Net iets te onstuimige uitgever voor De Groene

Teun Gautier moest weg als uitgever van De Groene Amsterdammer omdat hij op eigen houtje 17.000 euro uitleende aan Edwin de Roy van Zuydewijn. Maar er waren meer spanningen tussen de uitgever en zijn bestuur.

De redactie van De Groene Amsterdammer, het weekblad waar Teun Gautier in 2009 aantreedt als uitgever. Foto Olivier Middendorp

Heel even is Sijbolt Noorda stil. Dan zegt de bestuursvoorzitter van weekblad De Groene Amsterdammer: „Dan denk ik dat het einde oefening voor je is.”

Zijn gesprekspartner aan de andere kant van de lijn, uitgever Teun Gautier, is perplex. Hij heeft Noorda net opgebiecht Edwin de Roy van Zuydewijn in 2012 met kasgeld van De Groene Amsterdammer 17.000 euro te hebben geleend. Een delicate aangelegenheid, beseft Gautier, maar dat het hem zijn baan zou kosten, heeft hij niet voorzien. Het is donderdagmiddag, even na tweëen.

De buitenwacht associeert De Groene dan nog met succes. In weerwil van een ineenschrompelende tijdschriftenmarkt groeit het oudste (1877) en lange tijd kleinste (oplage: 13.000) opinieblad van het land. De betaalde oplage stijgt, net als de reclame-inkomsten. Hoofdredacteur Xandra Schutte: „Voor een belangrijk deel de verdienste van Teun.”

De keuze die het bestuur van De Groene Amsterdammer begin 2009 heeft, is vrij overzichtelijk. Er zijn twee kandidaten om Paul Disco op te volgen als uitgever: Teun Gautier, voorheen werkzaam bij onder meer de Weekbladpers, en Pieter Kok, voormalig uitgever van de Volkskrant.

Bij de top van De Groene staan de twee bekend als „de turbo” (Gautier) en „de diesel” (Kok). De ambitieuze Gautier („De oplage kan naar de 20.000”) heeft de voorkeur van het bestuur. Als ook de in 2008 aangetreden Schutte zich nadrukkelijk voor Gautier uitspreekt, is de keuze gemaakt. Toenmalig voorzitter Jeltje van Nieuwenhoven herinnert zich: „We hebben Teun met volle overtuiging benoemd.”

Schutte en Gautier kenden elkaar al van de Weekbladpers. Gautier leidde er tijdelijk de advertentieafdeling, Schutte was hoofdredacteur van Vrij Nederland.

Het begin van het duo bij De Groene is veelbelovend. Iedere ochtend drinken ze samen koffie op de kamer van Gautier. Ze zijn het roerend eens over de doelstelling: de Groene moet „de timiditeit” van zich afschudden, zowel redactioneel als commercieel. De geschiedenis van het blad met een nog altijd levende traditie van arbeiderszelfbestuur staat professionalisering in de weg. Bij Gautiers aantreden is er nog altijd geen digitale administratie en de redactiesecretaresse werkt nog met een typemachine.

Tijd voor modernisering, vindt Gautier. Maar het eerste waarmee hij in het nieuws komt, is zijn rol als voorzitter van D66 in Amsterdam. De partij heeft in de hoofdstad, mede op zijn instigatie, de aanval geopend op de almachtige PvdA. Die wordt desondanks opnieuw de grootste partij. D66 wint dik, maar komt door „een totaal gebrek aan regie”, zo wordt kort daarna geëvalueerd, niet in het stadsbestuur. Gautier trekt zijn conclusie en vertrekt als voorzitter.

Het bestuur van de Groene volgt Gautiers politieke nevenactiviteiten met enige argwaan. Zeker als in de twee jaar daarna blijkt dat hij werkt aan de oprichting van een nieuwe progressieve partij. „Dertig Kamerzetels is mogelijk”, zegt hij tegen Het Parool. Aanleiding is het „miserabele verweer” tegen het door Geert Wilders gesteunde kabinet Rutte I. Gautier: „D66, GroenLinks en PvdA: het is allemaal om te huilen.”

Met De Groene daarentegen gaat het steeds beter. Gautier weet het blad onder de aandacht van een breder publiek te brengen. Hij heeft kaarten laten drukken waarmee potentiële abonnees De Groene vijf weken gratis kunnen ontvangen. Illustratief voor de ambitie is dat er per abuis niet 1.500 maar 15.000 kaarten worden besteld.

De ‘turbo’ Gautier komt op stoom. Hij wil het kosmopolitische magazine 360 overnemen. Het bestuur, dat na de PvdA-kopstukken Eberhard van der Laan, Schelto Patijn en Jeltje van Nieuwenhoven nu onder leiding van Sijbolt Noorda staat, ziet er niets in. Paul Brill, in het dagelijks leven redacteur van de Volkskrant, trekt in het bestuur aan de rem. „Hier is geen markt voor. Dit moeten we niet doen.” De overname gaat niet door, tot teleurstelling van Gautier.

De verhouding tussen het bestuur en Gautier houdt sowieso niet over. De vergaderingen, eens per kwartaal, verlopen stroef. Bestuursleden waarderen Gautiers inzet en toewijding, maar vinden hem een praatjesmaker. Zo sterft zijn nieuwe progressieve partij een stille dood.

Gautier op zijn beurt stoort zich aan het gebrek aan waardering. Als hij puike jaarcijfers presenteert, is de reactie: „We hadden ze wel graag eerder ontvangen.” Zelfs de aankoop van een nieuw onderkomen aan het Singel in Amsterdam en de verkoop van het wegrottende pand aan het Westeinde, leidt tot spanning.

Exemplarisch is ook de bestuursvergadering waarin Gautier omstandig vertelt op wie De Groene zich moet richten: de bovengemiddeld nieuwsgierige lezer. Bestuurslid Geert Franssen: „Dat is de lezer van Privé ook.” Gautier na afloop tegen een intimus: „Wat een domme lul.”

Vliegdekschip

De redactie loopt ondertussen weg met de energieke Gautier. Het zelfvertrouwen is terug en de betaalde oplage stijgt naar bijna 20.000. De sfeer is in jaren niet zo goed geweest. Gautier lanceert het ene na het andere voorstel. De Groene moet, zo houdt hij de redactie en het bestuur voor, fungeren als een „vliegdek moederschip” van waaraf nieuwe initiatieven als het digitale medium De Correspondent kunnen worden gelanceerd. In bestuurskringen groeit het idee dat Gautier megalomane trekken heeft. „Vliegdekschip? Als hij zorgt dat de kano die De Groene is niet omslaat, ben ik al lang blij.”

Meer dan eens kaart Gautier zijn moeizame relatie met het bestuur aan bij Schutte. „Die eikels leggen een keer de lat in mijn nek.” Schutte terugblikkend: „Dat was Teuns preoccupatie. Hij heeft moeite met kritiek van het gezag.” Eind 2012 is dat weer eens het geval. Op de agenda van de bestuursvergadering staan de publieke optredens van Gautier, die zich behalve op de opiniepagina’s ook op Twitter roert: „Die graaiende bestuurders hebben allemaal hetzelfde enge hoofd. Gek is dat. Staat er ergens een fabriek of zo?”

Of het een onsje minder kan, vraagt de protestant Noorda namens het bestuur aan Gautier. Die ziet het probleem niet. In Engeland en Frankrijk mengen uitgevers zich ook in het publieke debat. Gautier, die zich via de mavo omhoog heeft gebokst, wil juist leidend zijn bij maatschappelijke discussies.

In april 2013 dient zich een volgende kans aan. De zaak Edwin de Roy van Zuydewijn, de ex-echtgenoot van prinses Margarita die in een strijd is verwikkeld met het koninklijk huis, neemt een wending. Uit het boek Beatrix blijkt dat wijlen prins Bernhard De Roy van Zuydewijn „een ongeleid projectiel” heeft genoemd dat „onschadelijk gemaakt moet worden”.

Voor Gautier het bewijs van wat hij al langer weet: De Roy, die hij bij toeval heeft leren kennen, wordt systematisch tegengewerkt door de Oranjes. De republikein Gautier heeft de casus al eens bij Schutte onder de aandacht gebracht, maar haar achterdocht was groter dan haar interesse. Als NRC Handelsblad in dezelfde week onthult hoe De Roy tot in Italië wordt geschaduwd door de geheime dienst, slaat ook de stemming op de redactie van De Groene om.

Medewerker Joost Ramaer gaat zich in de zaak verdiepen. Hij wint het vertrouwen van De Roy en onthult in november 2013 in De Groene dat ook diens ouders en zussen door de geheime dienst zijn gevolgd. Na vragen van D66 en de SP geeft premier Rutte, na jaren van ontkenning, toe dat de gangen van De Roy zijn nagetrokken. Gautier steunt Ramaer in zijn speurwerk. Volgens Gautier is pas het topje van de ijsberg zichtbaar. Schutte: „De macht van het koningshuis is een obsessie die Teun en De Roy delen.”

Wat Schutte niet weet, is dat Gautier het jaar ervoor 17.000 euro aan De Roy heeft geleend, uit de kas van De Groene. Gautier vindt dat De Roy van Zuydewijn moet stoppen met zijn „mini-oorlogen” tegen de Oranjes en zich moet richten op het boek dat hij schrijft over de koninklijke familie. Er is in het voorjaar van 2012 echter een probleem: Willem Middelkoop, een oud-journalist die handelt in goud, komt zijn toezegging van een gift aan De Roy niet na.

Daarop pint Gautier, na een akkoord van de huisaccountant van De Groene, het bedrag in een aantal dagen bij elkaar. Via een uitgeverij komt het geld bij De Roy.

De financieel medewerker van De Groene ziet de opmerkelijke transactie, maar slaat geen alarm. Zo blijft de lening, die Gautier vier maanden later na teruggave door De Roy in tranches terugstort, geheim. Net als de afspraak dat De Groene met de transactie het recht verwerft op een voorpublicatie uit het boek.

Tot dinsdag 17 december, de dag waarop Ramaer zijn tweede artikel over De Roy moet inleveren voor het kerstnummer van De Groene. Dat staat geheel in het teken van het motto ‘Leugen & waarheid’. ‘Het dikste nummer ooit!’ is een special over integriteit. Ramaers artikel behoeft nader onderzoek, vindt Schutte. De publicatie wordt uitgesteld. Met die mededeling belt Ramaer die middag De Roy. Die ontploft. Gautier is een infiltrant namens de Oranjes, concludeert De Roy van Zuydewijn. De lening van Gautier was slechts bedoeld om hem nog meer informatie te ontfutselen. Ramaer schrikt zich kapot. Gautier leende geld aan de man naar wie hij nu al maanden onderzoek doet?

Ramaer licht De Groene in. Schutte vraagt Gautier die ochtend in het voorbijgaan naar het gerucht. Die lacht het weg. Schutte lacht mee. Het idee alleen al, denkt ze. Dat verandert als ’s avonds bij de kerstborrel Gautier aanschuift, een biertje in de hand. „Er is toch iets dat ik moet vertellen.” Schutte trekt bleek weg bij het horen van zijn verhaal. „Teun, dit is reden voor ontslag”, weet ze nog uit te brengen.

De volgende ochtend om 14.00 uur licht Gautier telefonisch Noorda in. Die laat doorschemeren dat het „einde oefening” is voor Gautier. „Maar we zien elkaar zo.” Het bestuur komt om 16.00 uur bijeen. „We hebben een serieus probleem”, zegt Noorda, die een driedelig grijs pak draagt en rode schoenen. Gautier, zoals vaak gestoken in een oude spijkerbroek en een lamswollen trui, ijsbeert door het pand. Schutte ziet bij binnenkomst nog altijd bleek. Ze is geschokt, maar vindt niet dat de schade onherstelbaar is. Het bestuur wel. Noorda: „Teun, je hebt de integriteit van De Groene in de waagschaal gesteld. Dat is onacceptabel.”

Gautier wordt met onmiddellijke ingang geschorst. Hij protesteert. „Ik ben een grote naam in het uitgeversvak,” zegt hij. Bestuurslid Geert Franssen reageert schamper maar wordt afgekapt. Gautier: „Jullie beslissing zal veel vragen oproepen en dat is niet goed voor De Groene.” Zijn voorstel om de tijd te nemen om zijn taken over te dragen, wuift Noorda weg. Als Gautier de inmiddels benauwde ruimte heeft verlaten, zegt een bestuurslid: „Wat een idioot. Dat hij dacht hiermee weg te komen.”

Op vrijdag 27 december, een week nadat het personeel is ingelicht maakt De Groene de breuk bekend: „Gautier en De Groene Amsterdammer gaan in goed overleg uit elkaar.”

Een paar uur daarna levert Gautier bij Schutte zijn sleutels en bankpas in. De twee omhelzen elkaar, in tranen. Schutte nu: „Een vreselijk moment. Teun is een lieverd, maar soms een wat naïeve idealist die mensen wil helpen.”