Ik vraag me niet af of het mag, ik doe het gewoon

Nu is hij nog wethouder in Capelle aan den IJssel en radiopresentator. Hij wordt lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam. „Op de radio ben ik Joost Ongenuanceerdmans. In de politiek is het anders.”

Tekst Sheila Kamerman, foto Olivier Middendorp

Leefbaar Rotterdam-lijsttrekker Joost Eerdmans, over de Rotterdamse gemeentepolitiek: „Ze kunnen niet om ons heen. We zijn de olifant in de kamer. Niemand praat tegen ons, maar ze zien ons wel.”

Joost Eerdmans neemt een grote hap van zijn broodje kip-kerrie. Hij glimlacht naar de Surinaamse serveerster en eigenaresse van café-bar Bondru. „Mag ik er wat sambal bij?” De pas gekozen lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam maakt een rondje langs allochtone ondernemers op de Zwaanshals. Dat is een opgeknapte winkelstraat in Rotterdam-Noord die nog veel problemen kent: winkeliers met een gerenoveerde zaak die hun gevels laten afbladderen; te weinig parkeerplekken en dan dat vermaledijde kentekenparkeren waarbij de automobilist zijn kenteken moet intoetsen op een schermpje van de betaalautomaat.

Eerdmans vraagt de serveerster naar problemen in de buurt. Ze wijst naar buiten. Het plein voor het café ligt er nu mooi bij in de winterzon. „Maar ’s avonds is het pikdonker. En moet je eens op hakken over dat plein lopen!”

Eerdmans; „Ik heb al heel lang niet meer op hakken gelopen.” Ze lachen. De eigenaresse: „We zouden graag het terras uitbreiden. De gemeente doet daar heel moeilijk over.” Eerdmans: „Daar gaan wij ons hard voor maken. Leefbaar wil dat aanpakken.” Aanpakken! Dat woord gebruikt Eerdmans veel, ook een paar dagen eerder tijdens een gesprek op de tiende etage van het gemeentehuis in Capelle aan den IJssel. „Niet lullen. Aanpakken! Energie erop, gaspedaal in, ambitie! Dat heeft Rotterdam nodig.”

Joost Eerdmans (42) is nu nog wethouder in Capelle. Een goede leerschool voor Rotterdam, zegt hij. En hij is radiopresentator. Elke avond om half zeven poneert hij op Radio 1 een stelling, vaak met een uitroepteken. Parkeren moet gratis! Reisgegevens opslaan is een prima middel tegen terreur! Eurofielen zijn een grotere bedreiging voor de EU dan Le Pen!

Verzint u die stellingen zelf?

„Negen van de tien keer wel. Ik sta er ook altijd achter, al denk ik wel eens: dit gaat ver.”

Dus als Leefbaar aan de macht komt, wordt het gratis parkeren?

„Ha ha. Als radiopresentator kan je er met gestrekt been in. Radio roeptoeter. Joost Ongenuanceerdmans. In de politiek is het anders. Het bestuur van een stad ligt een tikje anders, dat weet ik. Wie gaat samenwerken, moet altijd wat inleveren. Maar als wij aan de macht komen, gaat er veel veranderen.”

Terug in café-bar Bondru. De serveerster komt langs. Was alles naar wens? „Was heerlijk”, zegt Eerdmans. Met een knipoog naar zijn campagneleider Ronald Buijt die eerder opmerkte dat ze de sambal vergat te brengen. „Vooral de sambal.”

Ronald Buijt vraagt de rekening. Hij zit sinds 2006 in de raad voor Leefbaar en is nu tevens campagneleider. Buijt werkt als planner bij een transportbedrijf, maar neemt de laatste acht weken voor de verkiezingen onbetaald verlof. Hij is de rechterhand van Eerdmans. Er zitten nog twee raadsleden van Leefbaar aan tafel.

Wat willen jullie veranderen?

Eerdmans: „Veiligheid staat nummer één. Ik ben net als burgemeester Aboutaleb blij dat het aantal gewapende overvallen en straatroven is teruggedrongen. Leefbaar heeft daar steeds op gehamerd. Maar ouderen voelen zich niet veilig op straat. Ik sprak een man van 74 die niet met de metro durfde omdat hij steeds jongeren om toestemming moest vragen of hij er langs mocht.”

Hoe gaan jullie dat bereiken?

„Meer toezicht. Meer politie op straat. En bijvoorbeeld een conducteur op elke metro. Dat kunnen mensen zijn die nu in een uitkering zitten. In Londen wordt een moeder met een buggy de metro in geholpen. Dat willen we hier ook. Jongeren die met hun voeten op de bank zitten, spugen, hard muziek aanzetten, die moeten aangesproken worden. Als ze niet luisteren, volgt een sanctie.”

Wordt Rotterdam daar veiliger van?

„Zeker! Er is een crisis van verloedering in de stad. Verloedering moet je aanpakken, anders wordt het vanzelf een veiligheidsprobleem.

„Controleren en handhaven. Neem het openbaar vervoer. Vorig jaar werden 31 controleurs het ziekenhuis in geslagen. Wat was de straf? Twee keer vrijspraak, een taakstraf. De rest kwam niet eens voor de rechter. Dat noem ik triest.

„Hoe kan het publieke domein veiliger worden, als mensen lachen om de straffen? Rotterdam is al strenger geworden. Nu kan iemand die zich misdraagt een reisverbod krijgen van acht weken op de lijn van het incident. Als dat kan, kun je ook een ov-verbod opleggen voor acht maanden, geldend voor de hele stad.”

Het moet strenger?

„Precies. Rotterdam kent wijken waar tuig de lakens uitdeelt. Nu duurt het weken, maanden voordat er iets gebeurt. Een stadsmarinier gaat eens een kijkje nemen, er wordt een nota geschreven. Nee! Daar zet je – bam! – een politiehuisje neer met een mobiele brigade. Dan ga je handhaven.”

In café bar Bondru in Rotterdam-Noord staan Eerdmans, Buijt en de twee raadsleden op en lopen naar buiten. In de Zwaanshals baten Marokkaanse Nederlanders een viswinkel uit. Er is een Turkse bakker/patisserie en een Turks reisbureau, een Marokkaans eethuis. Maar ook kledingwinkels, een ijssalon, een winkel met designprullenbakken. Leefbaar Rotterdam wil van allochtone ondernemers horen wat ze graag anders zouden zien. En passant moet tijdens het tripje door Noord een vooroordeel worden weggenomen: veel Rotterdammers denken dat Leefbaar tegen allochtonen is. „Dat is pertinent niet waar”, zegt Eerdmans. „Er zijn allochtonen die hard werken en hun eigen broek ophouden. Met die mensen hebben we helemaal geen moeite.”

De eerste winkel die ze bezoeken is een kleine Turkse supermarkt. Natuurlijk, vertelt de eigenaar, heeft hij last van de crisis. Hij baalt van de moskee om de hoek die een winkel heeft in de hal. „Die mensen betalen geen belasting, daar valt niet tegenop te concurreren.” Eerdmans schudt zijn hoofd. „Valse concurrentie”, zegt hij. „Daar willen we zeker tegen optreden.”

De supermarkteigenaar heeft wel baat gehad bij de aanpak van de verpaupering en de winkelleegstand in de straat. „De buurt wordt beter en trekt hogere inkomens. Dat is goed voor de verkoop”, zegt hij.

De allochtone winkeliers doen het aardig. Is integratie nog een item?

„Een heel belangrijk item voor Leefbaar. Integratie als onderwerp is aan de Coolsingel [het stadhuis, red.] verdwenen.

„Maar er ontstaan hele Turkse en Marokkaanse wijken. Er wordt onderling Turks of Marokkaans gesproken, er is weinig contact met autochtonen. Samenlevinkjes binnen de samenleving. Dat moeten we niet willen. Als je in Nederland woont, moet je meedoen.”

Op zijn wethouderskamer in Capelle zegt Eerdmans dat hij zich grote zorgen maakt om arbeiders uit Oost-Europa. Hij verwacht dat die met duizenden tegelijk naar Nederland zullen komen.

„Minister Asscher heeft het over code oranje. Wij spreken over code rood. Het is toch zot dat we mensen van buiten halen als 38.000 Rotterdammers van een uitkering leven? 10.000 Rotterdammers horen tot de ‘ijzeren voorraad’. Zo wordt dat genoemd, daar is niets mee te beginnen. Die hoeven niet eens te solliciteren. Het lijkt wel alsof alleen een Pool een muurtje kan metselen. Wij willen eerst het leger van mensen die aan de kant staan aan werk helpen.”

Hoe krijg je mensen aan het werk?

„We doen het al in Capelle. Strenge eisen om een uitkering te krijgen, stevige controle op fraude en zorgen dat mensen die werkloos worden via bijscholing weer aan een baan komen. Vijfduizend mensen weer aan het werk scheelt 75 miljoen op jaarbasis. Oost-Europeanen hebben we dan niet nodig.”

Hoe hou je die tegen?

„Instroom stoppen. We willen in Rotterdam maximaal duizend Oost-Europeanen per jaar toelaten. Kennismigranten niet meegerekend, uiteraard.”

Mag een stad wel bepaalde mensen weigeren?

„Wij denken niet in beperkingen, maar in kansen. We hebben met de Rotterdamwet kansarmen uit achterstandswijken kunnen weren. Daar waren de meeste mensen ook sceptisch over. Mag dat wel? We deden het gewoon en het bleek te kunnen.

„En de mensen die wel komen moeten we niet in een Polenhotel onderbrengen, zoals wethouder Karakus wil. Die moeten meedoen. Nederlands leren. Integreren.”

Eerdmans pakt een folder van tafel. „Kijk, helemaal in het Bulgaars. Wat erin staat? Geen idee! Misschien wel hoe ze een uitkering moeten aanvragen. Als Rotterdammers dit zien, voelen ze zich achtergesteld in hun eigen stad.”

Leefbaar Rotterdam wil flink inzetten op onderwijs. Hoe?

Eerdmans: „Leefbaar wil rust, orde en regelmaat terug op school. Daarom bepleiten we een ‘onderwijscode’, waar alle middelbare scholen zich aan moeten houden en die ervoor zorgt dat leerlingen leren zich normaal te gedragen: Geen social media in de klas, de leraar spreek je aan met ‘u’ en met ‘meneer’, en niet met Henk.”

Daar gaat de politiek toch niet over?

„Ha, dat zegt D66 ook. We kunnen beginnen met erover te spreken. Net als over al die opleidingen die jongeren scholen voor een enkeltje bijstand.

„Rotterdam heeft straks duizenden mensen nodig voor de haven, de zorg en voor de klas. Dáár moet voor worden opgeleid. Wij willen dat opleidingen beter aansluiten bij de arbeidsmarkt. En dat de beste leraren naar Rotterdam komen.”

En zo de culturele elite vergroten?

„Graag. Die is te smal in Rotterdam. Dat heeft de stad ook aan zichzelf te danken. We komen binnenkort met een rapport. Dat heet: ‘Stop de vertrutting’. Vroeger kwamen er vrijdagavond volle treinen naar Rotterdam. De stad was swingend, een voorloper op het gebeid van de dance en pop.”

De ogen van Eerdmans glimmen. „We hebben North Sea Jazz en de Dance Parade. Maar veel is verdwenen.”

Hoe komt dat?

„We zijn conservatief, we durven te weinig, we zijn niet meer eigenwijs. Het geld gaat naar welzijns- en diversiteitsprojectjes, naar Vogelaarachtige dingen. Buurtmoeders, buurtoma’s, goed dat ze er zijn. Maar moet de gemeente dat betalen?

„We hebben daar een lijst liggen van twaalf kantjes met projecten die subsidie krijgen. Reken maar dat we die goed gaan doorpluizen. Sowieso willen we van elke subsidie 10 procent overheadskorting aftrekken. Dat moet kunnen. Als ik vroeger geen gulden maar negentig cent zakgeld kreeg, dan kocht ik die lolly niet. Dan kocht ik alleen wat ik echt wou.”

Welke subsidies wilt u afschaffen?

„Subsidies die mensen belemmeren zelf actief te worden. En subsidies waarvan het nut niet bewezen is. Maatschappelijk ondernemen. Rotterdam betaalt daar jaarlijks een ton aan. Wat is de opbrengst? En wat dacht je van groene daken, geveltuintjes, een waterplein? Heel veel subsidie. Geef liever de straat een extra beurt en hou het park schoon zodat je er doorheen kunt lopen zonder condooms te zien. Een hangplek subsidiëren. Waarom? Omdat ze anders in mijn portiek hangen? Daar gaan wij op handhaven.”

Denise Roozen runt damesmodezaak ‘Hier Is Het’ op de Zwaanshals. Ze geeft net een klant drie zoenen als afscheid als Eerdmans binnenkomt. De klant vertrekt met volle tassen. De winkel bestaat al 35 jaar, Roozen zit er sinds 1996. Klanten komen voor de persoonlijke aandacht. Daarnaast is Roozen een soort buurtmoeder.

Natuurlijk heeft ze nog wel wat klachten over de buurt, de bladeren mogen best vaker worden opgeveegd. Maar ze is vooral blij met de aanpak van de verpaupering en de winkelleegstand. „Destijds zaten er zeven belwinkels. Die zijn nu goddank weg. Het gaat echt goed met de straat.”

De smalle winkel staat opeens helemaal vol met de vier mannen van Leefbaar. Maar dat vindt Roozen alleen maar een eer. „Sinds Pimmetje heb ik heb ik altijd op Leefbaar gestemd.”

In 2006 wilde Pastors, toen lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam, pertinent niet met de PvdA besturen, waardoor Leefbaar buitenspel kwam te staan. Wat vindt u daarvan?

„Leefbaar Rotterdam is een volkspartij. Dat is belangrijk. Maar we komen ook aan boord en pakken het stuur. In 2002 kwam Leefbaar uit het niets met zeventien man in de Rotterdamse raad. We hebben niet eerst vier jaar om ons heen gekeken. Nee, meteen aan de bak. Iedereen weet hoe het is gegaan in 2006. Pastors had tevoren gezegd: niet met de PvdA. En daar hebben we ons aan gehouden. Ik zeg nu: ik sta open voor iedereen. Ook voor de PvdA.”

Wil de PvdA ook met jullie?

„Ze kunnen niet om ons heen. We zijn de olifant in de kamer. Niemand praat tegen ons, maar ze zien ons wel. De hegemonie die ze zestig jaar lang hadden is voorbij. Dat was ook ongezond. Het was niet de vraag óf de PvdA in het bestuur kwam, maar met hoeveel wethouders. We are here to stay. Een blijvende factor. De Coolsingel zal niet makkelijk weer rood kleuren.”