We snoven babypoeder met vitamine B

Leonardo DiCaprio speelt zwendelaar Jordan Belfort Voor The Wolf of Wall Street van Martin Scorsese leerde hij Belfort kennen, en zijn maniertjes Kwam Belfort ooit tot inkeer? Dat laten DiCaprio en Scorsese in het midden

Acteur Leonardo DiCaprio (links) met regisseur Martin Scorsese in New York. Foto AP / Invision / Victoria Will

redacteur film

‘Aha, begon Marty over Koko de Gorilla?” Leonardo DiCaprio rolt met zijn ogen. „Geinig hoor. Geen idee waarom ik indertijd bij die gorilla in de kooi klom.”

Op de 39ste verdieping van het Mandarin Oriental Hotel in New York, zien we de samenwerking tussen de 71-jarige regisseur Martin Scorsese en zijn 39-jarige muze Leonardo DiCaprio in werking. Een beetje plagerig, als heel oude vrienden. Even tevoren vroegen we Scorsese waarom hij een komiek in DiCaprio zag. Wij kennen de acteur namelijk vooral als gekweld jochie, romantische minnaar, neurotische macho. Niet als grappenmaker.

In Scorseses The Wolf of Wall Street speelt DiCaprio aandelenzwendelaar Jordan Belfort, wiens quasi-respectabele bedrijf Stratton Oakmont in de jaren negentig beleggers ruim 200 miljoen dollar ontfutselde. Belfort, die op zijn 26ste naar eigen zeggen al 49 miljoen dollar verdiende, investeerde dat in callgirls, Ferrari’s, pillen en bergen cocaïne. Uiteindelijk leverde dat hem slechts 22 maanden celstraf op – Belfort verraadde namelijk al even gemakkelijk al zijn oude zakenpartners.

The Wolf of Wall Street, gebaseerd op Belforts memoires, is een hectische komedie over hebzucht en exces, zonder een spoor van introspectie of inkeer. Met Leonardo DiCaprio in bloedvorm als partner in een komisch duo met Jonah Hill. Hoe wist Scorsese dat de acteur zo grappig was?

„Ah, Leo is ontzettend expressief”, zegt Scorsese. „Zijn grote talent is imitatie. Hij maakt ons continu aan het lachen.” Waarna Scorsese een imitatie doet van DiCaprio die imitaties doet.

Over DiCaprio’s bezoek aan Koko de Gorilla in 2002: indertijd was deze vrouwtjesgorilla die gebarentaal kende populair onder milieubewuste Hollywoodsterren. Scorsese: „Leo nam een bosje bloemen voor haar mee, Koko schrokte die meteen op. Daarna duwde ze een cassette in de videorecorder. Leo moest twee uur lang Gorillas in the Mist met haar kijken. Zie je het voor je? Koko de Gorilla met haar arm om Leo’s schouders: kijk, dit is pas een film! Zulke films moet jij ook maken!”

DiCaprio strompelt een half uur later de hotelkamer binnen, met wandelstok: onlangs struikelde hij over een vloerplank. „Niets spectaculairs, sorry. Wel een paar gescheurde pezen.” Hij doet onwillekeurig het geluid van scheurende spieren na: plop, plop, plop. DiCaprio is geen schoolse acteur, maar een imitator die het vak al doende leerde. Zo trok hij wekenlang met Jordan Belfort op om al diens maniertjes op te zuigen. Net iets te vriendschappelijk, vinden slachtoffers van Belfort, die nog maar 11,6 miljoen terugzagen van de 110 miljoen dollar die Belfort hun nog schuldig is. DiCaprio: „Belfort zag de film en zei: ik schaam me om het toe te geven, maar dit is de beste film die ik ooit zag. Uiteraard vond hij dat.”

Wat trok u in Belforts verhaal?

DiCaprio: „Ik vond het script geweldig. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat zo’n schaamteloos narcistisch persoon echt bestond. Belforts motivatiespeeches voor de werknemers van Stratton Oakmont: Braveheart in dienst van de hebzucht! Zoiets had ik nog nooit gelezen. Ik moest er ook wel 100 procent achter staan. Anders hadden we nooit, nooit, nooit zo’n groot budget gekregen voor een film met al die louche personages en een moderne Caligula in de hoofdrol.”

U kent Belfort persoonlijk. Hoe ziet u hem?

„Hij en zijn vrienden corrumpeerden de Amerikaanse droom, maar eigenlijk zijn ze ook het resultaat daarvan. Was het illegaal wat ze deden? Zeker. Zijn ze rijk en succesvol? Hell yeah! Ik zie ze als straatschoffies die Gordon Gekko (uit de film Wall Street) proberen na te doen. Het soort zakenbankier dat ons land op datzelfde moment van honderden miljarden dollars beroofde. Belfort zocht continu naar mazen en gaten in de wet, maar binnen een financieel systeem dat aanmoedigt daar maximaal profijt van te trekken.”

Was u niet bang dat de personages te afstotelijk zouden zijn?

„Weet u, alles komt echt uit Belforts leven. Hij is grenzeloos egoïstisch en hedonistisch en kent geen schaamte. Kwam hij tot inkeer? Ik betwijfel het, maar we laten dat in het midden. Er zit iets van een sekteleider in hem. Maar Marty [Martin Scorsese] zegt: als je mensen neerzet zoals ze echt zijn, zonder suikerlaag, gaat het publiek altijd met ze mee. Films verplaatsen ons zo vaak naar de duistere kant van de mens. Daar worden we zelf niet beter van, maar we gaan er misschien wel door nadenken.”

Vindt u The Wolf immoreel?

„Die bijna mystieke drang tot consumeren van Belfort zit in de menselijke natuur. Ik wil dat niet veroordelen. Opportunisme en hebzucht zijn overlevingsmechanismen. Maar als wij straks met negen miljard op de wereld zijn, leidt grenzeloze consumptie met de dollar als enige god niet echt tot een zonnige toekomst.”

Aldus Leonardo DiCaprio, filantroop en milieuactivist. Hij is een grootverbruiker van fotomodellen, bezit een garage vol elektrische auto’s, een villa beslagen met zonnepanelen en een eiland voor de kust van Belize, waar hij een volledig duurzaam hotel wil bouwen. DiCaprio zette zich in voor kindsoldaten, Haïti, Siberische tijgers en Democratische presidentskandidaten.

Mogelijk is dat de erfenis van zijn hippieouders, die medio jaren zeventig in Hollywood neerstreken omdat het daar gebeurde. Ze troffen een verloederde wijk, vergeven van prostitutie, geweld en junkies. Voor Leonardo’s geboorte lagen zijn ouders al in scheiding; vader George, een wietroker, nam hem mee naar hippiefeesten. „Als kind zag ik overal om me heen excessen”, zegt DiCaprio. „Maar voor mij was het een makkie er weerstand aan te bieden.”

Hollywood bood DiCaprio ook kansen. Toen zijn halfbroer Andy 50.000 dollar verdiende met reclamespotjes, wist Leonardo het: hij wilde acteren. „Zolang ik me kan herinneren, wilde ik acteur worden”, zegt hij. „Ik ben er trots op dat ik daar zo jong voor koos en daaraan vasthield. En op mijn vader, die in me geloofde.”

Niet dat DiCaprio ooit een miskend talent was. Als jongen speelde hij al in commercials en soaps, zijn speelfilmdebuut was in 1991 in de derderangs horrorfilm Critters 3. Serieus werd het toen Robert De Niro hem uit 400 kandidaten castte in This Boy’s Life, en helemaal toen hij in 1993 het gehandicapte broertje van Johnny Depp mocht spelen in What’s Eating Gilbert Grape, de eerste van drie Oscarnominaties.

Waarna hij een meisjesidool werd met Romeo + Juliet (1996) en Titanic (1997). In de 21ste eeuw koos DiCaprio grote regisseurs: Sam Mendes, Clint Eastwood, Ridley Scott, Steven Spielberg, Christopher Nolan, Quentin Tarantino.

En Martin Scorsese uiteraard, met wie hij al vijf films maakte, slechts twee minder dan diens eerste muze Robert De Niro. Die introduceerde DiCaprio zelf bij Scorsese, herinnert de regisseur zich. „Bob [Robert De Niro] belde me na This Boy’s Life: ‘Je moet echt met dat joch werken, die is echt speciaal.’ Daarna deed Leo Titanic, werd hij een superster en bleek hij ook van mijn films te houden. Door hem kon ik in 2003 Gangs of New York maken.”

Want wie denkt dat het Scorsese is die Leonardo DiCaprio cast, miskent de realiteiten van Hollywood. Het is al tien jaar andersom, zegt de regisseur. DiCaprio draagt filmprojecten aan, maakt hem enthousiast, werft financiers en distributeurs. Zijn invloed stelde de oude Scorsese na 2000 in staat om studiofilms van epische schaal te maken: Gangs of New York, The Aviator, psychothriller Shutter Island, misdaaddrama The Departed, dat hem in 2006 eindelijk zijn Oscar bezorgde. En nu dus The Wolf of Wall Street.

DiCaprio wilde die laatste film alleen maken met Scorsese aan het roer. Waarom? „Marty vertelde me ooit dat hij [de spijkerharde misdaadfilm, red.] Goodfellas als een komedie beschouwde”, zegt DiCaprio. „Heel weinig mensen zagen de humor van dit script, met al die bizarre excessen. Ik wist dat Marty dat wel zou zien.”

The Wolf of Wall Street grenst soms aan slapstick. Er is een scène waarin Belfort onder invloed van quaaludes, een nu verboden type slaappillen, een ravage aanricht. Wat was uw inspiratie?

DiCaprio: „Ik heb Jordan Belfort gefilmd terwijl hij over de grond rolde, zoals hij vroeger deed onder invloed van quaaludes. Belfort legde me uit dat je dan geen enkele controle hebt, maar denkt dat je nog verstaanbaar en helder bent. Daarna zag ik een clip op YouTube van ‘the most drunken man in the world’. Die man wil een biertje uit een schap pakken, maar het lukt hem maar niet om overeind te komen. Dat was genoeg inspiratie.”

De cast lijkt plezier te hebben gehad.

„Het ging er vrolijk aan toe, al waren sommige scènes nogal goor. Die orgie in een Boeing 747: ik kon niet wachten de set te verlaten. Het was afstotend, en iedereen ging er 100 procent voor. Wat ik met mijn neus tussen de billen van die prostituee deed? Dat is filmmagie. Wat ik wel kan verklappen: alle cocaïne die we in de film snuiven is babypoeder met vitamine B. Het brandde in de neus. Het gaf ons energie. Het zat dichtbij het echte spul.”

Geen Hollywoodstudio durfde deze film aan, u vond onafhankelijke financiering. Waarom is dat? Immorele videogames als Grand Theft Auto leveren toch gewoon miljarden dollars op?

„Een speelfilm is financieel veel riskanter. Ik ben dezelfde acteur als tien jaar geleden, ik trek nog evenveel publiek, maar een film als The Aviator krijg ook ik niet meer van de grond.

„Bij de grote studio’s had ik hooguit de helft van dit budget bij elkaar gesprokkeld. Dat willen ze wel aan me kwijt, als gunst of als gokje. Maar dan hadden we verloedering nooit op zo’n epische schaal kunnen tonen als in The Wolf of Wall Street. Gelukkig springen steenrijke mensen die gewoon van film houden op dit moment in het gat. Godzijdank dat zij er zijn. Zo kan ik het soort films blijven maken dat ik wil maken.”