In de Gouden Eeuw stierven mensen tussen hun 25ste en 30ste

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

iLLUSTRATIE eMMELIEN sTAVAST

De aanleiding

nrc.next riep 2 januari uit tot Dag van je Ex. Afgelopen woensdag schreef ik een artikel over de hedendaagse uitdagingen om een relatie in stand te houden. In de Gouden Eeuw was dat minder moeilijk, schreef ik: je trouwde rond je twaalfde levensjaar. Je ging tussen je vijfentwintigste en dertigste dood. Einde relatie. „Dat klopt helemaal niet”, zeiden een paar collega’s. „Mensen gingen niet zo jong al dood.” We hebben het tenslotte over de zeventiende eeuw. De periode waarin we ons bevrijdden van de Spanjaarden en opbloeiden tot wereldmacht. Een economisch spectaculair tijdperk. Kortom, niet echt een tijd waarin mensen jong stierven. Reden dus voor een zelf-check.

Waar is het op gebaseerd?

De cijfers komen uit een artikel geschreven door Jan Luiten van Zanden en Tine de Moor, beiden hoogleraren economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ze onderzochten of de economische vooruitgang tijdens de Gouden Eeuw van invloed was op de levenstandaard van mensen. Om die te bepalen keken ze ook naar levensverwachting uit die tijd. De enige beschikbare cijfers gaan over Amsterdammers in de late zeventiende en achttiende eeuw. „Toen was de levensverwachting bij geboorte gemiddeld ongeveer 28 tot 32 jaar. In de eerste helft van de zeventiende eeuw was die vermoedelijk lager, want toen waren er nog regelmatig grote pestepidemieën die soms tien tot twintig procent van de bevolking wegvaagden”, aldus de onderzoekers.

En, klopt het?

De hoogleraren Van Zanden en De Moor moeten beiden lachen als ik vertel wat ik heb opgeschreven. „Het klopt niet”, zegt hoogleraar van Zanden. „In het artikel ging het over de gemiddelde leeftijdsverwachting bij geboorte. En dat is heel iets anders dan de gemiddelde leeftijdsverwachting van de gehele populatie.” Er waren in de Gouden Eeuw nog geen inentingen of behandeling van kinderziekten. Bij geboorte had je vanwege de enorme kindersterfte een veel lagere levensverwachting dan daarna. Had je het eerste levensjaar overleefd, dan was je levensverwachting al hoger.

Dat mensen gemiddeld rond hun twaalfde trouwden klopt ook niet, zegt Van Zanden. „Vrouwen trouwden in de Gouden Eeuw gemiddeld tussen de 23 en 26 jaar, mannen twee jaar later, tussen 25 en 28 jaar.”

Historisch demograaf Frans van Poppel is verbonden aan het demografisch instituut NIDI en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Hij zegt dat er vaak fouten worden gemaakt in de interpretatie van cijfers over de levensverwachting.

Vóór de negentiende eeuw is het moeilijk kindersterftecijfers te berekenen. Vanaf ongeveer 1840 werden ze pas regelmatig gepubliceerd, zegt Van Poppel. Die cijfers geven een indicatie van kindersterfte in de zeventiende eeuw. In de meeste landen is er tot ver in de negentiende eeuw nauwelijks verandering in geweest, vertelt Van Poppel. Onder meer de latere aanleg van het rioleringsysteem verlaagde de kindersterfte.

De sterftecijfers in Nederland verschilden rond 1840 per streek. In sommige regio’s gaven moeders wel borstvoeding en in andere niet. Als de baby geen borstvoeding kreeg en voor voeding afhankelijk was van koemelk en vaak vervuild water, was de kans op sterfte hoger. In Zuid-Holland en Zeeland stierf één op de drie kinderen vóór hun eerste verjaardag. In Groningen en Friesland ging het om tien procent van de pasgeborenen, zegt Van Poppel.

Als een kind vijf jaar oud was en alle risico jaren achter de rug had, dan zou dat misschien zelfs 55 jaar kunnen worden, vertelt Jan Luiten van Zanden. Als vrouwen niet stierven in het kraambed was de kans om 70 of 80 te worden ook aanwezig, zegt Van Zanden. Daarnaast zijn de cijfers in het artikel van Van Zanden en De Moor gebaseerd op de Amsterdamse bevolking waar de mortaliteit vaak hoger was dan op het platteland. Stadsbewoners woonden vaak dichter op elkaar en bij ziekte was de kans op besmetting ook groter, zegt De Moor.

Volgens Van Poppel klopt het gemiddelde dat ik heb genomen wel. „Het gemiddelde voor de populatie moet natuurlijk ook de nuljarigen bevatten.” Hij zegt dat het cijfer van de levensverwachting bij de geboorte een vertekend beeld geeft omdat het wordt beïnvloed door extreme gebeurtenissen in het eerste levensjaar. Het is volgens Van Poppel beter om de mediaan, de middelste leeftijd van alle leeftijden, te nemen in 1850. Bij mannen was dat 38,3 jaar en bij vrouwen 47,9 jaar. Dat getal ligt veel hoger dan de 25-30 jaar die ik veronderstelde in mijn artikel.

Conclusie

Afgelopen woensdag schreef ik dat mensen in de Gouden Eeuw stierven tussen de 25 en 30 jaar. Dat klopt niet. Het ging hier om de gemiddelde leeftijdsverwachting bij geboorte, dus voor de kritische fase van het eerste levensjaar. Bovendien werden destijds nauwelijks sterftecijfers bijgehouden, dat gebeurde pas in de negentiende eeuw. Ik beoordeel de stelling als onwaar. Sorry.