Watch your enemies close but watch your friends even closer - logisch dus dat NSA bondgenoten afluistert

Media bulken van Snowdens onthullingen, waaronder het gegeven dat de VS bondgenoten afluisteren. Maar is het niet logisch dat geheime diensten als de NSA iedereen afluisteren die interessant is voor de veiligheid van het land? Vrienden van vandaag kunnen immers de vijanden van morgen zijn. Al in 600 voor Christus benadrukte Sun Zu in The Art of War het belang van spionnen dicht bij machthebbers. Onder het mom van ‘Watch your enemies close but watch your friends even closer’ werden ook Merkel en andere ‘vrienden’ getapt. Op basis van de Patriot Act, de Homeland Security Act en de Protect America Act zijn Amerikaanse geheime diensten gerechtigd om maatregelen te nemen ten behoeve van de staatsveiligheid. Zo ook de AIVD en MIVD die belast zijn met het verkrijgen van informatie over personen die mogelijk een gevaar vormen voor de rechtsorde of andere gewichtige belangen van de staat: zie art. 6 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Natuurlijk moeten die diensten zich aan de wet houden. Maar die wetten geven in de VS en Nederland nogal wat ruimte. Het komt mij logisch voor dat de spionerende staat de bespioneerde staat van die acties niet op de hoogte stelt. Het is toch ondenkbaar dat de VS ons land in de jaren tachtig niet heeft bespioneerd tijdens de kruisrakettendiscussie? Op grond van de Wiv zijn onze diensten bevoegd tot het binnendringen in een geautomatiseerd werk (art. 24). Tot de bevoegdheid behoort het doorbreken van enige beveiliging en ‘het aanbrengen van technische voorzieningen teneinde versleuteling van gegevens opgeslagen of verwerkt in het geautomatiseerde werk ongedaan te maken’. Verder wordt in de overige artikelen de ruimte gegeven om onze bondgenoten ‘af te luisteren, af te tappen, in elke vorm van gesprek, telecommunicatie of gegevensoverdracht door middel van een geautomatiseerd werk, ongeacht waar een en ander plaatsvindt’ (art. 25). Via de ether verzonden communicatie die zijn oorsprong of bestemming in andere landen heeft, kan zelfs zonder toestemming van de minister worden afgeluisterd op basis van het adagium van de vrije ether (art. 26 Wiv). Al weten wij de reden niet, ’t is vast op goeden grond geschied, dichtte Anthony Christaan Winand Staring in 1820 -niet toevallig een titel van een overheidsrapport uit 2007. In het (niet) informeren van burgers wordt het argument ‘staatsgeheim’ als stoplap gebruikt. Pogingen om duidelijkheid te krijgen over samenwerking tussen AIVD en NSA hebben dan ook weinig kans van slagen. Werkelijk democratisch toezicht op geheime diensten blijft wishful thinking.

Rob van den Hoven van Genderen