In beeld

Menselijke crisis dreigt in Centraal Afrikaanse Republiek

In de straatarme Centraal-Afrikaanse Republiek (4,5 miljoen inwoners) werd het vredig samenleven tussen christenen (80 procent van de bevolking) en moslims (15 procent) drastisch verstoord door de opmars, een jaar geleden, van de islamitische alliantie Séléka, een allegaartje van economische boeven, huurlingen uit Tsjaad en extremistische hardliners. Door het ontbreken van enige staatsstructuur kon Séléka het land binnen enkele weken overlopen. In maart verdreef de groep de corrupte president François Bozizé uit de hoofdstad Bangui. Op 5 december intervenieerde Frankrijk militair, op dezelfde dag dat christelijke milities in Bangui op jacht gingen naar strijders van Séléka en moslims in het algemeen. Dat lokte wraakacties uit. Er vielen meer dan duizend doden in de hoofdstad. Nog steeds heerst er een gespannen sfeer in Bangui en wordt er ´s nachts geschoten. Hulpverleners zeggen dat de humanitaire situatie in de CAR steeds nijpender wordt. Naar schatting zijn bijna 800.000 mensen van huis en haard verdreven. In de hoofdstad Bangui verblijven nu zo’n 370.000 inwoners in geïmproviseerde kampen. In de stad Bossangoa is een vluchtelingenkamp voor gevluchte christenen en even verder op een kamp voor gevluchte moslims.
Een Franse soldaat loopt voorbij een huis dat in brand staat in Bossangoa. Frankrijk heeft 1.600 militairen naar de CAR gestuurd, de Afrikaanse Unie wil haar vredesmacht uitbreiden tot 6.000 man. Parijs zegt dat sinds het begin van de interventie ruim 7.000 strijders van Séléka zijn ontwapend. De grote vraag is of het geweld daarmee wordt gestopt. Reuters / Andreea Campeanu
Naar schatting zijn bijna 800.000 mensen van huis en haard verdreven in de CAR. Reuters / Andreea Campeanu
Vluchtelingen in het christelijke kamp in Bossangoa. AFP / Fred Dufour
Een Franse soldaat pakt een machete af van een inwonder van Bossangoa. Reuters / Andreea Campeanu
Een vrouw kijkt toe hoe huizen afbranden in Bossangoa. Op 5 december intervenieerde Frankrijk militair, op dezelfde dag dat christelijke milities in de hoofdstad Bangui op jacht gingen naar strijders van Séléka en moslims in het algemeen. Reuters / Andreea Campeanu
Een moslimvrouw met haar kind op een school in Bossangoa. Reuters / Andreea Campeanu
Huizen staan in brand in Bossangoa, twee dagen geleden. Reuters / Andreea Campeanu
Door het ontbreken van enige staatsstructuur konden de strijders van de islamitische alliantie Séléka de CAR vorig jaar binnen enkele weken overlopen. Hier op de foto ex-Séléka-strijders op hun basis in Bossangoa. Reuters / Andreea Campeanu
In de straatarme Centraal-Afrikaanse Republiek werd het vredig samenleven tussen christenen (80 procent van de bevolking) en moslims (15 procent) drastisch verstoord door de opmars, een jaar geleden, van de islamitische alliantie Séléka, een allegaartje van economische boeven, huurlingen uit Tsjaad en extremistische hardliners. AFP / Fred Dufour
Bewoners liggen op de grond terwijl de Franse militairen patrouilleren door de straten in Bossangoa en omgeving. Reuters / Andreea Campeanu
Moslimfamilies verblijven in een ander vluchtelingenkamp in Bossangoa, gescheiden van christelijke vluchtelingen. Reuters / Andreea Campeanu
Een gevluchte vrouw samen met haar kind in de katholieke kerk in Bossangao. Hulpverleners zeggen dat de humanitaire situatie in de CAR steeds nijpender wordt. Naar schatting zijn bijna 800.000 mensen van huis en haard verdreven. In de hoofdstad Bangui verblijven nu zo’n 370.000 inwoners in geïmproviseerde kampen. Reuters / Andreea Campeanu
Het vluchtelingenkamp Bossangoa in de Centraal Afrikaanse Republiek huisvest gevluchte christenen. AFP / Fred Dufour
Een vrouw, gevlucht voor het religieuze geweld, rust uit naast haar kind in een ziekenhuis in de stad Bossangao, ten noorden van hoofdstad Bangui. Reuters / Andreea Campeanu