Perioden van geweld

Dit jaar, op 28 juli, is het een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Een maand eerder schoot Gavrilo Princip in Sarajevo aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk en zijn vrouw Sophie dood. Dat was de aanleiding. Binnen een maand was ons hele werelddeel aan het vechten. In totaal zeventig miljoen soldaten hebben eraan meegedaan. Vier jaar later, 11 november, wapenstilstand. Negen miljoen gesneuvelden en de techniek was enorm vooruit gegaan.

Dit zal een stortvloed aan herdenkingen veroorzaken. Ik zie ernaar uit. Door mijn geboortejaar, 1927, heb ik bij voorkomende gelegenheden het gevoel dat ik met één been in die vier barbaarse jaren sta. Mijn vader was officier bij de Koninklijke Marine waar hij in die oorlogsjaren aangespoelde zeemijnen heeft gedemonteerd. Dat was gevaarlijk werk. Een paar van zijn collega’s hebben het niet overleefd. Je kon ze met een lepel van het strand scheppen, zei mijn moeder. Ik ben geboren in een huis met zo’n door mijn vader onschadelijk gemaakte mijn in de tuin. Als ik een kinderziekte had, mazelen, rode hond, werd ik zoet gehouden met vier ingebonden jaargangen van De Prins der Geïllustreerde Bladen, jaargangen 1914-1918. Vol foto’s van stukgeschoten steden, soldaten in loopgraven, gesneuvelden, kanonnen, tanks, enz. In de zomervakantie gingen we naar Le Zoute in België, met iedere keer een tochtje naar Zeebrugge, het oorlogsmuseum. Daar zag ik een nagemaakte loopgraaf, ware grootte, met een soort etalagepop in het prikkeldraad. Een Duitse soldaat.

Het is allemaal theoretische ervaring van een kleine jongen. Praktisch niets waard, maar het hoort tot je jeugd en daarom is het dierbaar. Noem eens een grote, desnoods een sensationele gebeurtenis van na de Tweede Wereldoorlog. Het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus op 10 maart 1966. De rookbom bij de Gouden Koets in de Raadhuisstraat en het straatkabaal dat daarna in Amsterdam ontstond. Claus raus! Straatrellen. Wereldnieuws. We hadden al een goed televisiejournaal waar ook de kinderen graag naar keken. Jongetjes van een jaar of zes tot zestien. Die hebben dat behoorlijk interessant gevonden. En nu is het de vraag of dat louter theoretische ervaring was.

Ik denk het niet. Uit de generatie die in 1966 een jaar of zes tot tien was, groeide de kraakbeweging met haar sympathisanten. In Amsterdam broeide een nieuwe gezagscrisis. Die heeft een burgemeester en een hoofdcommissaris hun baan gekost. Het hield niet op. Op 30 april 1980 werd prinses Beatrix tot koningin gekroond. De kraakbeweging was het er niet mee eens. Onder de leuze ‘Geen woning, geen kroning’ werd het verzet georganiseerd. Dat heeft zich op de kroningsdag dusdanig geweerd dat daaruit de stadsoorlog is ontstaan. In het centrum vochten de krakers en hun sympathisanten met de ME en de politie, bijna tienduizend man, die de krachtmeting niet overtuigend wisten te winnen. Dat kwam ook uitvoerig op de televisie en daar keek weer de volgende generatie van zes tot tien jaar naar.

Die kinderen werden volwassen in het begin van de jaren negentig. De Koude Oorlog was afgelopen, economen van naam hadden het geheim van de eeuwige groei ontsluierd, de mensheid werd rijker en rijker, daar was niets aan te doen. Bovendien begon internet gemeengoed te worden waarmee ook de persoonlijke vrijheid en de democratie verzekerd waren. En vooral zou het leven steeds vrolijker worden. Het ging vooral om de fun. Mensen en dingen werden steeds leuker. Over deze universele rooskleurigheid is toen veel geschreven, vooral in Amerika. Amusing ourselves to death van Neil Postman, The Closing of the American Mind van Allan Bloom, Neal Gabler’s Life; the Movie. Bijvoorbeeld. Mooie, leerzame boeken.

Die ontembare zucht naar leukheid is nooit meer weggegaan. Kijk maar een avond naar de televisie. De vrolijke programma’s, de reclameblokken, het vrolijke geschreeuw, het gehos, mensen die elkaar praktisch brakend van de lach in de armen vallen. Zo universeel goedgemutst is de mensheid nog nooit geweest, denk je. Maar dat is een grote vergissing. Misschien is op 11 september 2001 alles anders geworden. Osama bin Laden is een van de veroorzakers van een nieuwe wereldrevolutie. De anderen zijn de bankiers die een jaar of zeven geleden in Amerika de grondslag voor de economische wereldcrisis hebben gelegd.

De jonge volwassenen van nu zijn opgegroeid in de sfeer van betrekkelijke zorgeloosheid van de jaren negentig en tot mens en waardigheid gekomen toen het geweld in de wereld terugkeerde. Wat zich in het jonge brein afspeelt, kan ik, ouwe man, niet navoelen. Maar ik zie de resultaten. Grof geweld hoort daar tot de normale omgangsvormen. Voor de lol mensen in elkaar slaan, op het voetbalveld een tegenstander lens schoppen. En dan komt Oud en Nieuw, deze keer met 8.400 incidenten, 800 arrestaties, 108 bedreigingen van de politie en één dode. Toen op 10 maart 1966 de rookbom naar de koninklijke koets werd gegooid, woonden we in een enorm vreedzaam land.

Rectificatie. In mijn vorige stukje heb ik geschreven dat Victor van Vriesland op de hoek van de Ruyschstraat en de Amstel gewoond had. Nee, hij woonde aan de Weesperzijde 25. En de architect van het Ceintuurtheater is niet J. maar Willem Noorlander.