Sprinten is niet meer hetzelfde als in 1988

De broertjes Van Poppel rijden dit jaar voor Trek. Ze sprinten, net als hun vader. Tegen de ‘massieve dijen’ komen ze nog tekort.

Van links naar rechts: Boy,Jean-Paul enDanny van Poppel. Jean-Paul: „Ik heb veel tips en adviezen voor Boy en Danny. Vaak heb ik ook gelijk.” Foto katrijn van giel

Niet Jean-Paul van Poppel eist de meeste aandacht op in zijn rijtjeshuis in Moergestel, en evenmin zijn wielrennende zoons Boy (25) en Danny (20). Het is zijn andere zoon, de driejarige Mats, die twee uur lang door de huiskamer giert. „Zo druk was Danny vroeger ook”, zegt Jean-Paul. Mats draagt een oversized shirt van Vacansoleil, de inmiddels opgeheven wielerploeg waar zijn vader en broers tot vorige week onder contract stonden.

Het was best toevallig dat de familieleden vorig jaar alle drie bij dezelfde ploeg belandden. Vader Jean-Paul was er al ploegleider, maar het waren de andere leidinggevenden die de beslissing namen om Boy (van Unitedhealthcare) en Danny (van het Rabobank Continental Team) naar de ploeg te halen. Vooral voor Danny was het een opmerkelijke stap. Normaal rijdt een negentienjarige renner nog enkele jaren bij de beloften, maar de jonge sprinter kon zelfs kiezen uit diverse profploegen.

Veel koersen reden de broers niet samen bij Vacansoleil, maar wel de belangrijkste, de Tour de France. Danny, met zijn negentien jaar de jongste naoorlogse Tour-deelnemer, werd derde in de eerste, door valpartijen ontsierde etappe naar Bastia en mocht een dagje de witte trui voor beste jongere dragen. Dit jaar komen de Van Poppels uit voor Trek, de ploeg van onder anderen de Zwitser Fabian Cancellara en twee andere broers, de Luxemburgers Fränk en Andy Schleck. Jean-Paul is sinds 1 januari werkloos.

Vader Van Poppel bewaarde in dienst van Vacansoleil bewust wat afstand tot zijn zoons, zegt hij. „Als ploegleider heb ik wel veel wedstrijden met Boy gedaan, maar dat kwam toevallig zo uit. Het blijft lastig, die dubbelrol als ploegleider en vader. Als het erom spant, heb je liever een andere ploegleider.”

Het spande erom toen de ploeg besloot om Danny op de tweede rustdag uit de Tour te halen. Jean-Paul was het daar niet mee eens. „Ik had het idee dat Danny makkelijk Parijs kon halen. Zo snel krijgt hij die kans niet meer. Maar de rest van de ploegleiding besliste anders. Als hij in de Alpen alsnog zou breken, krijg je de media op je dak. Dat is tegenwoordig ook erg belangrijk. Als hij mijn zoon niet was geweest, had ik gezegd: haal hem er maar uit. Dat is normaal gesproken verstandig voor iemand van negentien. Maar hij is wel mijn zoon, ik weet wat hij kan. Mijn mening dat hij door had gekund, was mijn mening als vader, niet als ploegleider.”

Iedereen, zegt Jean-Paul, heeft het over Danny’s leeftijd. „Maar sommigen hebben minder tijd nodig dan anderen. Hij gaat makkelijk om met een zware rittenkoers als de Tour. En ik denk dat we in het verleden weleens te voorzichtig zijn geweest met onze renners, ook met mensen als Robert Gesink en Bauke Mollema. Volgens de publieke opinie is Gesink al over zijn hoogtepunt heen, en hij heeft pas vijf keer de Tour gereden. Ik zou zeggen: gooi zo’n supertalent wat eerder voor de leeuwen.”

Danny: „Ik heb het liever over mijn prestaties dan over de dag dat ik uit de Tour stapte. Maar ik wil wel zeggen dat het mijn eigen beslissing was.”

Jean-Paul: „Ik heb me uiteindelijk niet bemoeid met de beslissing om hem eruit te halen. Er was ook wel erg veel media-aandacht voor de zogenaamde onenigheid in de ploeg.”

Danny: „Je was zelf ook voor de radio, pap.”

Als voormalig topsprinter – negen etappezeges in de Tour – bedient Jean-Paul zijn sprintende zoons wel vaker van advies. „Ik heb veel tips en ideeën voor Boy en Danny. Vaak heb ik ook gelijk.”

Boy: „De sprints van tegenwoordig zijn wel anders dan in jouw tijd.”

Jean-Paul: „Dat is zo. Maar mijn tips kunnen wel nuttig zijn in bepaalde situaties. Met een bepaald soort aankomst, of met een bepaalde wind. Dat blijft natuurlijk altijd hetzelfde.”

Boy: „Natuurlijk is het fijn om tips van hem te krijgen, maar we moeten het voor een groot deel ook zelf ondervinden. In zijn tijd had je één sprintersploeg die een treintje vormde.” Een ‘treintje’ betekent dat alle renners van één ploeg in de finale van een koers achter elkaar gaan rijden om hun sprinter een goede uitgangspositie te bezorgen voor de laatste honderden meters.

Tegenwoordig heb je vier of vijf van die treintjes in een sprint, zegt Boy. „Als je dan in een ploeg rijdt zonder treintje, zoals wij dit jaar, moet je maar ergens zien aan te pikken. Soms kan dat trouwens ook een voordeel zijn. Als je wel een treintje vormt, kunnen er ook mannen tussen zitten die niet genoeg tempo maken. Dan heb je er alleen maar last van.”

Danny: „Als de hele ploeg voor je rijdt, heb je ook meer stress. Dan moet je het ook afmaken.”

Boy was afgelopen jaar geregeld de aangever, de man die zijn jongere broertje ‘afzette’ op een paar honderd meter van de finish, waarna Danny het laatste stuk meedeed aan de echte sprint.

Boy: „Ik ben wel goed in massasprints, maar ik heb niet de power in de laatste tweehonderd meter. Danny heeft dat wel. Ik heb er een goed gevoel bij als ik hem kan afzetten voor de finish. Het steekt me niet dat ik dan niet zelf de afmaker ben. Wielrenners weten altijd precies wie er goed is en wie niet. Je kunt wel zeggen dat je beter bent dan een ander, maar dat heeft geen zin als het niet zo is.”

Jean-Paul: „Danny heeft wat meer body en talent. Boy moet er harder voor werken, maar dat doet hij ook. Je kunt gerust zeggen dat ze er meer voor doen dan ik in mijn tijd. Boy groeit nog elk jaar. Het is lastig in te schatten waar zijn plafond ligt. Boy is wel wat slimmer als renner. Danny probeert nog weleens dwars door een muur heen te sprinten, is nogal onbesuisd. In Oman deed hij vorig jaar een Ferrari’tje: hij zat helemaal rechts en dook in één keer helemaal naar links, omdat hij daar een gaatje zag. Dat noemen we zo sinds 2012, toen Roberto Ferrari zo’n manoeuvre uithaalde in de Giro, waarbij Mark Cavendish viel.”

Danny: „Het had niet eens zo veel zin, ik finishte niet bij de eerste vijf. Maar het was mijn allereerste profkoers.”

Jean-Paul: „Normaal gesproken word je als sprinter geacht om je lijn te houden. Maar als er een gat is, moet je erin duiken. Zo werkt dat nu eenmaal.”

Ondanks het goede voorwerk van zijn broer kwam de inmiddels twintigjarige Danny in massasprints nog tekort tegen de massieve dijen van sprinters als de Brit Mark Cavendish en de Duitsers Marcel Kittel en André Greipel.

Danny: „Cavendish, Kittel en Greipel hebben een hele trein die voor hen werkt. Zij zijn nog wat te snel voor mij.”

Jean-Paul: „Zelf reed ik mijn eerste grote ronde, de Giro, pas op mijn 23ste. En bij de Tour was ik 24. Zo bezien heeft Danny nog heel wat jaren te gaan om op topniveau te komen. Maar hij vindt het erg dat hij voor het eerst in zijn leven geen serieuze koers heeft gewonnen in een wielerseizoen. Na zó’n goed debuutjaar.”

Waar hij bij Vacansoleil meteen de grote koersen mocht rijden, zal Trek wat omzichtiger omgaan met de jongste Van Poppel. In principe zal hij dit jaar geen grote rondes rijden. Al weet je dat nooit, zegt zijn vader. „Toen Vacansoleil hem aantrok, was het ook niet de bedoeling dat hij de Tour zou rijden. Het kan snel gaan.”