‘Ik deed mijn best romantisch te zijn’

Jean Opgenort en Anjola van Wanrooij waren vierenhalf jaar bij elkaar.

Jean en Anjola, mei 2007

„Ik werkte in de Efteling, en elke dag kwam ik daar Anjola tegen. Ze had een abonnement, samen met een vriendin. Het klikte heel erg, maar we zijn niet boem-pats voor elkaar gevallen. In de zomer van 2006 leerden we elkaar kennen en we gingen sindsdien geregeld samen op stap, met vrienden of met zijn tweeën. Zij was 19, ik was 22. Onze vriendschap werd steeds hechter, en met carnaval het jaar daarop ging het aan. Zij was mijn eerste vriendinnetje, ik haar eerste vriendje.

„We hebben het geweldig gehad samen. Met mindere perioden, maar ook heel hoge pieken. Anjola ging tweehonderd procent voor mij. Zelfs in tijden dat het moeilijk liep tussen ons, bleef ze voor ogen houden dat we samen oud zouden worden. Die trouw waardeer ik enorm in haar, net als haar gevoel voor humor, dat hetzelfde is als het mijne.

„Dat het toch uitgegaan is, komt doordat we op zeker moment vastzaten en niet meer vooruitkwamen. Ik had moeite om er altijd voor haar te zijn en te anticiperen op wat ze nodig had. Anjola is een gevoelsmens, ze heeft veel affectie nodig. Ik ben meer rechttoe-rechtaan. Ik deed wel mijn best om romantisch te zijn, haar mee uit eten te nemen, kaartjes te sturen, maar Anjola had behoefte aan meer. Toen ik daarover wilde praten om te kijken hoe we dingen konden veranderen, zei Anjola: ‘We moeten gewoon doorgaan, of ermee stoppen.’ Door dat woordje ‘gewoon’ besefte ik: ‘Dit is het. Het wordt niet beter.’ Ik heb drie keer geslikt en gezegd: ‘Dan moeten we ermee stoppen.’

„Allebei hebben we gescheiden ouders, die goed met elkaar omgaan. Zij zijn ons voorbeeld. Al snel zagen we elkaar weer elke week op de repetitie van onze theatersportvereniging. In het begin was het contact nog wel moeizaam, maar na een half jaar was dat over. We voelen elkaar heel goed aan en kunnen altijd bij elkaar terecht. In onze vriendenkring vinden mensen dat heel apart.”