Hoe kon Odfjell er zo genadig afkomen?

Begin deze maand werd het tankopslagbedrijf Odfjell (voorheen Pakhoed) door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een boete van 3 miljoen euro. Al tenminste tien jaar blijkt er tussen Vlaardingen en Hoogvliet een bedrijfsterrein met 300 onveilige opslagtanks te liggen, waar het technisch en organisatorisch een knoeiboel was. Er ontsnapte sinds 2003 tot drie maal toe

Begin deze maand werd het tankopslagbedrijf Odfjell (voorheen Pakhoed) door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een boete van 3 miljoen euro. Al tenminste tien jaar blijkt er tussen Vlaardingen en Hoogvliet een bedrijfsterrein met 300 onveilige opslagtanks te liggen, waar het technisch en organisatorisch een knoeiboel was. Er ontsnapte sinds 2003 tot drie maal toe honderden tonnen kankerverwekkend benzeen en brandgevaarlijk butaan. In dichtbevolkt gebied dus.

Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit juni (klik hier) leest als een schelmenroman. Slecht management, geen inzicht in de bedrijfsprocessen, geen greep op de veiligheid, geen beeld van de risico’s, niet leren van incidenten. Maar intern wel ‘calculerend gedrag’ een ‘beschuldigingscultuur’ en een eilandjesmentaliteit. Toch wist een klokkenluider te ontsnappen. Achteraf een wonder.

Een strafrechtelijke boete van drie miljoen euro valt in de krant niet zo op in een periode waarin het boetes en schikkingen met het bedrijfsleven regent. Rabobank: 70 miljoen euro wegens rentemanipulatie. Heiploeg: 27 miljoen wegens kartelvorming in de garnalenhandel. Ook het leesmapkartel (foei!) kreeg een boete: 6 miljoen. Nu praat ik manipulatie van garnalenprijzen en het recyclen van oude Libelle’s en Panorama’s niet goed, maar Vlaardingen en Hoogvliet kun je er toch niet mee opblazen.

De rechtbank noteerde in het vonnis (klik hier) droog dat er sprake was „van het niet nemen van afdoende maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen”. En: „In potentie had zich een ramp kunnen voltrekken met verstrekkende gevolgen voor mens en milieu. Dat dit niet is gebeurd, is slechts te danken aan het toeval”. Opvallend is dat de rechtbank niet meeging met de eis van het OM het bedrijf een jaar voorwaardelijk stil te leggen. Feitelijk is dat niet meer dan een dreigmaatregel. Dit deel van het vonnis werd met fluwelen pen geschreven. In beginsel is zo’n maatregel ‘passend’ en ook ‘efficiënt’. Maar hier toch maar niet, want sinds medio vorig jaar is er door de eigenaren schoon schip gemaakt. Er wordt nu beter opgelet, de directie is vervangen en er is sprake van ‘ambities en goede intenties’. Ook hebben de diverse overheden hun toezicht verbeterd. Eind goed, al goed dus?

Deze week was ik bij een symposium aan de Erasmus Universiteit van de stichting ‘Juridische Samenwerking aan de Maas’ waar de casus Odfjell prominent figureerde. En daar tekende zich het antwoord af op de vraag waarom dit bedrijf er bij de rechter zo genadig afkwam. Feitelijk was de hele haven medeplichtig: klanten, vergunningverleners, toezichthouders, handhavers, wetgevers, verzekeraars. De Onderzoeksraad was er vrij venijnig over. Er waren vier handhavende overheden met Odfjell bezig, drie inspecties (milieudienst, sociale zaken en de veiligheidsregio) en het Openbaar Ministerie. Samen inspecteren ging nog wel, maar samen handhaven lukte niet. Daarvoor verschilden de eigen culturen te veel. Vergunningen waren complex en onoverzichtelijk – en in vage of niet consequent gebruikte termen gesteld. Goede verhoudingen met het bedrijf gingen boven controle en sancties. Veiligheid was ‘onhandelbaar’. Eigenlijk keek de overheid voor 2011 nauwelijks naar Odfjell om. Als er dan een keer een boete werd uitgedeeld, dan ging er „geen aantoonbare afschrikkende werking uit”. Eigenlijk wisten de controlerende overheden samen niets tot stand te brengen. Er was geen sprake van een „structurele beheersing” van de veiligheid bij Odfjell.

Niet minder beschadigend was de constatering dat ook het Havenbedrijf voor zichzelf geen rol zag. Ja, de grond verhuren en af en toe eens een praatje met het bedrijf maken. Maar onveilige situaties bestrijden? Daar waren anderen voor. Hetzelfde geldt voor de belangrijkste klant, Shell. Die hadden wel degelijk in de gaten dat Odfjell geen goede brandblus- en koelinstallaties had en onvoldoende onderhoud pleegde, maar zei daar niks over. Dat was niet hun verantwoordelijkheid. Zelfs voor de gebrekkige tanks die Shell zelf huurde van Odfjell nam het geen verantwoordelijkheid. Ook Lloyd’s Register, belast met het geven van veiligheidscertificaten, keek de andere kant op. Tot vlak voordat het bedrijf vorig jaar even werd stilgelegd, werd nog een nieuw ISO 14001 certificaat gegeven dat suggereerde dat Odfjell een werkend milieumanagementsysteem had. De hele keten van klanten, controleurs en overheden faalde dus.

En nu dus 3 miljoen boete om het echt af te leren. De Kamer heeft over de kwestie Odfjell vorige week braaf vergaderd. En er is heus een brief van het kabinet met goede voornemens. Met fascinerend proza over de ‘borging van het doorpakken bij notoire overtreders’, een nieuw ‘flexibel boeteplafond’, de gewenste ‘doorzettingsmacht voor de staatssecretaris’ en uiteraard ‘lik op stuk’ als evergreen. Retorisch is het prima in orde. Nu alleen nog doen. En zou die 3 miljoen boete zin hebben? Op de 65 miljoen die Odfjell zelf al investeerde, lijkt het niet veel.

Eind vorig jaar promoveerde criminologe Karin van Wingerde, die bij 40 afvalbedrijven uitzocht of, en zo ja van welke sancties ze onder de indruk zijn. Dat blijkt maar met mate het geval. Het is niet zozeer de sanctie alswel de reputatieschade, de maatschappelijke druk, de verscherpte controle die wegen. De boetebedragen zijn te klein en de pakkans te laag. Alleen bedrijven die toch al tot regelnaleving bereid waren, ‘voelen’ een boete. Pas als bedrijven zelf plichtsbesef hebben en hun zakelijke relaties normen belangrijk vinden, functioneert een boete. Maar dan vooral als opfrisser. Mits die wordt voorzien van een adequate morele boodschap. Zoals in het Rotterdamse vonnis. Als ze bij Odfjell dus structureel doof zijn, is het dokken en doorgaan.

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht