‘Ik heb haar echt getraind om niet om zes uur al op te staan’

Herma van Baaren

(76) en haar man

Dick van Baaren

(78) hebben beiden tot ver in de zeventig doorgewerkt. Ze willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Zij: „Mijn man vindt alles goed wat ik bedenk.” Hij: „Zij weet altijd leuke dingen om te doen.”

Herma en Dick van Baaren tuigen volgens traditie pas na de jaarwisseling de kerstboom af.

‘Hij roept mij voor Koffietijd

Dick: „Ik moet af en toe zo’n APK-keuring bij de dokter nemen, daar ga ik uit beleefdheid naar toe. Ik ben niet bang voor de dood, dat heeft geen zin. Je bent alleen in de aap gelogeerd als je er als oudere alleen voor komt te staan, of gehandicapt raakt. Dan kom je in een instituut terecht, waar ze zomaar opa en oma tegen je zeggen.”

Herma: „We blijven ook zo lang mogelijk in ons huis wonen.”

Dick: „Ik kijk wel eens naar een flat, maar dat is ondanks de crisis behoorlijk duur. En dan ben je de tuin kwijt.”

Herma: „Ik moet er niet aan denken dat we samen in zo’n kleine ruimte zitten. Dick is sinds een klein jaar thuis, daar ik moet ik vreselijk aan wennen. Ik ben heel bedrijvig en dan vindt hij het ongezellig als ik de kamer uit ben. Als hij Koffietijd gaat kijken, roept hij mij om erbij te zitten. Maar ik vind het niks om de hele dag voor de televisie te zitten.”

Dick: „Ik vind televisie kijken ook niet zo leuk hoor. Als je de hele dag thuis bent, valt het pas op hoeveel herhaling er in de programmering zit.”

‘Ze is weer hartstikke gezond’

Herma: „Vorig jaar kreeg ik een maagbloeding, een week later hoorde ik dat ik kanker had. Iedereen in paniek, ik kreeg de hele tijd angstige mensen op bezoek die niets durfden te vragen. Maar ik voelde me nog gezond en had veel energie. Ik kreeg chemotabletten, zodat het gezwel zou krimpen, en moest heel snel geopereerd worden.”

Dick: „We zouden eigenlijk vlak voor de operatie op cruise gaan. Maar de arts vond het geen goed idee.”

Herma: „Toen zijn we naar een andere arts gegaan, en van hem mocht het wel.”

Dick: „Achteraf was dat wel goed, dat vond de dokter ook. Ze heeft lekker kunnen ontspannen en is nu weer hartstikke gezond.”

Herma: „Ik ga gewoon door. Een dag voor de operatie ging ik nog naar Amsterdam, naar mijn oude buurjongen die ik via Facebook had gevonden. Oh ja hoor, ik kan gewoon achter de laptop. Ik ben medisch mediathecaris geweest bij het ROC. Toen alle boeken door computers werden vervangen, vroegen ze of ik met pensioen wilde. Maar dat wilde ik niet, en toen heb ik mijn digitaal rijbewijs gehaald. Vanaf toen ben ik blijven oefenen. Zo ontdek ik steeds meer op internet. Ik scrabble online en maak digitale fotoboeken met mijn dochters.”

Dick: „Ik heb helemaal niks met computers.”

Herma: „Hij heeft er geen geduld voor. Als hij zou willen, lukt het wel.”

‘Ik kan goed sparen’

Herma: „We hebben allebei lang doorgewerkt. Ik zat op mijn 73ste nog achter de receptie op de school.”

Dick: „Ik werkte tot een jaar geleden vier halve dagen in de week bij een schoonmaak- en beveiligingsbedrijf. Toen het werd overgenomen, werd ik ontslagen: te oud. Nu doe ik het onderhoud van het huis, we hebben een groot huis met veel lege kamers. Ik ben in februari begonnen met de badkamer, die wilde ik al jaren doen.

Herma: „Toen duurde het zolang, dat we iemand hebben ingeschakeld.”

Dick: „Ja, voor het zware werk, zoals tegels snijden en stuken. Maar het voorbereidende werk heb ik gedaan. Toch gaat dat langzamer dan je denkt, daar moet ik wel aan wennen.”

Herma: „Ik stopte met werken omdat ik thuis de administratie verwaarloosde. Ik doe het financiële gedeelte, daar bemoeit mijn man zich niet mee. Ik kan goed sparen en heb op een beleggingsclub gezeten. Mijn vader had een eigen bedrijf, die heeft me altijd geleerd de administratie in mapjes bij te houden en te controleren of de eindbedragen kloppen. Ik neem elke dag de meterstanden op en verwerk die op de computer.”

‘We zijn allebei nog heel actief’

Herma: „Ik slaap altijd kort. Ik wil er vroeg uit, om de boel op te ruimen. Dan zet ik de televisie aan voor het nieuws en maak ik ontbijt klaar.”

Dick: „Ik heb haar echt moeten trainen om niet om zes uur al op te staan. Zeven uur is een mooie tijd, dan sta ik ook op. Voor ik stopte met werk was ik bang dat de dagen niet gevuld zouden zijn. Maar ik sleutel graag aan mijn auto, een Mazda MX-5. En ik volleybal en fitness. Zo is er elke dag wel wat.”

Herma: „En dan hebben we de kleinkinderen nog.”

Dick: „Maar die gaan ook hun eigen gang, hoe groter ze worden.”

Herma: „Ik zit bij een koor, waar ik penningmeester ben. Ook hou ik van aquarellen, heb ik een volkstuintje en tennis ik. Ik heb veel vriendinnenclubjes. Eerst waren dat wandelclubjes, maar dat zijn nu koffieclubjes, omdat de meesten niet meer zoveel wandelen.”

Dick: „Dat is ook een nadeel van ouderdom. Ik ben lid van een schaakclub van ouderen, die gaan uiteindelijk dood.”

Herma: „Wij zijn allebei nog heel actief, dat scheelt. Toen kinderen uit huis waren, zijn we veel gaan reizen. Dan bedenk ik opeens dat ik wel op cruise naar Dubai wil. Ik boek dat ook gewoon, want mijn man vindt alles goed wat ik bedenk.”

Dick: „Zij weet altijd leuke dingen.”

Herma: „Alle vrije reizendagen van de NS gaan we ook weg, steeds naar een andere stad. Dan zitten we op terrasjes en gaan naar musea. Dat verveelt nooit hoor.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl