Zeker achttien doden bij geweld tijdens verkiezingen Bangladesh

In het Gaibandha-district van Bangladesh scanderen demonstranten leuzen naar de politie op deze verkiezingsdag. Foto Reuters/Stringer

Het aantal mensen die zijn omgekomen tijdens het hevige geweld dat de verkiezingen in Bangladesh vandaag overschaduwt is opgelopen tot achttien, en loopt waarschijnlijk in de loop van de dag nog verder op zo schrijft persbureau AP.

De politie in Bangladesh heeft het vuur geopend op demonstranten, oppositieleden die de verkiezingen boycotten en vandaag met veel geweld onmogelijk proberen te maken door stembureaus te bezetten of in brand te steken. Tot dusver zijn er zeker honderd stembureaus in brand gestoken. Bij vuurgevechten tussen demonstranten en agenten zijn zeker achttien mensen gedood en is een onbekend aantal mensen gewond geraakt, maar dit zijn er zeker tientallen. De meeste burgers blijven thuis om het geweld te ontlopen.

Agenten openden vanochtend het vuur om te voorkomen dat een groepje demonstranten een stembureau zou bezetten, en doodden daarbij twee mensen. Bij een soortgelijk incident in Nilphamara, niet ver van Rangpur, werden meer dan twintig demonstranten beschoten. Eén van hen kwam om.

Premier Hasina weigert af te treden

De boycot van de verkiezingen komt voort uit het feit dat premier Hasina weigert aan de eisen van de oppositie te voldoen, namelijk om af te treden en een neutraal persoon aan te wijzen om toezicht te houden op de verkiezingen. Deze oppositieleden hebben dit recent met veel geweld, stakingen en verkeersblokkades beantwoord.

Om 8 uur lokale tijd gingen vanmorgen de stembureaus in het land open, maar op televisiebeelden was te zien dat ze veelal leeg bleven. Rond het middaguur werd het stemmen in ten minste 120 stembureaus gestopt vanwege aanvallen, het verbranden van stemformulieren en ander verkiezingsmateriaal. In Mirpur, een district van hoofdstad Dhaka, stemden er in de eerste twee uur nadat de stembus opende slechts 25 van de 24.000 stemgerechtigden.

Doordat de oppositie de verkiezingen boycot, gaan die vooral tussen kandidaten namens de regerende Awami League en bondgenoten van die partij. De kandidaten van de Awami League hebben in meer dan helft van de 300 Bengaalse kiesdistricten geen tegenstand.

Premier en oppositieleider bepalen politiek al 20 jaar

Premier Hasina en oppositieleider Khaleda Zia domineren het politieke landschap in Bangladesh al zo’n twintig jaar. De laatste onenigheid tussen de twee vrouwen heeft te maken met de rol van Jamaat-e-Islami, de grootste islamitische partij in het land. De partij is een bondgenoot van Zia en was een coalitiepartner van haar regering van 2001 tot 2006.

Tegenstanders noemen de partij een fundamentalistische groepering, waarvoor in een seculier land geen plek is. Bangladesh is overwegend islamitisch, maar er gelden grotendeels seculiere wetten gebaseerd op de Britse wetgeving. De politieke crisis lijkt op deze dag sterk te verergeren. Het politieke geweld kostte het afgelopen jaar aan 275 mensen het leven in Bangladesh.

Bangladesh kent een geschiedenis van politiek geweld. Zo werden er twee presidenten vermoord en heeft er sinds de onafhankelijkheid van Pakistan negentien keer een mislukte coup plaatsgevonden.