Wetenschap en techniek zijn kenmerken van de westerse cultuur

Dirk Vlasblom stelt, op gezag van deskundigen, dat de diversiteit van de culturen niet aangetast wordt door de globalisering (wetenschapsbijlage, 29 december). Het merkwaardige is dat zijn zegslieden onder ‘cultuur’ blijkbaar niet wetenschap en techniek verstaan, terwijl deze voor niet-westerlingen juist het meest kenmerkend zijn voor de westerse cultuur. Immers, zij kunnen, evenals de westerse cultuur, bogen op een grootse kunst, literatuur en levensstijl, maar niet op baanbrekende ontwikkelingen van de (natuur)wetenschappen. Die zijn voor hen import en roepen vaak ambivalente gevoelens van bewondering en jaloezie op. Vlasblom stelt wat badinerend dat door de technologie hooguit de vorm van cultuuruitingen verandert, niet de inhoud. Blijkbaar beperkt de cultuur zich tot de inhoud en wordt zij niet beïnvloed door de vorm. Hij geeft het voorbeeld van hekserijgeloof dat in Ghana tot de lokale familiekring beperkt bleef, maar dat nu via vliegtuig en telefoon tot aan de verwanten overzee reikt. Ook globalisering en wel niche-globalisering op z’n Ghanees. Het is overigens de vraag of de verre verwanten zich hiervan veel zullen aantrekken. Een door de Franse filosoof Gaston Berger (1896-1960) gemaakt onderscheid tussen beschaving en cultuur is hier wellicht relevant. Beschaving heeft volgens hem universele gerichtheid. Daarbij horen wetenschap, techniek en moraal. Cultuur heeft een individuele gerichtheid. Daarbij horen beeldende kunt, literatuur en levensstijl. Volgens dat onderscheid leven we in een geglobaliseerde technologische beschaving (iedereen doet er aan mee) die lokale culturen schijnbaar ongemoeid laat (niet iedereen doet er aan mee).

A. Hoogendoorn

Lochem