Het verkiezingsjaar vraagt om uitgesproken Europese keuze

Letland is sinds afgelopen woensdag de achttiende lidstaat van de Europese Unie die de euro als betaalmiddel kent. Eveneens per 1 januari kunnen Bulgaren en Roemenen onbeperkt door de Europese Unie reizen en zich op de arbeidsmarkt aanbieden. Nadat Kroatië op 1 juli van het afgelopen jaar toetrad als 28ste lidstaat van de Unie, is Montenegro de volgende voormalige Joegoslavische deelrepubliek die klaarstaat om toe treden tot de Europese familie. De onderhandelingen hierover worden dit jaar geïntensiveerd.

Met andere woorden: ondanks alle geluiden over toenemend euroscepticisme gaat het Europees project onverminderd door op de weg van uitbreiding en verdieping. Bevlogenheid heeft weliswaar plaatsgemaakt voor aarzeling, maar het traject wordt wel voortgezet. In een jaar dat als gevolg van de verkiezingen voor het Europees Parlement, in mei, naar verwachting zal worden gedomineerd door de vraag over de legitimiteit van Europa, is het niet overbodig dit vast te stellen.

De Europese Unie maakt een moeilijke fase door. Maar het is een misvatting dat deze begonnen zou zijn bij het uitbreken van de eurocrisis. Die heeft de kritiek en de twijfel slechts versterkt. Met de grote uitbreiding van 15 naar meer dan 25 landen in zicht en een monetaire unie in de steigers begon het fundamentele debat over Europa al eind jaren negentig van de vorige eeuw. Het leidde hooguit tot verandering van tempo, niet van richting.

In het licht van de komende verkiezingen is er behoefte aan een heldere en duidelijke stellingname over Europa. Het betekent dat Europese leiders af moeten van hun neiging om thuis, in eigen land, een ander verhaal over Europa op te hangen dan wanneer zij onder elkaar zijn. De verbale spagaat van de Nederlandse premier Rutte is genoegzaam bekend, maar hij is helaas niet de enige. ‘Brussel’ wordt maar al te vaak als makkelijk scheldwoord aangewend voor ongebreidelde bureaucratische bemoeizucht.

Een kritische houding ten aanzien van het functioneren van de Europese Unie is niet alleen terecht maar zelfs verplicht. Maar als door schimmige en semantische discussies de suggestie wordt gewerkt dat de Europese eenwording haar grenzen heeft bereikt, is een nieuwe vertrouwenscrisis met de burgers in de maak. Het gaat uiteindelijk om een duidelijk uitgesproken keuze voor of tegen Europa. Als niet wordt gekozen voor een radicale breuk, verplichten de reeds gemaakte stappen automatisch tot volgende stappen. De recente geschiedenis laat dit zien.

Op pijnlijke wijze hebben Europese leiders moeten ervaren dat een gemeenschappelijk monetair beleid niet kan zonder gemeenschappelijk bankenbeleid. Zodoende is er nu dan ook het principebesluit voor een verregaande bankenunie. Vandaar ook dat stapsgewijs naast het gemeenschappelijk monetair beleid ook het Europees gemeenschappelijk economisch beleid tot stand wordt gebracht. Het is een wetmatigheid: als economieën op Europese schaal naar elkaar toegroeien, kan de economische politiek daarbij niet achterblijven. Voor nationale politici resteert in dat geval niet meer dan marginaal bijsturen. Dit is voor de betrokken politici die leven op macht geen aanlokkelijk verhaal, maar het is wel het eerlijke verhaal.

Het zou wenselijk zijn als partijen in Nederland dit jaar met een heldere uitspraak voor of tegen verdere integratie de campagne voor de Europese verkiezingen ingaan. Maar afgaande op de (concept-) verkiezingsprogramma’s van VVD, PvdA en CDA valt te vrezen valt dat juist om de echte keuze te vermijden, zij kiezen voor zijpaden. Dan gaat het over het ‘terughalen’ van bevoegdheden uit Brussel, wat maar in zeer beperkte mate mogelijk is. Of om het omarmen van het begrip subsidiariteit, het overhevelen van taken naar het bestuurlijk niveau dat zo dicht mogelijk bij de burger staat. Het wordt als nieuw verkocht, maar het beginsel staat notabene letterlijk in het Europees Verdrag.

Wie terecht kiest voor Europa, dient tevens voluit te kiezen voor de gevolgen van die keuze. Net als een beetje zwanger behoort een beetje Europa nu eenmaal niet tot de mogelijkheden.