Hadza zoeken met een Lévy-loopje naar wild en knollen

Foto Brian Wood/Yale University

Vier Hadza-jagers lopen door de savanne, op zoek naar wild. Eén van hen draagt om zijn rechterpols een GPS-ontvanger. Die heeft hij gekregen van antropoloog David Raichlen van de universiteit van Arizona. Raichlen onderzoekt het foerageerpatroon van jagers en verzamelaars. Hij wil weten hoe zij door het landschap bewegen bij het zoeken naar wild en het inzamelen van vruchten en knollen. En hij is benieuwd of hun bewegingen in het veld overeenkomsten vertonen met die van voedsel zoekende dieren.

Veel jagers en verzamelaars zijn er niet meer. De Hadza in het noorden van Tanzania behoren tot de allerlaatste. Reichlin volgde 44 Hadza – 20 mannen en 24 vrouwen – uit twee verschillende kampementen, zowel in de droge als in de regentijd.

Bij het zoeken naar wild en vruchten gaan de Hadza in de eerste plaats af op hun ervaringen van eerdere tochten en op de aanwijzingen in het terrein (pootafdrukken, uitwerpselen). Maar als herinneringen en aanwijzingen in het veld geen uitkomst bieden, ontdekte Raichlen, gaan zij zich op eenzelfde, efficiënte manier door het veld bewegen als haaien en honingbijen die op zoek zijn naar voedsel: met het zogenoemde loopje van Lévy.

Dit houdt in dat ze zich verplaatsen met een serie korte loopjes, in telkens andere richtingen, afgewisseld met spaarzame langere wandelingen in één richting om te veranderen van zoeklocatie.

Dit zoekgedrag is heel geschikt voor een variërende omgeving, zoals de savanne en de oceaan, waar posities van prooien snel veranderen.

Dirk Vlasblom