel was. De maakindustrie in de regio, met bedrijven als DAF en ASML, zou de migranten ook in de toekomst nodig hebben. Wethouder Roeland van Hooff (ruimtelijke ordening, CDA): „Toen voelden we ons verplicht te zorgen voor goede huisvesting.”

De gemeente wijzigde het bestemmingsplan. De woonstichting bouwde voor 3,2 miljoen euro. Metaal Flex richtte de zestig plekken in en zegde toe het complex zeker twintig jaar te huren. „Natuurlijk droomden wij eigenlijk van een complex voor 250 werknemers, maar de gemeente wilde voorzichtig beginnen”, zegt Van Heugten.

Het complex maakt het Metaal Flex gemakkelijker werknemers gezamenlijk naar hun werk te vervoeren, spreekuren en bijeenkomsten te houden, ontvangst en vertrek netjes te regelen. Van Heugten: „Uitzendkrachten komen enkel naar Nederland als je ze niet alleen werk, maar ook een verblijfplaats biedt. Ze hebben geen zin om dat allemaal zelf nog te regelen.”

De woningstichting gelooft dat er een markt ontstaat voor flexibele woonruimten als deze. Niet alleen voor migranten, ook voor mensen die scheiden of voor werk worden gedetacheerd. De gemeente is blij dat ze malafide praktijken kan aanpakken nu er een fatsoenlijk alternatief bestaat. Wethouder van Hooff: „Het is tijd dat ook andere gemeenten dat onder ogen zien. Er moeten veel meer van dit soort complexen gebouwd worden.”

Waldemons kamergenoot Jarek dooft zijn sigaret. Hij werkt bij VDL als lasser en is twee jaar in Nederland. Geregeld gaat hij een tijdje terug naar zijn vrouw en twee jonge kinderen in Polen. Uiteindelijk wil hij met zijn gezin in Nederland komen wonen.