Grote Vragen

Grote vragen zijn de motor van de wetenschap. Omdat er (nog) geen antwoorden op zijn, prikkelen ze.

‘Verandert er ooit iets?’ – een klassieke Grote Vraag. De Deense premier Helle Thorning Schmidt bij verschillende gelegenheden. Foto’s Reuters

In de wetenschap klinken op de achtergrond altijd Grote Vragen. Vaak houden journalisten en lezers zich bezig met kleinere en meer praktische vragen: wat is de beste aanpak van Alzheimer, waarom zijn de kinderen zo druk, waar komt die meteoriet vandaan? Maar als het goed is liggen de Grote Vragen altijd op de loer: hoe werkt het geheugen? Hoe ontwikkelen jonge mensen zich? Wat zit er in het heelal?

Sommige vragen zijn groter dan andere. Waarom is er iets? Wie zijn wij? Wat ligt er diep onder onze voeten? Verandert er ooit iets?

Lang geleden waren die vragen het domein van religie en van leunstoelfilosofen. Nu spreekt de wetenschap mee. Want goede Grote Vragen roepen een tinteling van nieuwsgierigheid op, en de drang om meer te weten te komen. Ze zijn de motor van het wetenschappelijk avontuur.

Kun je Grote Vragen aan meer herkennen dan aan die tinteling? Allicht gaan ze niet over details, maar over zaken als het heelal, de mens, de aarde, het leven: dat soort dingen. En het belangrijkste is: er is nog geen antwoord. Een beantwoorde vraag kietelt niet.

Hier vier Grote Vragen. Vragen waarnaar soms al veel onderzoek is gedaan – maar die alle vier nog niet volledig beantwoord zijn. Hoe ontstond taal? Gaan culturen steeds meer op elkaar lijken? Hoe oud wordt een mens? En: hoe slim zijn dieren?