Kaaiman uit de kofferbak

Bioloog Freek Vonk heeft een reptielenrage ontketend. ‘Als je je hart voor ze openstelt, krijg je er veel voor terug.’

Bram Potter: „Het meest gehecht ben ik aan Ernie, mijn rode rattenslag. Hij is heel rustig. Ik kan alles met hem doen, hij bijt nooit.”

H

et is druk in Reptielenopvang De Leguaan in Bergen op Zoom. Het aantal opgevangen reptielen nam het afgelopen jaar met dertig procent toe. Het centrum en de 26 aan de opvang verbonden ‘gastgezinnen’ zitten allemaal vol. Dankzij televisieprogramma’s van biologen als Freek Vonk is de belangstelling voor reptielen de laatste tijd behoorlijk toegenomen, maar oprichter Jack Hagé is er niet zo blij mee.

„Het resulteert vaak in impulsaankopen. Mensen zien Vonk met een cobra en willen dat dan ook. Maar een reptiel houden is niet zo makkelijk. Je moet zorgen voor de juiste luchtvochtigheid, je hebt warmtelampen nodig, wat je terugziet in je energierekening. En een reptiel zal nooit tam worden. Het zijn geen knuffeldieren, van te veel aandacht krijgen ze stress. Uiteindelijk komt zo’n dier dan bij ons terecht.”

De belangstelling voor reptielen begon in Nederland in de jaren zeventig. Aanvankelijk hielden mensen schildpadden, later kwamen daar amfibieën als salamanders en kikkers bij. Gaandeweg werden ook wurgslangen, hagedissen en leguanen populair, maar tegenwoordig komen er in het opvangcentrum steeds vaker agressieve gifslangen en zelfs krokodilachtigen binnen. Vorig jaar werden er zeven kaaimannen opgevangen.

Die dieren mogen in Nederland gewoon worden gehouden en zijn tegenwoordig relatief makkelijk te verkrijgen, bijvoorbeeld via internet en reptielspeciaalzaken, maar ook op beurzen en via kofferbakverkopen op carpoolplaatsen. Onlangs kreeg het opvangcentrum een telefoontje van de ouders van een vijftienjarige jongen die op een beurs verschillende slangen en schorpioenen had gekocht, waaronder de giftige vijfstreepschorpioen. En die werden door die jongen gewoon op zijn kamer gehouden. „Onverantwoord”, aldus Hagé.

Er zijn in Nederland een paar duizend reptielenhouders die hun dieren wel verantwoord verzorgen en voor wie deze liefhebberij soms een grote passie is. Maar de toegenomen belangstelling voor reptielen leidt ook tot misstanden. Hagé: „Gisteren nog kwam hier een groene leguaan van drie jaar oud binnen. Die zat bij zijn eigenaren nog steeds in het kleine bakje waarin hij als jong had gezeten. Een grotere bak was er niet van gekomen, zeiden ze. En op een internetforum kwam ik een zeventienjarige jongen tegen die opschepte over zijn ratelslangen, bamboeadders en cobra. Die jongen heeft geen idee waar hij mee bezig is. Er gebeuren tegenwoordig steeds meer ongelukken met onervaren gifslanghouders in Nederland. En ondertussen wordt die dieren leed berokkend en de reputatie van de goede reptielenhouders geschaad.”

Het opvangcentrum en de daaraan verbonden gastgezinnen vangen zo’n vijfhonderd dieren per jaar op. Maar die capaciteit is onvoldoende. Hagé is nu bezig met een nieuwe stichting en hoopt veertig nieuwe gastgezinnen te vinden. „Het houden van een reptiel kan een geweldige hobby zijn, maar het is hoog tijd dat de overheid mensen die giftige dieren of krokodilachtigen willen houden, gaat verplichten een cursus te volgen voordat ze er een mogen aanschaffen.”