Recht in de ogen: het brein van ‘9/11’

Tekenaar Janet Hamlin maakte de aanslagen in New York op 11 september 2001 van dichtbij mee. Sinds 2006 mocht ze als enige de terreurverdachten in de rechtbank van Guantánamo Bay tekenen. Een intieme relatie, gescheiden door dubbeldik glas.

De neus, die ellendige neus, daar droomt ze nog van. De eerste keer dat Janet Hamlin en Khalid Sheikh Mohammed elkaars pad kruisten, ging het over de neus van de bekendste gevangene van Guantánamo Bay. Het was april 2008. Voor het eerst sinds zijn arrestatie zou Khalid Sheikh Mohammed, het vermeende brein achter de aanslagen van 11 september 2001, aan de wereld getoond worden. De tekeningen van rechtbanktekenaar Janet Hamlin, die nu zijn gebundeld, waren de ogen van de wereld. Ze mocht hem tijdens zijn voorgeleiding tekenen; camera’s zijn in de ultrageheime militaire rechtbank van de omstreden terreurgevangenis niet toegestaan.

Toen KSM, zoals hij meestal genoemd wordt, de rechtbank binnenliep, keek hij haar aan en poseerde een paar minuten voor haar. Een kleine man, een stofbril op het hoofd, een woeste baard. Hamlin moest opschieten. CNN wilde haar tekening meteen op televisie laten zien. Ze ging tijdens de eerste schorsing op zoek naar een fax. Toen Hamlin terugliep, zag ze achter het glas van de publieke tribune dat KSM woedend was. Hij praatte driftig, en sloeg met de rug van zijn hand op haar tekening. Zijn advocaat kwam naar Hamlin toe. „Hij is kwaad over de neus”, zei hij. „Veel te groot.”

„Het is mijn tekening”, zei Hamlin.

„Niet helemaal”, antwoordde de advocaat, en hij liet haar het reglement van orde zien. Verdachten mogen in het militaire tribunaal van Guantánamo Bay bezwaar maken tegen de manier waarop ze afgebeeld worden. Hamlin moest de neus uitgummen en opnieuw tekenen, nu veel kleiner. „Ik geef toe”, zegt ze, „het was inderdaad geen beste neus. KSM wist dat dit beeld de wereld over zou gaan, en wilde er goed uitzien.”

In vijf jaar tijd groeide op de meest ongebruikelijke plek ter wereld een intieme relatie tussen Janet Hamlin en Khalid Sheikh Mohammed. Hamlin, een zacht pratende veertiger, maakte de aanslagen van 11 september 2001 mee. KSM wordt gezien als het brein achter die aanslagen. Het is een relatie zonder fysiek contact, ze hadden alleen op de eerste dag oogcontact, maar voor Hamlin voelt het als een huwelijk. Ze weten veel van elkaar, voelen elkaars nabijheid, en hebben elkaar nodig. KSM weet dat Hamlin zijn enige kans is om het publiek buiten de rechtszaal te bereiken. Hamlin werd wereldberoemd door haar KSM-tekeningen.

Hamlins werk vanaf ‘Gitmo’ is gebundeld in het boek Sketching Guan-tánamo, dat in oktober uitkwam. De New Yorkse volgt als enige rechtbanktekenaar voor onder meer persbureau Reuters het militaire tribunaal op Guantánamo Bay tegen vijf mannen die ervan worden verdacht ‘9/11’ te hebben beraamd. Het is een langdurig proces, waarvan de inhoudelijke behandeling nog zeker een jaar op zich zal laten wachten.

Ze reisde voor het eerst naar Guan-tánamo Bay in april 2006, toen de eerste terreurverdachten op de omstreden basis voorgeleid werden voor een militaire rechtbank. Sindsdien heeft ze er honderden uren doorgebracht. „Een rechtbank is een boeiende plek. Alles verloopt ordelijk en procedureel, maar daaronder kolken de emoties. Een klein handgebaar kan heel onthullend zijn. Daar probeer ik op te letten.”

Janet Hamlin moet haar werk onder moeilijke omstandigheden doen. Ze zit achter dubbeldik glas, op een afstand van twintig meter. Haar verrekijker werd onlangs „om veiligheidsredenen” afgepakt. Geluid komt met veertig seconden vertraging binnen, zodat ze plotselinge ophef in de zaal niet kan volgen. Wat Hamlin tekent, moet ze voorleggen aan een militaire censor. Zijn oordeel is hard: tekeningen waarop een deur te zien is, keurt hij af. Ook mag ze geen bewakers tekenen. Pas na lang zeuren mocht ze gezichten afbeelden. Het geeft haar vroege Guantánamo-werk, vol wazige gezichten, een zombie-achtige sfeer.

Dwarrelend papier

Hamlin tekende aanvankelijk de zittingen tegen Salim Hamdan, de chauffeur van Osama bin Laden, en Omar Khadr, die als 15-jarige in 2001 werd vastgezet op Guantánamo Bay. In 2008 werd de grootste vangst van de ‘War on Terror’ voorgeleid: Khalid Sheikh Mohammed, de Pakistaan die had toegegeven achter ‘9/11’ en talloze andere complotten te zitten. Ook zou hij eigenhandig de journalist Daniel Pearl hebben onthoofd.

Hamlin zag op tegen deze klus. Ze maakte ‘11 september’ van nabij mee. „Toen het tweede vliegtuig insloeg, trilde mijn appartement. De geur kan ik me nog altijd voor de geest halen. Op mijn balkon dwarrelde het papier neer uit het instortende World Trade Center. Het was een medisch dossier van een medewerker van Cantor Fitzgerald [een financieel bedrijf dat 658 werknemers verloor, red.].”

Ze heeft het papier altijd bewaard. „Ik begreep niet hoe papier kon overleven, en de mensen in het WTC niet. Ik zag het ook als iets hoopvols: papier is minder vergankelijk dan een mens. Daaraan dacht ik terug toen ik het aanbod kreeg de terreurverdachten van Guantánamo Bay te tekenen. Ik wil recht doen aan de geschiedenis, hoe lastig ik het ook vond KSM in de ogen te kijken.”

Tijdens de zittingen raakte ze geobsedeerd door KSM. Hij is het middelpunt van de meeste tekeningen. Hamlin heeft hem zien veranderen. „Zijn hele verschijning is een statement geworden. Hij heeft zijn baard rood geverfd met pap van gestampte bessen. Hij draagt een camouflagejack. Ook zijn gedrag is steeds theatraler. Hij is heel actief, en heeft een boeiende manier van met zijn handen praten. Hij wenkt mensen naar zich toe, alsof hij de leider in de rechtbank is.”

Hamlin is de enige die hem kan afbeelden. Als terrorisme ook gaat om de boodschap, dan heeft hij Hamlin dus nodig, weet ze. Voelt ze zich gebruikt? Ze denkt lang na. „Weet je, hier worstel ik mee. Hij is slim, veel intelligenter dan de meeste mensen denken, en theatraal. Hij wil deze zaak gebruiken om zichzelf aan de wereld te laten zien, voordat hij waarschijnlijk de doodstraf krijgt. Hij is manipulatief, en gebruikt me. Maar de keuze om zich zo uit te dossen, is ook deel van wie hij is. Ik probeer hem daarin recht te doen.”

Misschien, zegt ze, „doet hij het allemaal voor mij. Hij weet altijd dat ik er zit, zonder me aan te kijken. Ik weet van zijn advocaat dat hij al mijn tekeningen wil zien. Hij is kennelijk tevreden, want ik heb behalve de eerste keer nooit meer een klacht gehad.”

Janet Hamlin, Karen Greenberg, Carol Rosenberg: Sketching Guantanamo: Court Sketches of the Military Tribunals, 996-2012. Fantagraphics, 176 blz, €28,99.