Toiletviespeuk

Psychologie

Ellen de Bruin Na toiletbezoek de handen wassen, dat doen minder mensen dan gedacht. Vies, maar ook gevaarlijk, zegt een psycholoog.

In deze tijd waarin veel mensen vooral proberen hun eigen gedrag te verbeteren – minder stress, meer sporten, minder eten, stoppen met roken – voert een dappere Amerikaanse psycholoog een heel andere strijd. Hij wil het gedrag van anderen verbeteren. Van ons allemaal. We moeten onze handen wassen als we naar een openbaar toilet zijn geweest, vindt hij. Want daar wonen „talloze dodelijke bacteriën”.

Bijna iedereen zégt wel zijn handen te wassen na bezoek aan een openbaar toilet. In het nieuwe onderzoek van deze psycholoog, Austin Lee Nichols, zei bijvoorbeeld 99 procent van de vrouwen en 93 procent van de mannen dat. Maar Nichols ging kijken of ze dat ook écht deden en toen bleek maar 87 procent van de vrouwen en 76 procent van de mannen de handen te wassen. En 27 procent van de handenwassende vrouwen en 42 procent van de handenwassende mannen gebruikten niet eens zeep!

Vol afschuw zette Nichols de percentages in aandoenlijke grafiekjes: de staafdiagrammen waarin we ons misdragen – althans, zijn proefpersonen, maar bij uitbreiding ongetwijfeld wij allemaal – staan fier rechtop in het januarinummer van het Swiss Journal of Psychology. Dat vrouwen er wat braver vanaf komen dan mannen, terwijl we mogen aannemen dat meer mannen dan vrouwen tijdens toiletbezoek daadwerkelijk hun bacterierijke geslachtsdeel vasthouden, is een gebruikelijk resultaat in dit type onderzoek.

En hoe heeft Nichols dit allemaal gemeten? Om te beginnen nam hij tijdens colleges bij studenten vragenlijsten af over allerlei gezondheidsonderwerpen. Daaronder de vraag of ze hun handen wasten na toiletbezoek op de campus.

Voor, tijdens en na die colleges zaten er intussen onderzoekers verscholen in de toiletruimtes vlakbij de collegezalen. Ik citeer: „Om te vermijden dat ze het normale handwasgedrag van de deelnemers aan het onderzoek zouden beïnvloeden, vatten de onderzoekers zichtbaar maar onopvallend post in de toiletten, zodat de studenten zich er niet bewust van waren dat ze in de gaten werden gehouden. Op een klein bloknootje dat in hun zakken verborgen zat, legden de onderzoekers heimelijk vast of de deelnemers hun handen wasten met water en zeep, met water zonder zeep, of helemaal niet.”

Ik heb die passage met stijgende ontroering een aantal keer gelezen – wat niet lukte zonder me Mr. Bean of Basil Fawlty in de onderzoekersrol voor te stellen, zichtbaar maar heimelijk proberend van elke toiletbezoeker het ‘handwasgedrag’ te noteren. Die ontroering bereikte een voorlopig hoogtepunt toen de onderzoeker de helft van de dagen een bord in het toilet bleek te zetten met de tekst ‘Handen wassen na toiletbezoek verkleint de kans dat u besmettelijke ziektes zoals salmonella of hepatitis A verspreidt’ – en vooral toen het effect daarvan ongeveer nul bleek. Of het bord er stond of niet, evenveel mensen wasten hun handen. Alleen gingen mannen die toch al hun handen wasten dankzij het bord vaker zeep gebruiken, wat Nichols „bemoedigend” noemt.

Intussen ben ik benieuwd geworden naar iets waar het artikel weinig over zegt: wat zijn dan precies de risico’s van die toiletbacteriën? Wie besmet wie met salmonella of hepatitis A, en met wat nog meer? Hoe precies? Hoe groot is die kans? Hoeveel mensen overlijden er jaarlijks door toedoen van toiletviespeuken? Ik ga dit uitzoeken; dat is mijn goede voornemen. En ik zal mijn handen wassen.