De Nederlandse televisie is geweldig!

Spaanse slager begrijpt de Roemenen.

Zeven jaar lang heb ik geen Nederlandse televisie gekeken. Niet uit afkeer van alle soaps, avonturenprogramma’s en Big Brother-achtige happenings, maar omdat ik het grootste deel van die tijd in Rusland woonde. Daar is tv een propagandamiddel van de staat, die de werkelijkheid mooier voordoet dan ze is.

Wat een genot was het daarom om afgelopen weekend naar de Nederlandse publieke omroep te mogen kijken. Het ene kwaliteitsprogramma na het andere heb ik gezien. Mijn voorgevoel dat tijdens mijn afwezigheid in de Oost alles nog oppervlakkiger was geworden, bleek ongegrond.

Zaterdagavond was Nieuwsuur het hoogtepunt in mijn kijkbeleving met een aflevering van de serie ‘De Europese worsteling’ van verslaggever Saskia Dekkers. Ze liet goed zien hoe in het Spaanse stadje Coslada over Europa wordt gedacht: overwegend positief. In het land, dat samen met Griekenland zwaar onder de eurocrisis heeft geleden, wordt heel wat genuanceerder gereageerd op tal van Europese problemen dan in Nederland. Over de Roemeense immigranten bijvoorbeeld, die in Coslada 30 procent van de bevolking uitmaken. „Ze zijn hier omdat ze honger hebben, net zoals wij hier 50 jaar geleden”, zegt een slager. Zoiets kun je verwachten in een land waar iedereen zelf weet wat het is om te moeten emigreren. En daarom steunen ze in Coslada de Roemenen, die massaal hun baan verliezen.

Vanaf zondagmiddag werd ik overstelpt met cultuurprogramma’s: Kunststof TV met de bekendmaking van de Gouden Ganzeveer voor David Van Reybrouck, O’Hanlons Helden (Britse excentriekeling in Rusland op zoek naar 18de-eeuwse Duitse ontdekkingsreiziger) en Andere Tijden, dat in mijn zeven jaar van buisloosheid niet aan kwaliteit heeft ingeboet. Dit keer ging het over de overmoed van Joop van den Ende om in 1994 op Broadway een Nederlandse musical (Cyrano) op te voeren. Mooi was om te zien hoe lefgozer Van den Ende doorzette, soms tegen beter weten in, en hoe de Nederlandse pers niet geïnteresseerd was. Leuk detail: niet Henk van der Meijden kreeg de primeur, maar NRC Handelsblad.

Een paar uur eerder zat bij Eva Jinek Van den Endes voormalige kompaan John de Mol aan tafel, net zo’n lefgozer, maar dan wat gelikter. „De messen worden geslepen”, zei hij over de verwachte reacties van de schrijvende pers op zijn nieuwe, gehypete reality-soap Utopia. Een onbewerkt stuk land, twee koeien, 25 euro beltegoed, dat is zo ongeveer alles wat de vijftien mannen en vrouwen bezitten die vanaf vanavond dagelijks een jaar lang verslag moeten doen van hun pogingen een ideale samenleving op te bouwen. De Mol liet al vast een opgenomen minuutje uit het leven van de utopisten zien. „Ze hebben behoefte om uit hun dagelijkse leven te breken”, zei hij. Ik ken dat gevoel, en alleen daarom al verheug ik me erop.

Chef Boeken Michel Krielaars vervangt deze week tv-recensent Hans Beerekamp.