Het jaar van maken of breken

Wordt 2014 het jaar van economisch herstel voor Italië? Er is reden voor zowel hoop als vrees. De vier belangrijkste sectoren op een rij.

Voor Italië wordt 2014 een jaar van fysiotherapie, voorspelde premier Enrico Letta in zijn laatste persconferentie voor de jaarwisseling. „We hebben een ernstig ongeluk gehad. Maar we zijn van de intensive care-afdeling af en uit de operatiekamer. Nu volgen we fysiotherapie. Zodra we daarmee klaar zijn, wordt alles weer normaal.”

Statistisch heeft Letta gelijk. De langste recessie sinds WOII kwam in het derde kwartaal van 2013 officieel ten einde. Volgens prognoses zal de Italiaanse economie dit jaar met 0,7 procent aantrekken.

Dat is een broos herstel. En de vraag is wat ‘normaal’ is voor een economie die al sinds begin jaren negentig slechter presteert dan het Europese gemiddelde. Buitenlandse investeerders mijden het land wegens zijn bureaucratie, starre arbeidsrecht en hoge belastingdruk. Italiaanse bedrijven hebben hun productiecapaciteit om diezelfde redenen verplaatst naar lagelonenlanden.

De laatste recessie heeft de noodzaak onderstreept dat het land zich aantrekkelijk maakt en openstelt voor buitenlandse investeerders. De externe omstandigheden zijn relatief gunstig. De acute paniek die eind 2011 rond Italië uitbrak, is geluwd. Dankzij de rust in de eurozone is Italië dit jaar circa 5,5 miljard euro minder kwijt aan rentelasten over de hoge staatsschuld. Deze financiële meevaller zal worden gebruikt om de hoge (jeugd)werkloosheid en de arbeidspremies te verlagen, belooft premier Letta.

In de binnenlandse politiek is de situatie minder voorspelbaar. De met moeite gevormde brede regering is nog amper toegekomen aan de waslijst gevoelige hervormingen, zoals een nieuwe kieswet en soepeler ontslagrecht. De vraag is of de brede regering, acht maanden geleden moeizaam tot stand gekomen, de stagnatie kan doorbreken.