We worden vanzelf groenmoe

Twee maanden geleden schreef microbioloog Rosanne Hertzberger in NRC een column die eindigde met de volgende zinnen: „Ik weiger ‘bewust’ te eten. Ik weiger me te verdiepen in waar de kipfilet vandaan komt. En ik weiger om langer over mijn voedsel na te denken dan strikt noodzakelijk. […] Ik heb betere dingen te doen.”

Betere dingen te doen. Voor de duidelijkheid, Hertzbergers column ging voornamelijk over ongefundeerde voedselobsessies als broodangst, maar ineens was die kipfilet erin geslopen. Totaal tegen de trend in. Want, zoals u elders op deze pagina’s kunt lezen: vlees met een gezicht is het nieuwe anonieme supermarktlapje. Maar Hertzberger heeft betere dingen te doen dan de kip leren kennen die later in haar magnetronmaaltijd belandt. En in zekere zin is dat ook weer niet zó tegen de trend in. Het is alleen een andere trend.

Want hebben we niet allemaal betere dingen te doen? Dat gezeur altijd, over dier en milieu. Of over het klimaat, zoals het milieu tegenwoordig heet. En je doet het nooit goed! Al jaren betaal je extra voor groene stroom, terwijl die misschien niet eens uit het stopcontact komt. Koop je trouw scharreleieren, blijken die toch te komen van kippen die in de bio-industrie wonen. Intussen schieten de überhippe groene supermarkten vol onbetaalbare producten tijdens de crisis net zo snel de grond uit als andere winkels sluiten. Duurzaamheid, ook zo’n ga-je-mond-spoelenwoord, is big business.

Zelfs in de buurtsuper moet je kiezen uit een eindeloze reeks keurmerken. ‘Biologisch’, of ‘eco’, wat betékent dat eigenlijk? Wie wéét dat? Is ‘fairtrade’ wel groen? Of hoeft dat niet, zolang het maar ‘slaafvrij’ is? En, god bewaar me, ‘puur & eerlijk’ – wie of wat profiteert dáárvan? Misschien schiet de wereld er wat mee op, maar je hebt toch het idee dat het grootkapitaal er meer mee opschiet. Ze plakken overal een lachende groene sticker op en dan moet het maar goed zijn. Maar wie kun je vertrouwen? Dat is niet meer bij te houden.

Zo worden we vanzelf groenmoe. Want we hébben al zo’n tijd geprobeerd om het allemaal goed te doen, en het wás nooit goed, of goed genoeg. Heeft het geholpen? Mwah. Het lijkt steeds slechter te gaan met de wereld. Bovendien: we hebben betere dingen te doen. Iedereen die weleens op time management-cursus is gestuurd, weet dat. Milieu, klimaat, dieren, de planeet: het valt allemaal in het vakje ‘belangrijk, maar niet urgent’. Vergaat de wereld nu? Nee. Dan hebben we nog wel even. Zoals Eisenhower gezegd zou hebben: „Wat belangrijk is, is zelden urgent, en wat urgent is, is zelden belangrijk.”

Rosanne Hertzberger loopt op deze nieuwe denktrend vooruit. Op een gegeven moment gaan we allemáál weigeren om langer over dit soort dingen na te denken ‘dan strikt noodzakelijk’. We laten het lekker sloffen. We gaan er pas weer over nadenken als het ‘strikt noodzakelijk’ is. En dan wordt het misschien wel alle zeilen bijzetten om alles de goede kant op te sturen. En daarna komt alles alsnog goed. Of niet, natuurlijk.

Ellen de Bruin