In Polen is antisemitisme intiem – en tegelijk massaal

De helft van de Polen is fel antisemitisch. Deze mensen belijden dat geloof onder elkaar, op internetsites maar niet tegenover buitenstaanders, schrijft Michal Korzec.

Antisemitisme in Polen is, anders dan in het verleden, meestal niet publiek maar intiem. Intiem maar massaal. Niet respectabel in formele contacten maar algemeen in informele. Het is een volksgeloof voor atheïsten en katholieken. Het is een deel van de culturele intimiteit van de natie waarvoor men zich geneert in contacten met buitenlanders, maar die men hartstochtelijk belijdt als men onder elkaar is. En het is alomtegenwoordig in de anonimiteit op internet.

Antisemieten vormen in Polen een discourse community. Zij vinden dat Joden de schuld dragen van al het ongeluk in de verre en de nabije Poolse geschiedenis. Zij vinden dat de Joden de Holocaust aan zichzelf danken. Dat laatste wordt door sommige Poolse hoogleraren geschiedenis in het openbaar uitgedragen. Straffeloos.

De helft van de Poolse bevolking denkt antisemitisch en dat zal in de afzienbare toekomst zo blijven. Dat is een uitzonderlijk hoog percentage in Europa. De overheid doet haar best, vanwege internationale repercussies en interne stabiliteit, om de omvang en de betekenis van het verschijnsel te ontkennen en te kleineren. Antisemitisme is subversief. En juist daarom populair.

Overigens hangt de andere helft van de Poolse bevolking dit paranoïde wereldbeeld niet aan. Kerken in Warschau herdenken het uitbreken van de opstand in het getto van de stad met klokgebeier. De veroordeling van jodenhaat door de politieke klasse is algemeen en eenstemmig. In de media heerst een nagenoeg totaal spreekverbod voor antisemieten. Maar achter die censuur en politieke correctheid ligt angst – met name voor het eigen volk. De helft van het electoraat is immers zeer veel electoraat.

Afgelopen maart werden 1250 middelbare school-leerlingen tussen de 18 en 19 jaar in Warschau ondervraagd naar hun houding tegenover Joden. De helft was antisemitisch. Er is geen reden waarom die percentages onder volwassenen lager zouden zijn. De helft van de Poolse bevolking vindt antisemitisme cool.

Het onderzoek moest aantonen dat het antisemitisme in Polen niet erger was dan elders in de Europese Unie: tien procent zoals in Nederland en Noorwegen, of twintig procent zoals in Duitsland. Maar het resultaat week dermate van de gewenste uitkomst af dat besloten werd geen vervolgonderzoek te houden. Gedurende enkele dagen omschreven Poolse kranten de resultaten als „schokkend” en „beschamend”. Een enkeling stelde de vraag naar het nut van het Holocaust-onderwijs. Daarna trad de broeierige stilte van de publieke doofpot in.

In Polen wonen zo’n 12.000 tot 40.000 Joden. Het overgrote deel van hen zijn ‘cryptojoden’. Hun omgeving weet niets van hun afkomst af. Waarom? Wie dat verklaart, weet bijna alles over de omvang en intensiteit van de jodenafkeer in het land. Hij die vrij neemt met Jom Kippoer of zegt dat hij wil werken met Kerstmis, ziet zich geconfronteerd met kwaadaardige roddels – of erger.

Polen is binnen de Europese Unie het land met het minste aantal geregistreerde antisemitische incidenten. De Poolse overheid maakt daar in Brussel goede sier mee. Is Polen daarom het minst antisemitische land van Europa? Welnee! Polen is het land met het grootste ongeregistreerde antisemitisme. En dat antisemitisme floreert heus niet alleen onder laaggeschoolden en kansarmen.

Men heeft geen sociaal wetenschappelijk onderzoek nodig om te merken hoe judeofobisch Polen is. Je ogen en oren openhouden volstaat. Een vrouw vertelt haar medereizigers in de treincoupé dat Hitler een standbeeld moet krijgen. Vanwege de Joden. Niemand reageert. Ook ik zwijg. Wat moet ik doen? Haar een bloedneus slaan?

Bij de bakker of de slager verzucht een klant: „Het stinkt naar knoflook in dit land”. Ieder aanwezige in de winkel begrijpt dat hiermee ‘die Joden in de regering’ worden bedoeld.

Het zijn maar twee voorbeelden van ongeregistreerde antisemitische incidenten. Zijn ze representatief? Ja. Bij de laatste volkstelling in Polen hebben 1.100 mensen als etniciteit ‘Joods’ ingevuld. Waarom zijn het er zo weinig? Je kunt het wenden of keren, maar het gaat om angst, voor de in Polen springlevende en nauwelijks verborgen jodenhaat.

Culturele intimiteit. Zo noemde Harvard professor Michael Herzfeld het gedrag in Griekse dorpen waar hij veldwerk deed. Het gedrag dat normaal was onder dorpelingen, maar gênant werd bevonden tegenover buitenlanders. Gênant, niet echt beschamend. Het antisemitisme hoort bij de culturele intimiteit van Polen. De buitenlander die daar vragen over stelt, wordt geconfronteerd met ontkenningen en vergelijkingen: Nederlanders houden toch ook niet van Turken?

Polen is een half antisemitisch land. Dat is een empirische waarheid. Polen is zelfs nu meer antisemitisch dan Duitsland in de jaren twintig van de twintigste eeuw, tijdens de Weimarrepubliek, was.

Lech Walesa voerde tijdens de presidentsverkiezingen in 1990 onder meer de leus: ‘Ik ben een zuivere Pool’. In Polen betekent dit: ‘Ik ben geen Jood’.

Volgens de wetten van de logica zou antisemitisme in Polen al lang uitgestorven moeten zijn. Maar de wetten van de logica zijn niet dezelfde als de wetten van de circulatie der ideeën. Ideeën zijn schokbestendig als ze gefundeerd zijn in diepe emoties.

Die ideeën en emoties gaan terug tot de Poolse middeleeuwen toen de Joden een bevoorrechte stand waren. Zij waren functioneel bij de opbouw van de Poolse staat en werden overbodig toen die staat aan het einde van de achttiende eeuw ophield te bestaan. Ze raakten verpauperd. Luftmenschen. Weerloos. Die weerloosheid was de bron van het antisemitisme aan het begin van de negentiende eeuw. Eerder werden de Joden gevreesd om hun macht. Nu werden ze gehaat om hun zwakte.

Het waren juist de vooraanstaande propagandisten van wetenschap en constitutionalisme die de eerste rationeel onderbouwde antisemitische traktaten schreven. Zowel de eerste Grondwet van Europa (1791) als het eerste Europese niet-religieuze antisemitische manifest in Europa (1816) zijn in Polen geschreven. Door dezelfde mensen. Het is onjuist om het antisemitisme in Polen uitsluitend toe te schrijven aan het nationalisme en het klerikalisme. De voorstanders van het rationalisme hebben in Polen aan de wieg van het moderne antisemitisme gestaan.

Toen de resultaten van het leerlingenonderzoek bekend werden, klonk allereerst het geroep om meer onderwijs over de Joden en de Holocaust. Dat geroep verstomde snel. Want wie op deze manier tegen het antisemitisme wilde strijden, vroeg om niet minder dan een grootscheepse hersenspoeling.

Dus kozen Poolse politici en opinieleiders net als voorheen voor de strategie van ontkennen, sussen en bezweren. En hadden de Polen niet 6000 Joden gered tijdens de Holocaust (0,2 procent van de vooroorlogse Joodse Polen)?

Uit recent Pools historisch onderzoek blijkt dat de Poolse bevolking tijdens de bezetting, zonder participatie van de Duitsers, minstens honderdduizend Joden heeft vermoord: vanwege hun huizen, hun polshorloges en ook vanwege onbaatzuchtige moordzucht. Een Poolse journalist, Zgliczynski, maakte kort geleden een bloemlezing van het onderzoek onder de titel Hoe Polen Duitsers hielpen Joden te vermoorden. Je kunt daar bijvoorbeeld lezen hoe een groep Poolse kinderen, joelend van pret, een groep Joodse kinderen met stenen de schedel insloeg.

Dit is niet ‘de banaliteit van het kwaad’. Dit is moordzucht in een onschuldige kinderziel. En overigens, niet alle Poolse kinderen deden dat. Meestal gooiden ze alleen maar steentjes terwijl ze riepen: „Moos, moos ga naar de moffen!”.

Juist omdat die verslagen geschreven zijn in een droog juridisch proza, is het effect indringender dan de, vooral in Polen populaire, surrealistische verbeeldingen van de Holocaust. Wel wordt de lezer bevangen door een enkel verlangen: ophouden met lezen. En vervolgens door het verlangen om vooral door te gaan met lezen.

De onderzoekers zijn afkomstig van het IPN, het instituut voor de nationale memorie. In de voorgaande jaren is dat instituut bejubeld door rechts Polen, vanwege publicaties van documenten over communistische vervolgingen. Dat gejuich is nu geheel verstomd. Enkele jaren na het begin van de publicaties is er geen debat meer over de Poolse medeplichtigheid aan de Holocaust. Het dient geen enkel belang om daarover te praten.

Anne Applebaum is historica en columnist van The Washington Post. Zij is ook de vrouw van de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Radek Sikorski. Op een Pools discussieforum verscheen een kwaadaardige antisemitische post over haar. Applebaum wilde die persoon voor het gerecht slepen – net zoals ze dat in Amerika doen. Maar daar stak het principe van rechtsgelijkheid een stokje voor. Want waarom zou een ministersvrouw iemand wegens antisemitisme mogen aanklagen, terwijl wekelijks, maandelijks honderdduizend Joodse hate posts verschijnen? Zo’n aanklacht zou meteen worden vergeleken met ‘stalinistische vervolgingen’. De Poolse antisemieten kennen hun rechten en beheersen een aparte retoriek: reductio ad Hitlerum, reductio ad Stalinum.

Gedurende drie maanden, tussen maart en juni 2013, las ik lukraak elke dag de discussiefora van serieuze Poolse kranten, alsmede portals van liefhebbers van honden, katten, schaken, voetballen en bergbeklimmen; van milieubeschermers, voorstanders van het districtenstelsel, tegenstanders van de katholieke kerk, liefhebbers van tarot. Vroeg of laat halen ze de Joden er in ongunstige zin bij. Altijd. Digitale zydohejtery (jodenhaters) raken nooit vermoeid. Het zijn hun tegenstanders die het eerst afhaken.

Een internetter kent een Jood die weigerde om zijn zieke buurman naar het ziekenhuis te rijden. De buurman overleed. Waarom werd de ambulance niet gebeld? Die vraag hoeft niet te worden gesteld. Het hele gebeuren is verzonnen als modernisering van een archetype: de rituele moord door een Jood op een christenmens.

Van de achttien miljoen internetgebruikers in Polen denken velen voortdurend aan de Joden en hun streken. Niet aan politiek, niet aan het weer. Dag in dag uit. Geen Nederlander zal dat geloven. Elk, letterlijk elk, willekeurig onderwerp wordt enthousiast tot zijn kern gereduceerd: het gaat om de Joden en hun streken.

Soms krijgen de digitale judeofoben tegenspraak. Zo schreef een vrouw van tachtig, naar het woordgebruik te oordelen ongeschoold en kennelijk pas op internet: „Ik vind het akelig wat hier over deze arme mensen wordt geschreven. Op de wonden van God, onze Verlosser: wat hebben deze arme mensen jullie misdaan?”

De helft van de bevolking van Polen gelooft dat ‘de Joden’ het land 800 jaar lang hebben mishandeld.

Tegen dat geloof is geen kruid gewassen.