Kook gewoon

Geen strooptochten langs winkels op zoek naar onbekende ingrediënten, maar eenvoudig goedgemaakt eten zonder fratsen. Thuiskok Marjoleine de Vos verlangt in 2014 naar ontspanning.

W

at wil de mens in 2014? We beperken ons even tot de keukenmens, de kokende mens, de etende mens. We kijken in ons koffiedik. We volgen trends.

De trends zijn al jaren lokaal, biologisch, seizoensgebonden. En dat alles vooral toegepast op groenten. Maar omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, worden die groenten weer in toenemende mate op niet-lokale wijze bereid, mediterraan in de breedste zin des woords, of Aziatisch, alweer een brede aanduiding. Daarmee verdwijnt dan makkelijk het lokale en het seizoensgebondene weer wat uit het zicht: auberginepuree in de winter of met komijn gekruide bloemkool passen prima in de groentetrend, ook al zijn noch aubergines, noch bloemkool wintergroenten en komen ze hooguit uit de lokale kas.

Ach nu ja, het is allemaal meer mode dan ernst geloof ik. Het is gezellig om een eigen groentetuintje te hebben in de zomer en hip om te ottolenghen in de winter en het geeft het gevoel dat je prima bezig bent voor ‘het milieu enzo’. En zo buigt de biologisch-lokale trend dankzij de Britse kok Yotam Ottolenghi af naar feestelijk groenten eten in het algemeen.

Wie wil mag er een strikt biologisch opgevoed stukje vlees bij eten, op ambachtelijke wijze bereid, als het even kan zelf gezouten, gerookt, gedroogd of tot worst gemaakt, want ambachtelijkheid is ook al heel lang in de mode. Ambachtelijkheid is een vorm van authenticiteit. En we willen allemaal reuze graag authentiek zijn. Echt. Puur.

Mits dat niet overdreven wordt. Dat zag je aan het varkensproject op het Rotterdamse Katendrecht. Daar wilden een paar mensen het eten recht in de ogen kijken, en kwamen er twee buurtvarkens die een half jaar lang door buurtbewoners verzorgd zouden worden en dan geslacht. Maar na een poosje kwam er protest van ándere buurtbewoners: die vonden het zielig dat de varkens geslacht zouden worden.

Daar zag je een mooie clash tussen een poging om authentiek en ambachtelijk met het te slachten dier te leven en dan zelf de worstjes, het spek en de karbonaadjes te verorberen, en het sentimentele meegevoel in het algemeen – want reken maar dat de 2.800 protesthandtekeningen niet allemaal vegetarische handtekeningen waren. Terug naar hoe-het-was, naar echte varkens met echte levens, stuit op bezwaren.

Ze hadden natuurlijk ook nooit twéé varkens moeten nemen daar op Katendrecht, al kon dat om praktische redenen niet anders. Als er van tien telkens twee varkens naar de slacht zouden zijn gegaan, had waarschijnlijk niemand geprotesteerd. Maar Arie en Japie! Die eet je niet. Eten en huisdieren waren hier iets te veel op elkaar gaan lijken.

Hoe dan ook. Roerend door het koffiedik van 2014 meen ik daar te zien dat veel mensen ontzaglijk graag weer eens ‘gewoon’ willen doen. Gewoon eten. Geen geitenvlees, geen pastinaak, geen dadelsiroop of fenegriekdressing: gewone ingrediënten waarvan ze weten waar ze ze moeten halen, en dan daarmee zonder veel moeite een smakelijk gerecht bereiden.

Onopmerkelijk

Het afgelopen jaar hadden twee recepten in deze rubriek een opmerkelijk succes: een provençaalse ovenschotel van aubergine, tomaat en courgette, en een hacheerecept. Twee keer heel eenvoudig, op het onopmerkelijke af, maar smakelijk, duidelijk, overzichtelijk.

Iedereen wil wel eens zo koken dat één blik op het recept, of nog beter géén blik op enig recept, voldoende is. Het eten moet zich min of meer vanzelf wijzen. Geen strooptochten langs winkels om onbekende ingrediënten te kopen, gewoon goedgemaakt eten zonder fratsen.

Gezellig eten.

En ik moet zeggen: daar kan ik goed inkomen. Ik grijp zelf de laatste tijd ook weer vaak terug op beproefde gerechten, maaltijden die je gewoon kunt maken met wat je in huis hebt, sauzen waarbij je zeker van je zaak bent. En oh, die heerlijke geur van stovend rundvlees in rode wijn door de keuken! Zelden vind je jezelf zo prima bezig als wanneer je op zondagochtend de wortelen, uien en peterselie hakt, het vlees in stukken snijdt, de boter in de pan laat smelten en de keuken zich laat vullen met de nog rauwe frisse geuren van wat straks een doorleefde stoofschotel zal worden. Zonder dat je veel moeite hebt hoeven doen, spreek je ’s avonds met zedig neergeslagen ogen: boeuf bourguignon, en je schept er een bordje stamppot bij op. Eventueel door de kinderen te laten bereiden als je die Het grote stamppotboek geeft, een boek tjokvol plaatjes, weetjes, aanwijzingen en stamppotrecepten voor jong en oud, wat in de praktijk betekent dat er van zeer onervaren koks wordt uitgegaan. Gunstig voor de thuiskokjes in spe.

Gewoon koken hoeft niet meteen te betekenen dat de groenten weer in het water gaan en daar in lusteloze staat uitgevist worden. Gewoon koken kan heel goed betekenen: gevulde zeebaars in roomsaus, of puree van knollen en bollen die met een mespuntje kerriepoeder en/of een lepeltje stroop en/of rode peper op smaak is gebracht. Gewoon koken is vooral: dát koken waar je aardigheid in hebt en waar je je zeker bij voelt. Koken zonder restaurantje te hoeven spelen, zonder dat alles ‘Italiaans’ hoeft te zijn (oh, als we daar eens van verlost konden worden, van al dat derderangs ‘Italiaans’), zonder dat het op een wedstrijd lijkt.

Ontspanning.