Wanneer is je voornemen echt goed?

Goede voornemens. Hoewel ik in mijn werk regelmatig mensen oproep tot het formuleren van doelen, vind ik het lang niet altijd leuk wanneer anderen dit bij mij doen. Een paar weken geleden bezocht ik het toilet in een bedrijf waar ik te gast was. Vanaf de achtermuur keek Martin Luther King mij aan. Een meer dan levensgrote foto met daarop: I have a dream! En eronder de door de organisatie toegevoegde vraag: What is yours? Mijn droom? Even met rust gelaten worden op de wc!

En toch... Ondanks alle ironie en irritatie die het soms oproept, kunnen we niet zonder dromen en doelen. We hebben als mensen nu eenmaal iets nodig om ’s morgens voor op te staan. Hoe alledaags onze doelen soms ook mogen zijn, het alternatief: werken en leven zonder zin, jaagt ons diepe angst aan. Niet voor niets gebruikten de oude Grieken al het beeld van zinloze arbeid in hun beschrijving van de hel. Sisifus die fulltime een rotsblok de berg op moest rollen, tot vlak voor de top de steen terugviel en hij opnieuw kon beginnen. En zijn collega’s, de Danaïden, die tot in de eeuwigheid bezig waren een bodemloos vat te vullen.

Managementonderzoekers stellen keer op keer vast dat doelen essentieel zijn voor onze motivatie. Volgens Edwin Locke geeft het formuleren van doelen ons energie en stimuleert het onze creativiteit. We wachten niet af wat ons overkomt, maar worden geprikkeld om actief te zoeken naar manieren om onze doelen te realiseren. Organisatiepsycholoog Fred Luthans stelt vast dat het werken met heldere doelen leidt tot meer hoop, zelfvertrouwen, veerkracht en optimisme. De vier bouwstenen van wat hij ‘psychologisch kapitaal’ noemt. En meer psychologisch kapitaal leidt dan weer tot betere prestaties, meer tevredenheid, minder verzuim en minder cynisme in organisaties.

Wat onderzoek ook laat zien, is dat we met onze doelen en voornemens te vaak blijven hangen in hoogdravende vaagheden. In organisaties streven we naar ‘verbondenheid’, ‘integriteit’ en ‘ambitie’. En als individu wil je ‘letten op je gezondheid’, ‘iets meer balans’ en ‘jezelf zijn’.

Als we de moeite zouden nemen om verheven doelen te vertalen naar iets meer aardse, platte termen, iets meer no-nonsense, zou het effect vele malen groter zijn. Dus niet blijven hangen in ‘verbondenheid’, maar vertalen naar: ‘Bij beslissingen over meer dan 20.000 euro vraag ik eerst raad aan collega’s van minstens twee andere afdelingen. Niet per telefoon of per e-mail, maar persoonlijk.’

En niet blijven hopen op ‘iets meer balans’, maar concreet gedrag formuleren: ‘Ik ruim elke dag mijn bureau op om 17.00 uur, sluit af met het maken van een actielijstje voor de volgende ochtend en besteed de avond aan mijn dierbaren.’

De kans op het realiseren van een doel wordt meer dan tien keer groter wanneer we vage resultaatdoelen weten te vertalen naar concrete gedragsvoornemens. Als we niet alleen de output helder formuleren, maar ook de input. Daarbij geldt een simpele vuistregel: je voornemen is pas concreet genoeg als je het kunt voordoen. ‘Afvallen’ kun je niet voordoen. Maar ‘het vervangen van tussendoortjes door fruit’ wel.

Ik geef meteen toe: dit soort tips en concrete uitspraken doet het wat minder goed op de achterwand van een toilet. Echter, de kans dat we onze dromen niet alleen blijven koesteren, maar er af en toe ook nog eentje realiseren, wordt er een stuk groter van.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.