Ik ben neergezet als

held

Interview

Faiza Oulahsen (26) voerde voor Greenpeace actie tegen olieboringen en belandde in een Russische cel. „Boze boeken schrijven, dat kan ook. Maar dat doe ik wel als ik vijftig ben.”

tekst Yasmina Aboutaleb en Jeroen van der Kris

foto’s Stefanie Grätz

Ze had het haar moeder niet verteld. Alleen dat ze een tijdje wegging met een schip. Maar niet waar naartoe. Over sommige acties van Greenpeace mogen medewerkers niet in detail praten. Bovendien wilde ze haar moeder niet ongerust maken. Dus toen die vroeg of het gevaarlijk was, wat ze ging doen, antwoordde ze: „Nee joh, maak je niet druk. De kans dat er iets fout gaat is erg klein.”

Dat was vooraf ook wat Faiza Oulahsen (26) dacht. Greenpeace had eerder bij hetzelfde platform van het Russische Gazprom zonder problemen actie gevoerd om aandacht te vragen voor de gevaren van olieboringen in het Noordpoolgebied. Maar nu zetten de Russen 28 actievoerders en twee journalisten in een cel.

Faiza Oulahsen: „Je kunt wel zeggen dat je de beslissing zelf hebt genomen en dat je wist waar je aan begon. Maar naast ons waren er heel veel die mentaal óók in de gevangenis zaten: familieleden, kinderen, partners. Vooral voor mijn moeder was het heel zwaar. Ik kon geen telefoontje plegen om te zeggen: hé, komt wel goed. En om haar stem te horen.”

Ze geloofde niet echt dat ze voor vijftien jaar naar een strafkamp zou worden gestuurd. Dat is de straf voor piraterij, waarvan de ‘Arctic 30’ beschuldigd werden. Maar anderhalf jaar in een cel, daar hield ze wel rekening mee, zegt Faiza Oulahsen. „Zo lang kunnen ze iemand in voorarrest houden totdat een zaak voorkomt.” Door een amnestiewet kwamen de actievoerders kort voor het einde van het jaar vrij.

Vorige week kwam ze thuis in Amsterdam, vijf kilo lichter. „Ik ben 1 meter 68 en zit nu op vijftig kilo”, zegt ze. „Er moet echt wat vet terugkomen.”

En nu is ze een Bekende Nederlander. Haar naam stond in lijstjes van personen die afgelopen jaar het nieuws bepaalden. Op straat of in de winkel komen mensen naar haar toe.

De reacties die ze krijgt, vertelt ze, zijn tot nu toe positief. Mensen zeggen: „Goh, het zal wel zwaar zijn geweest.” En vandaag waren er een paar Marokkaanse jongens op straat die zeiden: „Hé, jij bent toch van Greenpeace? Wauw, jij hebt toch in Rusland gezeten? Echt goed wat je doet hoor, gewoon doorgaan.”

Faiza Oulahsen: „Dat is wel heel lief. Dat is heel leuk. Maar tegelijkertijd ben ik ook mijn anonimiteit kwijtgeraakt. Ik kan niet zeggen dat ik daar nou op zat te wachten.”

Op stations hingen billboards van Greenpeace met een grote foto van je achter tralies tijdens een zitting.

„Ja, dat kreeg ik achteraf te horen.”

Ze hebben je dat toen niet gezegd?

„De communicatie is vrij stroef als je in de gevangenis zit. Maar onze collega’s hebben, denk ik, gewoon alles gedaan om aandacht te vragen voor de zaak en ons eruit te krijgen.”

Dus je vindt het goed dat ze dat gedaan hebben?

„Ik kan niet zeggen dat ik blij ben dat ik overal met mijn kop in bushokjes te zien ben geweest. Maar aan de andere kant: we waren ook vaak in het achtuurjournaal en in de krant, dus of het nou zoveel uitmaakt? Het was wel bizar om te horen.

„Die afbeelding deed me denken aan de dagen dat het slecht met me ging. Als ik die foto zie dan ga ik terug naar dat moment, naar een van de meest angstige dagen die ik heb beleefd. We zijn neergezet als >> >> helden. Maar als je in de cel zit voel je je echt geen held. Zo heldhaftig ben je niet, als je je vrijheid kwijt bent.”

Tijdens een van de borgtochtzittingen had je rode lippenstift op. Dat zag er eerder zelfbewust uit dan angstig.

„Ik had daar nooit om gevraagd, die lippenstift. Ik dacht aan meer fundamentele zaken. Maar op een gegeven moment, half oktober, kreeg ik een tas van Greenpeace. Toen ik alles tevoorschijn haalde, dacht ik: hé, dit komt uit mijn appartement. Een trui, wat ondergoed, essentiële zaken, én een lippenstift. Daar moest ik zo hard om lachen. Dat is de humor van mijn huisgenootje. Zij is een ontzettend ijdele dame, die mij goed kent en weet dat ik altijd rode lippenstift draag. Het was voor mij een stukje zelfverzorging. Je doucht daar maar twee keer per week, je hebt niet zoveel kleding. Ik ga echt niet zonder lippenstift naar een rechtszaal om er maar zo slecht mogelijk uit te zien op de camera. Ik wilde er relatief goed uitzien.

„Maar als ik die momenten van het begin terugzie: dat is niet leuk. Dat geldt trouwens ook voor die voorpagina van nrc.next met de kop ‘het nieuwe zeehondje van Greenpeace’. Ik ben een ontzettende nieuwsjunk en daar zit je dan. Je krijgt bijna niks te horen over je eigen zaak. En ik wilde ook weten wat er in de rest van de wereld gebeurde. De eerste Nederlandse krant die ik onder ogen kreeg was verdomme die pagina. We zijn door de Russische staatsmedia voor veel dingen uitgemaakt, maar niks is zo kleinerend als die voorpagina. Ik vind het seksistisch. Ik was twee jaar campagneleider. En dan word je zo weggezet. Zo van: dat meisje is op dat schip gestuurd. Je wórdt niet op een schip gestuurd. Je gaat mee omdat je daar voor kiest.”

Wat was vooraf jullie ideale scenario?

„Ons plan was om het platform voor een bepaalde tijd stop te zetten. Dat kan ook. Als je daar klimmers plaatst – unauthorized personnel – dan kun je zo’n platform een week of drie platleggen, op een veilige, effectieve manier.”

En wat als dat was gelukt?

„Dan zet je Gazprom onder druk. Ze lopen inkomsten mis. En je schrikt andere investeerders af. Dat lukt beter als je aandacht voor de zaak krijgt, want het is vrij onbekend hoe het bedrijf opereert. In 2011 zijn er in Oost-Rusland 53 van hun werknemers overleden omdat ze buiten het boorseizoen op een boorschip zaten dat onderweg uit elkaar viel. Dat weten weinig mensen.”

Bij die aandacht hoort toch dat autoriteiten reageren op een actie? Als er een helikopter boven je schip hangt, denk je dan eerst niet: mooie publiciteit?

„Nee hoor, nee. Geloof me. Je denkt alleen aan de veiligheid van je mensen. Want het liep volledig uit de hand. Er werd geschoten. In de lucht, in het water. Er is zelfs een aantal schoten horizontaal gelost.

„Ik was aan het eten toen een van onze actievoerders schreeuwde. Helikopter! Helikopter! Ik rende meteen het dek op. Ik zag op tien meter een grote militaire helikopter boven het dek hangen. Achter mij het schip van de kustwacht, voor mij de ijsbreker die het platform bevoorraadt, en rechts nog een bootje van de kustwacht. Het was duidelijk: wij waren omsingeld en we gingen geënterd worden. Dan denk je aan heel wat anders dan aan media-aandacht.”

Stel: er was reactie gekomen. Het platform was een dag stilgelegd en jullie waren weer teruggevaren. Was de actie dan geslaagd geweest?

„Als je iets een dag stillegt, vind ik dat geen geslaagde actie. Als het twee weken was geweest wel. Ook zonder media-aandacht.”

Faiza Oulahsen groeide op in Mijdrecht, een dorp tussen Utrecht en Amsterdam, in wat ze noemt „een doorsnee Marokkaans gezin”. Met een vader die naar Nederland was gekomen om in een fabriek te werken. Een moeder die huisvrouw was. Twee broers, één zusje.

Als kind hing ze posters in haar kamer van dieren die met uitsterven bedreigd werden. Die haalde ze uit het jongerentijdschrift van het Wereld Natuur Fonds, WNF Rangers, dat ze op school kreeg. Na het VWO ging ze politicologie studeren, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Een heerlijke studie. Waar ligt de macht? Dat leer je analyseren.”

Op lokaal niveau was ze, als vrijwilliger, actief voor GroenLinks. Twee jaar geleden solliciteerde ze als campagneleider bij Greenpeace.

Van wie heb je dat maatschappelijk bewustzijn?

„Van niemand eigenlijk. Mijn ouders zijn wel vrij links, maar lang niet zo uitgesproken als ik. Ik denk dat ik de eerste in de familie ben. Laten we wel wezen: de meeste Marokkaanse gezinnen zijn vrij armoedig. Ik kom uit zo’n gezin. Niet dat ik me arm voelde. Maar laat ik het zo zeggen: breed hadden we het niet. Ik denk dat het linkse daar misschien vandaan komt. De positie van de vrouwen is ook anders. Die krijgen gewoon een andere behandeling.”

Kon je je daar boos om maken?

„Ja. Ik kan me daar nog steeds boos om maken.”

Geef eens een voorbeeld.

„Je hebt een dubbele standaard. Als jongens tot laat in de avond feesten en zuipen en roken, worden die er minder snel op aangekeken dan meisjes. Meisjes worden veel beschermder opgevoerd. De eer hangt erg af van de vrouw en niet zo van de man. Als je als vrouw iets verkeerd doet, is het één en al schande. Dat is gewoon hypocriet.”

Ben je daardoor gaan nadenken over hoe de wereld in elkaar zit?

„Ik heb mezelf niet op die manier geanalyseerd. Maar ik denk dat dat wel degelijk een rol heeft gespeeld. Het begint bij het milieu waar je zelf vandaan komt.”

Ben je ook politicologie gaan studeren omdat je de politiek in wilde?

„Nee, want dan kun je alles studeren. En als je bij de PVV zit, heb je helemaal geen opleiding nodig. Maar ik heb altijd wel het idee gehad: ik wil iets doen, ik wil mijn tijd spenderen aan iets waarmee ik de wereld een stukje beter maak – voor zover ik dat kan als individu. Dat is beter dan bij de pakken neerzitten en eindeloos cynisch zijn, zeiken als je het nieuws ziet, boze boeken schrijven. Dat kan ook, maar dat doe ik wel als ik vijftig ben.”

Politieke partijen zijn nu vast wel geïnteresseerd in je.

„Ik ben al gevraagd voor het Europarlement en daar heb ik voor bedankt.”

Door GroenLinks?

„Ja.”

Heeft Bram van Ojik je gebeld?

„Nou, ik zat in de cel, dus ik kon geen telefoontjes krijgen. En dat soort dingen gaat niet via een partijleider, je hebt een kandidatencommissie. Daar ben ik door benaderd. Maar ik heb daar geen interesse in, op dit moment. Ik vind niet dat je als 26-jarige in een parlement moet zitten. Er zitten soms twintigjarigen in de Kamer die nooit een normale baan hebben gehad. Sorry, denk ik: doe eerst even wat levenservaring op, zoek een baan, en ga dan pas de politiek in.”

Dat ze naar het Noorpoolgebied wilde, en naar het boorplatform Prirazlomnaja, zegt Faiza Oulahsen, had te maken met >> >> geloofwaardigheid. „Je kunt niet de plannen schrijven en vervolgens aan anderen te vragen het te doen.” En, gaat ze verder, ze wilde met eigen ogen zien waar ze voor vecht. „Dan zie je daar in een prachtige oceaan zo’n foeilelijk ding, waarvan je weet dat het daar niet hoort. Voor mij was dat de daad bij het woord voegen.” Dat de Russen de actievoerders in internationale wateren oppakten en vervolgens dreigden met jarenlange gevangenisstraf was „een schok” voor de organisatie.

Kun je achteraf niet zeggen: die actie was best succesvol? Jullie hebben ongelooflijk veel aandacht gehad.

„Dat zou ik niet zo zeggen. Iedereen van de Arctic 30 is afgevallen en erg bang geweest. Om dan te zeggen: goh, dit is geslaagd… Het ging om veel meer. Het ging om ons als persoon. Het ging om onze vrijheid. Ik weet niet in wat voor opzicht ik twee maanden gevangenschap een succes moet noemen.”

Niet voor jou persoonlijk, maar wel voor de organisatie.

„Het heeft heel veel aandacht gekregen, absoluut. En daardoor heb ik het gevoel dat die twee maanden gevangenschap niet helemaal voor niets zijn geweest. Uiteraard heeft het zichtbaarheid gecreëerd voor de organisatie. Dat is onvermijdelijk, we werden Greenpeace-activisten genoemd in het nieuws.”

Ga je nog een keer actievoeren in Rusland?

„Dat hangt er echt van af: wat gaan we daar precies doen. Ik ben er wel van overtuigd dat hetzelfde doen, bij Prirazlomnaja, geen goed idee is. Ik betwijfel ook of andere mensen binnen Greenpeace dat denken. Maar het is nu nog erg vroeg om lessen te trekken.”

Ben je de afgelopen maanden veranderd?

„Ik heb heel wat levenservaring opgedaan. Ik kijk nu anders tegen m’n leven aan dan ik vier maanden geleden deed. In de cel heb ik erg veel nagedacht: als alles je ontnomen is, je vrijheid en alles wat daarbij hoort, pas dan besef je je hoe goed het leven is. Hoe belangrijk bepaalde dingen voor je zijn. Of het nou een wandeling is van meer dan die vier meter in m’n cel. Of gewoon een gesprek met een familielid of een vriendin.

„Ik heb nagedacht over m’n leven in de zin van: stel nou dat ik vijftien jaar had gekregen, had ik dan nog kinderen kunnen krijgen? Nou dat denk ik niet. En ik dacht: ik ben nu 26, geniet ik wel genoeg van mijn leven?”

En?

„Ik denk dat ik er nu meer van ga genieten. Ik ben een workaholic, ik kan moeilijk een balans aanbrengen in m’n werk en privéleven. Ik werk soms wel 70 uur in de week. In de cel dacht ik: ik kan nog steeds mijn werk goed doen én van mijn leven genieten.”

Ben je niet bang dat deze ervaring niet meer te overtreffen is?

„Dat weet ik niet, dat is te vroeg om te zeggen. Voor mij is het nog maar net voorbij. Ik dacht wel van het weekend: goh, gaat mijn leven weer aanvoelen zoals het vier maanden geleden was? Ik betwijfel het.”

Krijgen jullie daar hulp bij?

„Alles is ons aangeboden: doktoren, psychologische hulp. Maar ik zie het niet als een trauma, hoor, ik zie dit als een levenservaring die ik absoluut niet wil terugdraaien, hoe raar dat ook klinkt. Ik denk dat je hier alleen maar sterker uit kan komen. En ik heb een bijzondere band met 29 anderen voor de rest van mijn leven. Voor mijn gevoel heb ik er een hele familie bij gekregen. Dat vind ik echt een zegen.”

Waar hoop je over vijf jaar te zijn?

„Ik denk dat ik gewoon nog bij Greenpeace zit. Dan ben ik 31, ik denk dat ik dan wel een kind wil hebben tegen die tijd. Ik heb nu geen partner, maar ik zeg altijd tegen mezelf: begin 30 moet het eerste kind onderweg zijn. Ik wil geen oude moeder worden. Ja, sorry, dat had je misschien niet verwacht van iemand die op een schip gaat?” <<